Mrt. - apr. 2024, 19e jg. nr.1. Eindredactie: Rob den Boer. E-mail: redactie.bkj@gmail.com.
 
VOORKANT ACTUEEL AGENDA UITGELICHT ARCHIEF COLOFON 
voorpagina
artikel
recensies van tentoonstellingen actuele exposities
Nederland BelgiŽ
opmerkelijke
kunstberichten
artikelen uit  
vorige nummers

over Het Beeldende Kunstjournaal

 

Kunst toegankelijk voor iedereen
Het Depot van Boymans Van Beuningen

Rotterdam heette een doe-stad te zijn, een stad van werkers. Vooral na de laatste oorlog hebben ze dat tijdens de wederopbouw laten zien. Die werkmentaliteit dateert van lang geleden. In 1845 bijvoorbeeld, weigerde het gemeentebestuur een prachtig kunstlegaat met de argumentatie: "We geven geen geld uit aan zaken die alleen het genoegen dienen."

Door Peter van Dijk

Het betrof de uitmuntende kunstcollectie van de geboren Rotterdammer en oud-minister van buitenlandse zaken, baron Johan Gijsbert Verstolk van Soelen. Zo’n argumentatie is heden ten dage ondenkbaar. Als je nu naar het nieuwe depot van Museum Boymans van Beuningen (geopend op 5 november 2021) aan het Museum Park wandelt, zie je dat Rotterdam ruimhartig de portemonnee trekt voor de schone kunsten en voor het plezier om ernaar te kijken. Aan alle kanten van het park staan aantrekkelijke oude en nieuwe musea. Het recentste architectonische juweel is de kolossale spiegelende kom met daktuin (in de volksmond 'De Pot'), het nieuwe opslaghuis van museum Boymans Van Beuningen (kosten 90 miljoen).

 
Depot Boijmans van Beuningen. Foto: Ossip van Duivenbode.

In het glas van de kom weerspiegelt de stad zich, als een panoramische foto-opname van de dynamiek in de stad. Binnen zijn maar liefst 154.000 kunstwerken opgeslagen, verdeeld over zes verdiepingen, in veertien verschillende depots met eigen klimaatregelingen en verrijdbare systeemkasten, hangkasten en rekken voor schilderijen. Indien nodig beschermd tegen stof en licht. Eén perfect uitgedachte en gecontroleerde museale opslagruimte. Het nieuwe depot was onvermijdelijk. De oude kelder onder het museum Boijmans Van Beuningen waarin de kunstschatten waren opgeslagen, lekte water. Het museum wordt intussen grondig verbouwd.

Toegankelijk
Het nieuwe depot is ontworpen door het Rotterdamse bureau MVRDV, het gezicht van de experimentele architectuur in Nederland. Een van hun slogans is 'Spaces that make you smile'. En dat is wat er gebeurt als je buiten voor de spiegelende kom staat. Eenmaal binnen ervaar je, ook door het trappenhuis dat vooral uit glas bestaat, openheid, het gevoel welkom te zijn. Het ontwerp voldoet aan de Rotterdamse wens om de musea toegankelijker en minder plechtig te maken. De gemeente wil meer mensen van cultuur laten genieten.

Het publiek mag vrij rondlopen, hoewel sommige ruimtes alleen onder begeleiding toegankelijk zijn, omdat vocht en temperatuur onder controle moeten blijven. Zoals in de ruimte waar kwetsbare schilderijen, als de 'Drie Maria’s aan het graf' (1495) van Jan van Eyck bewaard worden. Of in het restauratie-atelier. Het kan zijn dat je na een half uur de zaal weer uit moet, omdat deze tot rust moet komen. In het restauratie-atelier staat momenteel 'De populierenlaan bij Nuenen' van Van Gogh op een ezel. Na 150 jaar is het werk aan een opknapbeurt toe. De verflagen zijn vergeeld en fragiel. Uit röntgenfoto’s bleek dat 'De Populierenlaan' over een ander schilderij van Van Gogh, van de Oude Toren en de Clemenskerk in Nuenen, heen geschilderd is.

Dashboard
In de kermisachtig verlichte entreehal kun je op een digitaal dashboard alles lezen over de collectie en het gebouw. Met een gratis app kan je vervolgens de kunstwerken die je op een rondgang van beneden naar boven tegenkomt, scannen. Op iedere etage zijn naast de glazen liftschachten speelse vitrines gebouwd, waarin onder meer een beeld van Gustave Rodin 'Eva na de zondeval' en een 'Uiltje' van Picasso te zien zijn. Sommige gangen hebben spiegelende plafonds. Het is een opwindende tocht langs de zes verdiepingen naar het dakterras, waar 75 berken zijn geplant, die goed tegen wind kunnen. De bomen worden net als de kunstwerken beneden doorlopend gecontroleerd. In hun geval op conditie, vitaliteit, zuurstof en droogte.

Onderweg kun je af en toe een zaal binnenlopen voor een tijdelijke expositie. 'De schilder Gabriel aan het werk in de vrije natuur' van W.B. Tholen, Gerard Dou’s 'De kwakzalver of Lyrisches' en het geabstraheerde ruiterportret van Wassily Kandinsky zijn er onder meer te zien. Of weer een ander zaaltje met een aantal surrealisten naast elkaar: Magritte, Dali, Pyke Koch. Iedere verdieping heeft wel iets te bieden.

Depot Boijmans Van Beuningen. Foto: Ossip van Duivenbode.

Of je reserveert tevoren een rondleiding. Dat verruimt meteen je kijk op het werken in een museum. Hoe moet je de duizenden kunstwerken classificeren, hoe ze bereikbaar en in conditie te houden? Maar de rondgang werpt ook de vraag op: wat is het nut van al die spullen, waarom zoveel en zo divers? Van die duizelingwekkende hoeveelheid gebruiksvoorwerpen bijvoorbeeld, die in de verrijdbare kasten staan opgetast, een bureaustoel van Olivetti, een simpele kookpot, pispotten, glazen, een schrijfmachine, tafels en vele, vele andere industriële spullen. Het antwoord is eigenlijk heel eenvoudig: eenmaal begonnen met verzamelen, komt er geen eind aan. Een verzamelaar wil qualitate qua alles op zijn gebied verzamelen. De grens wordt alleen bepaald door geld, ruimte en tijd.

Gebruikskunst
De collectie van museum Boymans van Beuningen is erg divers omdat de vele legaatgevers nogal verschillende smaken en voorkeuren hadden. Frans Boymans verzamelde vooral oude meesters, tekeningen, prenten en porselein. D.G. van Beuningen was een verwoed verzamelaar van allerlei periodes en stromingen. Tijdens het diner thuis keek hij naar zijn topstuk 'Toren van Babel' (1568) van Pieter Breugel. Collectioneur Willem van der Vorm was dol op de Haagse school en Barbizon. En dan zijn er nog schenkers als Marie Tak van Poortvliet (expressionisme), Edward James (surrealisme), Vancrevel-de Jong (surrealisme) en Her de Vries (surrealisme) en vele, vele kleinere donateurs. Een neef van D.G. van Beuningen, H.J.E., was de verzamelaar van de gebruiksvoorwerpen. Hij schonk zijn collectie in de jaren zestig van de vorige eeuw aan Boijmans Van Beuningen.

Daardoor ontwikkelde het museum zich niet alleen tot een Rotterdams museum voor de schone kunsten, maar ook voor de gebruikskunst. Voor het historisch bewustzijn is het nuttig om de eerste exemplaren kannetjes, rekenmachines, bijzondere bureaustoelen, pispotten te bewaren. Maar je kunt je afvragen hoe zinvol dat is in een museum dat zich in de eerste plaats toelegt op schone kunsten. De industriële producten komen vermoedelijk beter tot hun recht in designmusea. Pas als je reeksen producten in de tijd kunt zien ontstaat historisch inzicht. Wat we konden zien van deze gebruiksvoorwerpencollectie was wel amusant en draagt ongetwijfeld bij aan de populariteit van museum Boijmans.

 
Kunst in Depot Boijmans Van Beuningen. Foto: Iris van den Broek.

Binnen het gemeentelijke beleid om meer mensen naar het museum te halen is het Depot zeker een publieksvriendelijke voltreffer. Vele musea werken op allerlei manieren aan hun publieksvriendelijkheid: prettige cafetaria, uitmuntende lunches, shop met sierlijke vazen, kunstboeken en snuisterijen, ruimere toegangshallen, videopresentaties, audio-uitleg, soms van bekende mensen. En de droom is natuurlijk een blockbuster. Maar dat is alleen voor de grote musea weggelegd. Je hebt een aantrekkelijk idee of grote naam nodig (zoals nu Frans Hals in het Rijks), een belangrijke collectie zodat je makkelijker een ruil kunt maken met buitenlandse musea en een hoop geld voor een marketingcampagne.

Juweeltjes
Een ander wervend gebaar naar het grote publiek is bekende schrijvers, regisseurs, tv-sterren, in de depots te laten grasduinen en een tentoonstelling te laten maken. Zo nodigde Rudy Fuchs, toen directeur van het Stedelijk Museum in Amsterdam, Gerrit Komrij in 1996 en Harry Mulisch in 1997 en in 2001 Koningin Beatrix als gastconservatoren uit. De koningin maakte een overzicht van de naoorlogse kunst, met als uitgangspunt: kiezen alsof ze een paleis inrichtte. De vondst van Fuchs had succes, het Stedelijk trok in 2001 412.096 bezoekers, 30.000 meer dan het jaar ervoor.

Een sympathiek initiatief kwam in 2015 van het tienjarige tv-programma De Wereld Draait Door om als cadeau aan het publiek een tiental bekende tv-medewerkers in de opslagkelders van een tiental musea te laten rondneuzen en van hun vondsten een tentoonstelling te maken. Dit verjaardagscadeau van DWDD, als Pop-upmuseum gelanceerd, toonde aan dat ettelijke musea hun depots veronachtzamen en steeds maar weer naar de kaskrakers grijpen. Pieter van Vollenhoven en vogelkenner Nico de Haan doken in het (oude) depot van het Rijksmuseum in Lelystad en vonden juweeltjes van vogelkunst, die vervolgens tentoongesteld werden in het Allard Pierson Museum.

Op het dashboard in de ontvangsthal kan iedere Nederlander zelf kijken wat er hangt, staat en ligt in het Depot en fantaseren hoe hij een tentoonstelling zou maken. Zelf spullen tevoorschijn halen is ten strengste verboden. Er zijn grenzen aan toegankelijkheid. Bovendien, een geslaagde tentoonstelling opzetten vraagt vele specialiteiten en kwaliteiten. Een goed idee, welke kunst waar te zoeken, wetenschappelijk onderzoek, de kunst van vertellen, opstelling, licht, kleur, teksten, catalogus produceren, crowd management, verzekeringen, transport, bewaking. Allemaal niet te zien in het Depot.
Restauratie Atelier in Depot Boijmans Van Beuningen. Foto: Rob Becker.

Maar een bezoek aan het Depot brengt wel inzicht in de complicaties van het runnen van een museum. Op een erg plezierige en onderhoudende manier.

Depot van Boymans Van Beuningen, Museumpark 24, Rotterdam, permanent bezoek. Website: www.boijmans.nl/depot.

Peter van Dijk is journalist.

Terug naar boven | Print dit artikel! | LEES MEER ARTIKELEN OP DE PAGINA ACTUEEL

Verder in dit nummer:
 

Actueel

Bill Viola,
voortgaan bij dag
, door Peter van Dijk

Haiku 1 van Ria Giskes

Sol LeWitt,
het idee als kunst,
door Joke M. Nieuwenhuis Schrama

David Reekie: Op zoek naar verbinding,
d
oor Han de Kluijver

Haiku 2 van Ria Giskes

Ai Weiwei, kunstenaar-activist
in Oost en West
Een terugblik,

door Peter van Dijk

 

Agenda
actuele exposities in Nederland en BelgiŽ

Uitgelicht
opmerkelijke
kunstberichten

Archief
vorige nummers

Colofon
over Het Beeldende Kunstjournaal

 

Nieuwsbrief
Verschijnt als er een nieuw nummer uit is.
Aanmelden kan door
een e-mail te sturen
naar nieuwsbrief.bkj@
gmail.com
.

Facebook
Bezoek Het Beeldende Kunstjournaal op Facebook! Wordt fan!

Oproep
Vrijwiligers gezocht! Lees meer.