|
|
| Juli
- sept. 2026, 21e jg. nr.2.
Eindredactie: Rob den Boer. E-mail: redactie.bkj@gmail.com.
|
|||||
| VOORKANT | ACTUEEL | AGENDA | UITGELICHT | ARCHIEF | COLOFON |
| voorpagina artikel |
recensies van tentoonstellingen | actuele
exposities Nederland België |
opmerkelijke kunstberichten |
artikelen
uit vorige nummers |
over Het Beeldende Kunstjournaal |
|
Actueel Vlinders,
fruit en parfumflesjes
Textiles by Andy Warhol 'Met deze presentatie laten we een kant van Warhol zien die in Nederland nauwelijks bekend is. Zijn vroege textielontwerpen zijn niet alleen fris en humoristisch, maar tonen ook hoe veelzijdig hij was als maker (…)', aldus Suzanne Wallinga, directeur Museum Cobra Amstelveen over de tentoonstelling Andy Warhol, The textiles. Door Joke M. Nieuwenhuis Schrama
Andy Warhol (Andrew Warhola, 1928-1987) was er vaak te zien, het was voor hem een soort stamcafé waar hij zijn werk officieus toonde. Bruce verkocht er Warhols afgekeurde reclamewerk als ingelijste kunst en organiseerde informele presentaties van zijn prints. Het café is als het ware de voorloper geweest van het meer spraakmakende 'The Factory' (1964-1987), de naam van Warhols Studio die op enkele plaatsen in NYC gevestigd is geweest en waar hij verder furore maakte als vindingrijk en artistiek mens. Het Andy Warhol Museum (sinds 1994) in Pittsburgh, Pennsylvania, de stad waar Warhol werd geboren, heeft naar verluidt de sfeer en dynamiek van The Factory nagebootst. De getoonde ontwerpen, meer dan zestig, zijn uit de vijftiger en zestiger jaren van de vorige eeuw, de periode waarin Warhol werkte in opdracht van verschillende textielfabrikanten. Het is als het ware de oorsprong van zijn latere stijl: herhaling van motieven, uitgesproken contourlijnen en een direct toegankelijk beeld. Textiel
met ijsco's, knopen en schoenen
Deze tentoonstelling wordt gepresenteerd in dialoog met de expositie 'Wilde rokken, Cobra-kunst als textiel', beide op de grote bovenverdieping van Museum Cobra. Andy Warhol, The textiles, t/m 6 september 2026, Museum Cobra, Sandbergplein 1, Amstelveen. Verdere informatie: www.museumcobra.nl. Terug naar boven | Print dit artikel!
Momenteel voltrekt zich vrijwel ongemerkt een ingrijpende verandering binnen de kunstwereld. Een hele generatie kunstenaars die haar loopbaan begon in de jaren zestig, zeventig en tachtig van de vorige eeuw, bereikt een leeftijd waarop werken, exposeren en beheren steeds moeilijker wordt. Duizenden ateliers staan vol met schilderijen, sculpturen, tekeningen, maquettes, foto's en archieven. Werk dat vaak een leven lang met toewijding is opgebouwd. Door Han de Kluijver
Het architectenbureau dat ik ooit oprichtte is inmiddels verkocht en in goede handen. Daardoor ontstond ruimte voor een bredere reflectie. Niet alleen over mijn eigen werk, maar ook over de toekomst van de vele kunstenaars die dezelfde levensfase bereiken.
Nalatenschappen
Bovendien zijn veel kunstenaars hun leven lang vooral makers geweest. Hun aandacht ging uit naar het werk zelf, niet naar het beheer ervan. Daardoor dreigt een groot deel van de kunst uiteindelijk stilletjes uit beeld te verdwijnen. Soms via veilingen, soms door versnippering onder erfgenamen, soms eenvoudigweg in een container na overlijden of verhuizing. Nabestaanden weten vaak niet wat artistiek, historisch of financieel van betekenis is. Zeker bij nalatenschappen van kunstenaars die nooit commercieel succesvol werden maar wel een leven lang hebben gewerkt, ontstaat een pijnlijk dilemma. Bewaren kost ruimte en geld, weggooien voelt als het vernietigen van een leven.
Meer dan opslag
Nieuwe
modellen van beheer
Culturele geschiedenis
Zelf vond ik uiteindelijk een nieuw atelier. Daarmee verdween de directe noodzaak om afscheid te nemen van mijn werk. De vraag blijft echter bestaan. Wat gebeurt er met de inhoud van de duizenden ateliers van kunstenaars die nu dezelfde levensfase bereiken? Misschien moeten we daar niet pas over nadenken wanneer een atelier moet worden ontruimd. De toekomst van kunstenaarsnalatenschappen hoort onderdeel te zijn van het gesprek over kunst zelf. Niet alleen uit zorg voor het werk, maar uit respect voor de generaties kunstenaars die ons culturele landschap hebben gevormd. Want wat vandaag uit een atelier verdwijnt, kan morgen ontbreken in het verhaal dat wij over onze cultuur vertellen. Han de Kluijver is architect bna bni bnsp. Terug naar boven | Print dit artikel!
Het thema van de Biënnale van Venetië van 2026, 'In Minor Keys' (In Mineur Tonen, oftewel: zachte klanken), is bedacht door de beoogde artistiek leider Koyo Kouoh (1967-2025), die vorig jaar plotseling overleed. Haar bedoeling was om somber, zachter, misschien subtieler en verrassender werk te presenteren. Door Joke M. Nieuwenhuis Schrama
Er zijn 111 deelnemers, waaronder individuele kunstenaars, samenwerkingsverbanden, collectieven en kunstenaarsorganisaties, afkomstig uit diverse landen wereldwijd. Bunker Van
optimisme naar pessimisme 50K
Black
Indians Van
co-existentie naar totalitair No
words La
Merde
Al
met al heb ik geen favoriet kunnen benoemen van deze 2026-editie.
Hier en daar zag ik wel het gedachtegoed van Kouoh terug. In Minor Keys, de 61ste Biënnale van Venetië, is nog te zien t/m 27 november 2026. Website: www.labiennale.org. Terug naar boven | Print dit artikel!
De essentie van schoonheid lag voor de Britse schilder Turner in het licht, in al zijn facetten en variaties. Vooral in combinatie met water. Water en licht vormden een onuitputtelijke bron van inspiratie voor hem. Een terugblik op deze boeiende tentoonstelling. Door Peter van Dijk
In het Dordrechts Museum waren er in deze tentoonstelling slechts acht Turners te zien, maar ze zijn schitterend en waren voor het eerst in Nederland te bewonderen. Om de tentoonstelling nog interessanter te maken, hadden de curatoren de Nederlandse kunstenares Nicky Assmann (Utrecht, 1980) aan Turner gekoppeld. Dat bleek een geslaagde opzet. Op zoek naar het geheim van het subtiele gouden licht van zijn Nederlandse collega Albert Cuyp, ontdekte de reislustige Turner in 1817, op zijn eerste reis naar Holland, in de haven van Dordrecht dat water en licht verbonden zijn, in talloze intensiteiten, kleuren, reflecties en wonderschone schakeringen. Twee eeuwen later laat Assmann hetzelfde zien. Zij laat het licht als een wonder gebeuren, als het ware opnieuw ontstaan. Die nieuwe beleving van licht komt tot stand via installaties en experimenten, in kleurenwielen, zonnewijzers, lichtkanonnen, zeepbellen. Turner romantiseerde de elementen in hun volle glorie, Assmann laat als kind van deze tijd behalve de grootsheid van de natuur en het gevarieerde ragfijne karakter van licht, ook de turbulentie van de natuur zien: de klimaatverandering en het stijgende water. Turner werd geboren boven de pruiken- en kapperszaak van zijn vader in Covent Garden, Londen. Zijn moeder werd na de dood van Williams' zusje geleidelijk krankzinnig, reden om hem op tienjarige leeftijd naar een oom te sturen, in Brentford ten westen van Londen, aan de rivier de Theems. Hij ging op school in Margate, ten zuidoosten van Londen, aan zee. Al vroeg onderkende zijn vader zijn tekentalent. Op zijn veertiende mocht hij al naar de Academie en exposeerde vader Williams' eerste schilderijen in zijn kapperszaak. De
rivier speelde een centrale rol in zijn leven. William woonde zijn
hele jeugd aan de oevers van de Thames en de Noordzee. Daarna betrok
hij met zijn minnares, Sophia Booth, tot aan zijn dood een bescheiden
huis op de kade van Margate, met uitzicht op de zee. Iedere zomer
maakte hij wel een boottocht door Groot-Brittannië. Toen na
de val van Napoleon de rust in Europa was teruggekeerd, verkende
Turner ook per boot alle grote rivieren op het continent. Zijn reiservaringen,
terug te zien in zo'n driehonderd schetsboekjes, zette hij
thuis om in tekeningen en schilderijen. Om een opstekende storm
op zee zo waarachtig mogelijk weer te geven, liet hij zich eens
vastbinden aan de mast van een schip. Turner was toen 67 jaar. In Dordrecht is de hoofdschotel 'De pakketboot van Rotterdam naar Dordrecht' (1818), een groot schilderij van rond twee meter vijftig bij een meter vijftig. In Londen had Turner het schilderij 'Maas bij Dordrecht' van Albert Cuyp gezien en hij was verbluft door de serene uitstraling. Twee jaar later ging hij naar Dordrecht om het raadsel van het Cuypiaanse 'gouden' licht zelf te zien. Zijn 'Pakketboot' is duidelijk geïnspireerd door de 'Maas bij Dordrecht' van Cuyp, maar het licht van Turner overtreft zelfs het licht van Cuyp. Turner gebruikte destijds recent ontwikkelde geel- en oranjepigmenten, die ongekend helder waren. Het resultaat was een betoverende spiegelende waas op het water, weerkaatsing van zon en lucht, de aanzet van een gouden ochtendstond, windstil, met een schip in volmaakte harmonie en stilte. Voor deze tentoonstelling heeft het Dordrechts Museum samengewerkt met het Yale Center for British Art in de Verenigde Staten, dat de befaamde Paul Mellon-collectie herbergt. Zeven werken uit deze collectie waren hier voor het eerst in Nederland te zien. Turner was ook een bewonderaar van Jacob van Ruisdael.
Nicky Assmann gebruikt dergelijk grote woorden niet, maar de zon is ook haar grootste inspirator. Voor haar sculptuur 'The Abysses of the Scorching Sun' (De Afgronden van de Brandende Zon, 2018) bouwde ze een projector met een draaiend kleurenwiel, een soort lichtkanon of moderne toverlantaarn. Meebewegend met de zon zet het kunstige voorwerp de museumzaal, dus ook de kijker, in lichterlaaie. Dankzij het wiel verglijdt de kleur van zacht rood naar blauw en geel. De rode gloed heeft een apocalyptisch trekje, volgens de maakster een waarschuwing dat de aarde ten onder zal gaan. Het blauwe licht geeft eerder een poëtische associatie, 'wees zuinig op de natuur'. Assmann studeerde filmwetenschap in Amsterdam en muziek en beeldende kunst in Den Haag. Ze is lid van het Rotterdamse kunstcollectief Macular en probeert kunst en technologie in zintuigelijke ervaringen te verenigen. Dat lukt heel mooi met 'Solaris' (2013). In een mechanisch raamwerk kan de bezoeker via een handvat flinterdunne vliezen van zeepsop omhoog trekken, waarop dankzij een uitgekiende lichtval, iriserende kleuren dansen, die we uit onze jeugd kennen van het bellen blazen. De kleuren spatten uiteen met de bellen. Het werk ruikt naar zeep en het roept plezierige jeugdherinneringen op. Speciaal voor het Dordts Museum heeft de kunstenares een alle kanten opdraaiende lichtinstallatie in elkaar gezet, die gericht staat op een grote schaal in cirkelvorm, die ook beweegt. De glazen doorschijnende schaal is weelderig gebrandschilderd met kleuren van geelgroen, tot het bruinzwart van vulkanische steen en het rood van ijzerrijke aarde. Het is alsof je kijkt naar een nieuw hemellichaam, spetterend van wisselende kleuren, naar een planeet die voortdurend verandert van kleur. Het glas draagt ook geluid voort, het geluid van de diepzee, walvissen, sidderalen en geluid uit het heelal. Voor dit doorsluizen van geluid gebruikte ze een zelfgemaakte 'eidophone', waarmee je geluid kunt omzetten in beelden. Turner is tentoongesteld in de rechtervleugel op de eerste museum-etage, Assmann heeft de linkervleugel tot haar beschikking. De overgang is een soort sluis die door Assmann met magenta folie is bekleed, ramen en plafond baden in een smeltend licht. De overgang is geen schok. Dankzij Assmann besef je des te helderder hoe gevarieerd het spectrum van licht en donker, kleur en schaduw, zacht en hard, transparant en dicht is.
Zijn tijd ver vooruit, wist hij de schoonheid van spiegelend water in de ochtendzon te vangen, de donkere dreiging van samenpakkende wolken en de vernietigende blauwe-grijze kracht van een stormachtige zee. Turner romantiseerde de volle glorie van de weerelementen, Assmann ontleedt hen, laat eveneens de turbulentie van de natuur zien en waarschuwt voor de klimaatverandering. Water & Licht - Met hoogtepunten van J.M.W. Turner uit het Yale Center for British Art en werk van Nicky Assmann, was te zien van 8 februari t/m 14 juni 2026 in het Dordrechts Museum. Website: www.dordrechtsmuseum.nl. Peter van Dijk is journalist.
In memoriam: Cees Dam (1932–2026) Met het overlijden van Cees Dam op 13 april 2026 heeft Nederland een architect verloren die zelden direct met glas wordt geassocieerd, maar voor wie juist dit materiaal exemplarisch was voor zijn denken. Transparantie, structuur en beheersing, het zijn kernbegrippen die zowel Dams architectuur als zijn latere werk in glas doordrongen. Door Han de Kluijver
Zijn vroege werk toont verwantschap met het structuralistische denken, waarin architectuur wordt opgevat als een samenhangend systeem van relaties, die resulteerde in gebouwen met een geometrische structuur, meestal bestaande uit kleine eenheden, gebaseerd op de menselijke maat. Toch verbond Dam zich nooit dogmatisch aan één stroming. Zijn oeuvre ontwikkelde zich gestaag en eigenzinnig, met een toenemende nadruk op helderheid, geometrie en stedelijke ordening, eigenschappen die later ook zichtbaar werden in het werk van de architecten Carel Weeber en Wim Quist.
Werk
Glas
In stilte aanwezig Han de Kluijver is architect bna bni bnsp. Terug naar boven | Print dit artikel!
Ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan van Vleeshal Middelburg presenteren ArtBase Terneuzen en Vleeshal centrum voor hedendaagse kunst, samen met M HKA Museum van Hedendaagse Kunst Antwerpen en acht Zeeuwse instellingen het grootschalige tentoonstellingsproject Vleeshal Collectie On Tour, met werken van onder anderen: Marlow Moss, Rossella Biscotti, Sara Blokland, Marinus Boezem, Jimmie Durham, Maartje Korstanje, Pipilotti Rist en Marijke van Warmerdam. Al meer dan vijftig jaar presenteert Vleeshal tentoonstellingen in de voormalige vleeshal van het gotische stadhuis van Middelburg, van de conceptuele kunst van de jaren zeventig tot beeldhouwkunst, tekenkunst, performance, installatie en nieuwe media. De Vleeshal-collectie startte in de jaren zeventig en werd in 2005 in langdurige bruikleen gegeven aan het M HKA Antwerpen. Met Vleeshal Collectie On Tour keert deze collectie op bijzondere wijze terug naar Zeeland. Deelnemende musea en kunstinstellingen (onder voorbehoud): Catharina Maria Hof (Kamperland): Ola Vasiljeva; De Bewaerschole (Burgh-Haamstede): Róza El-Hassan; Grote Kerk Veere: Maartje Korstanje; Marie Tak van Poortvliet Museum Domburg: Marinus Boezem; Museum Het Bolwerk (IJzendijke): Rossella Biscotti; Museum Het Warenhuis (Axel): Terry Fox; VierVaart (Groede): Marijke van Warmerdam; Watersnoodmuseum (Ouwerkerk): Pipilotti Rist. De tentoonstelling Vleeshal Collectie On Tour is nog t/m 13 september 2026 te zien. Website: www.vleeshal.nl. Dit najaar presenteert het Kröller-Müller Museum een bijzondere primeur: alle 88 schilderijen van Vincent van Gogh uit de collectie zijn tegelijkertijd te zien. Museumgrondlegger Helene Kröller-Müller stelde de grootste particuliere collectie ter wereld van deze bijzondere kunstenaar samen. Van Gogh wordt gezien als een van de grootste schilders van de 19de eeuw, ook al werd zijn werk pas na zijn dood wereldberoemd. De tentoonstelling Van Gogh, al onze schilderijen neemt bezoekers mee langs de drie thema’s die als een rode draad door Van Goghs werk lopen: geloof, hoop en liefde. Met zijn kunst wilde Van Gogh mensen troost en inspiratie bieden. Helene Kröller-Müller voelde zich sterk verbonden met de manier waarop hij betekenis en spiritualiteit vond in het dagelijks leven, in de mens en in de natuur. Omdat veel van Van Goghs meesterwerken regelmatig worden uitgeleend aan musea over de hele wereld, krijgen bezoekers zelden de kans om de collectie in haar geheel te zien. Voor liefhebbers van Van Gogh is deze tentoonstelling dan ook een unieke kans en een absolute must-see. Het is voor het eerst sinds 1984 dat alle schilderijen samen worden getoond. De tentoonstelling Van Gogh, al onze schilderijen is te zien van 15 september 2026 t/m 3 januari 2027, Kröller-Müller Museum, Houtkampweg 6, Otterlo. Website: www.krollermuller.nl. Keramiekmuseum Princessehof presenteert een tentoonstelling over studioZAND. Het atelier ontvangt dit jaar de Van Achterberghprijs vanwege hun bijzondere bijdrage aan de ontwikkeling van keramische kunst en keramiek in Nederland. De expositie toont een greep uit vroeg, recent en gezamenlijk werk, en objecten die in dit atelier zijn gemaakt door en voor andere ontwerpers, waarmee een overzicht van de geschiedenis van de keramiekstudio wordt geschetst. StudioZAND werd in 2003 opgericht door Frans Ottink en Erna Huppelschoten. Ottink ontwerpt dan al vijftien jaar serviesgoed in porselein, met heldere vormen en subtiele details. Huppelschoten maakt sieraden van verschillende materialen, waaronder zilver en porselein. In hun atelier in Amersfoort maken ze niet alleen autonoom werk; ze ondersteunen ook zowel beginnende als gevestigde ontwerpers. Elke twee jaar reikt de stichting Van Achterbergh-Domhof de Van Achterberghprijs uit aan een persoon of instelling die een bijzondere bijdrage heeft geleverd aan de ontwikkeling van de keramische kunst in Nederland. De stichting is opgericht door keramiekkenner en -verzamelaar Jacob van Achterbergh (1928-2009) voor de bevordering van toegepaste kunsten, in het bijzonder keramiek. De winnaar van de oeuvreprijs ontvangt een bedrag van €15.000 en een tentoonstelling in Keramiekmuseum Princessehof. De prijsuitreiking vindt plaats op 26 september 2026 in de Grote Kerk in Leeuwarden. De tentoonstelling Van Achterberghprijs 2026: studioZAND is te zien t/m 10 januari 2027 in Keramiekmuseum Princessehof, Grote Kerkstraat 9, Leeuwarden. Website: www.princessehof.nl en studiozand.nl. Het Centraal Museum presenteert Godenschemering – Frans Franciscus, een omvangrijke solotentoonstelling van de kunstenaar Frans Franciscus (Utrecht, 1959) die schilderijen en keramiek uit vier decennia samenbrengt met topstukken uit de collectie van het Centraal Museum. De titel Godenschemering verwijst naar de omwenteling in de kunstwereld rond 1980, toen een nieuwe generatie figuratieve kunstenaars naar voren trad. Frans Franciscus behoorde daartoe en ontwikkelde een geheel eigen beeldtaal waarin kunstgeschiedenis, humor en maatschappijkritiek samenkomen. Al meer dan veertig jaar verbeeldt hij op kritische en scherpzinnige wijze thema's als diversiteit, identiteit en onrecht – thema's die vandaag actueler zijn dan ooit. Franciscus zet daarvoor de kunstgeschiedenis in: zijn werk wortelt in de traditie van meesters uit verschillende tijden. In zijn schilderijen zie je onder anderen schilders, queer personen en figureren ontleend aan christelijke heiligen. Door historische motieven te verbinden met eigentijdse situaties laat hij zien hoe menselijke verlangens, conflicten en gedragingen door de eeuwen heen verrassend herkenbaar blijven. Speciaal voor de tentoonstelling realiseerde Franciscus het monumentale drieluik No Masters or Kings When the Ritual Begins (2025). Een bijzonder onderdeel van de tentoonstelling vormt de gedeeltelijke reconstructie van het atelier van Franciscus uit zijn studietijd aan de Utrechtse kunstacademie. Gelijktijdig met de tentoonstelling verschijnt bij WBOOKS de publicatie Godenschemering | F. Franciscus – schilder in gevecht met de kunstgeschiedenis van gastcuratoren Paul van den Akker en Claar Griffioen. De tentoonstelling Godenschemering – Frans Franciscus is te zien van 10 juli t/m 22 november 2026 in het Centraal Museum, Agnietenstraat 1, Utrecht. Website: www.centraalmuseum.nl. Building a House Without Bricks in de Appel in Amsterdam bestaat uit een publieksprogramma en een tentoonstelling georganiseerd door damdam, een collectief van collectieven met deelnemers aan het Curatorial Programme van de Appel, de tijdelijke masteropleiding Lumbung Practice van het Sandberg Instituut en Gudskul, Jakarta. Het festival richt zich op het ontwikkelen van methoden voor collectieve organisatie in tijden van crisis, en is opgebouwd rond drie centrale vragen: Hoe organiseren we ons? Hoe verdelen we arbeid en middelen? Hoe delen we wat we produceren? Deze tentoonstelling in de Appel is de tweede akte, na een publieksprogramma in OT301 in juni 2026. Hier wordt de bezoeker uitgenodigd in ons huis, waar we ons richten op fysieke en materiële structuren; op objecten en het potentieel van herverdeling van middelen door middel van transvestment (het overbrengen van middelen van het ene waardesysteem naar het andere). De objecten zijn gemaakt in opdracht van de verschillende collectieven binnen damdam, die instructies hebben gedeeld om gezamenlijk een huis te bouwen dat aansluit bij de behoeften voor het in stand houden van collectieve praktijken. Met deze objecten wordt een huis gebouwd dat middelen kan omzetten naar de lokale context van elk collectief, met behulp van een raamwerk dat het productiebudget en de vergoedingen in evenwicht brengt met hun behoeften. Building a House Without Bricks streeft ernaar om via deze infrastructuren en objecten een huis voor de collectieven binnen damdam te creëren, om te blijven oefenen, samenkomen en van elkaar te leren. De tentoonstelling Building a House Without Bricks is t/m 14 augustus 2026 te zien in de Appel, Tolstraat 160, Amsterdam. Website: www.deappel.nl. Samenstelling: Rob den Boer
Tijdens ieder bezoek aan de Kunsthal in Rotterdam worden de bezoekers geconfronteerd met een groot kunstaanbod. Het is best lastig om een keuze te maken. Toen ik in de Kunsthal was, bestond het aanbod onder andere uit 'Flowers Forever', met meer dan tweehonderd objecten uit kunst, design, mode en wetenschap; 'Mr. Goodman: The Kiteman', met een overzicht van vliegers (om mee te vliegeren) uit alle delen van de wereld en het site-specifieke werk 'Continuum' van Sabine Marcelis (1985), een serie marmeren volumes in de 'etalage' van de Kunsthal op de karakteristieke hellingbaan, die dwars door het gebouw loopt. Ik koos voor Flowers Forever. Binnenkomend in de eerste ruimte word je gelijk overdonderend door een firmament van stralende bloemen- en takkenkransen in vele kleuren, vanaf het plafond. En de verwondering houd niet op. Elke ruimte die je betreedt, laat zien hoe bloemen uitgroeiden van mythische en religieuze iconen tot statussymbolen. Een bloemenschilderij van Hannah Höch, 'Holland', 1942, ontroerde mij en wil ik daarom uitlichten. Je ziet witte, half doorzichtige tulpen en hyacinten op de voorgrond, die contrasteren met de kleurrijke bollenvelden en de grijze, donkere lucht. De Nederlandse bloemvelden op de achtergrond lijken bijna abstracte kleurvlakken. Met de tulpen verwijst Hannah Höch naar de periode waarin zij in Nederland woonde, 1926-1929, toen zij haar creativiteit ontwikkelde. Hannah Hoch maakte dit schilderij in de periode van het nationaalsocialisme, haar kunst werd verboden en als 'ontaard' (Duits: 'Entartete kunst') bestempeld. Ze mocht haar werk niet meer tonen. Dat ervaar ik ook in dit schilderij: de bloemen op de voorgrond blokkeren het zicht. Ze laten zien dat Höch zich in Duitsland niet vrij voelde. Er waren ook vele bloemminiaturen te zien en de nauwkeurige bloemen- en insectentekeningen van de entomologe Maria Sibylla Merian (1647-1717) ontbraken uiteraard niet. Deze tentoonstelling geeft voor het eerst in Nederland een uitgebreid cultuurhistorisch overzicht van de bloem. Flowers Forever is nog te zien t/m 30 augustus 2026 in Kunsthal Rotterdam, www.kunsthal.nl.
In Rijksmuseum Twenthe in Enschede hangt momenteel een grote overzichtstentoonstelling van de Finse schilder Pekka Halonen (1865-1933). Hij behoort in Finland tot de meest geliefde kunstenaars. Helaas zijn zijn prachtige schilderwerken buiten zijn geboorteland nauwelijks te zien. Opgegroeid in de natuur van Lapinlahti, in het merengebied van Oost-Finland, haalde Pekka Halonen zijn hele leven inspiratie uit de authenticiteit van het landschap. Hij schilderde de wisseling van de seizoenen en probeerde de helderheid van het Scandinavische licht te vangen. Terwijl Finland industrialiseerde, waarvoor op grote schaal bossen gekapt werden, leidde Halonen een simpel leven, midden in de natuur. Bovendien was hij zich bewust van de consequenties van deze houtkap. Zijn schilderijen van meren, landschappen en smeltend ijs kregen een activistisch karakter. Ze pleiten niet alleen voor het behoud van de Finse ziel, maar ook voor redding van de leefomgeving. Wat mij opviel in zijn schilderwerken is de ongerepte Finse natuur die hij op een meesterlijke wijze vast legt. Ook de schilderijen met portretten van zijn familie, broers, neven en vrouwen met hun wasgoed aan de oevers van het meer, laten zijn meesterschap zien. Zo levensecht, zo geniaal, je voelt bijna wat zij denken als je ze daar ziet staan. Pekka Halonen heeft een opleiding genoten in Helsinki en verbleef een periode in Parijs, waar destijds zoveel kunstenaars naartoe trokken. Daar leerde hij Paul Gauguin kennen. Toch keerde hij terug naar zijn geliefde Finland, Parijs werd hem te druk. Aan het Tuusulameer, op dertig kilometer van Helsinki, vond hij zijn droomplek, midden in de natuur. Hij bouwde er een woonhuis met atelier en noemt het Halosenniemi (de landtong van Halonen). Hier leefde hij zelfvoorzienend, samen met zijn vrouw en acht kinderen. Ze hadden een moestuin, die behalve groenten ook kleurrijke composities opleverde. De omringende natuur inspireerde hem tot het maken van schilderijen met schitterend licht. Deze levensstijl sprak meer kunstenaars aan, er ontstond een hechte culturele gemeenschap aan dit meer. Schrijvers en componisten met dezelfde sociaal-politieke overtuigingen vestigden zich rond Halosenniemi, componist Jean Sibelius (1865-1957) was één van hen. Op een gegeven moment stond ik midden in een sneeuwzaal, een apotheose! Finnen hebben meer dan vijftig woorden voor sneeuw, zoals viti (verse poedersneeuw), hotto (zachte losse sneeuw), tykkylumi (sneeuw die zwaar aan bomen kleeft). Niemand was zo goed in het weergeven van al die verschillende soorten als Pekka Halonen. Hij wordt niet voor niets de 'Sneeuwschilder' genoemd. Zijn sneeuwschilderijen ademen de invloed van zijn verblijf in Parijs. Daar leerde hij kunststromingen kennen, zoals het Japonisme en het neo-impressionisme. In zijn latere werken werd zijn stijl bijna abstract. Wat altijd bleef is de stilte, de witte rust die zijn schilderijen uitstralen. Er hangen 84 werken van Pekka Halonen, die bruiklenen zijn uit Finse museale en particuliere collecties. Het Rijksmuseum in Twenthe is meer dan een bezoek waard om deze Finse schilder te leren kennen, maar ook zijn land. Pekka Halonen - Een ode aan Finland is nog te zien t/m 16 augustus 2026 in Rijksmuseum Twenthe, www.rijksmuseumtwenthe.nl. Impressies door Petra Adema-Nienhuis. |