Dec. 2025 - jan. 2026, 20e jg. nr.4. Eindredactie: Rob den Boer. E-mail: redactie.bkj@gmail.com.
 

Jo Koster: onafhankelijk kunstenares in hart en ziel

Parmantig en zelfbewust kijkt Jo Koster de kijker aan op het zelfportret waarop ze, op latere leeftijd, is afgebeeld met een bril met een helder en een getint glas. Dit schilderij staat ook op de poster en andere reclame-uitingen van Museum Gouda voor de tentoonstelling over het werk van Jo Koster, met schilderijen en een selectie van haar tekeningen. Ze leefde van haar kunst, bouwde een huis, maakte verschillende reizen per auto door Europa en trouwde nooit. Zeer ongebruikelijk in haar tijd, de eerste helft van de 20ste eeuw. Maar Jo Koster liet zien dat het kon.

Door Rob den Boer

Een fijn museum, in Gouda, gevestigd in een oud gasthuis aan een gracht, net voorbij de Sint-Janskerk die met zijn lengte van 123 meter de markt, met in het midden het oude stadhuis, helemaal overschaduwt. Het museumgebouw is nog grotendeels origineel, niet ten prooi gevallen aan renovatie- en vernieuwingsdrang. Door een bescheiden entree loop je de kapel binnen waar diverse meer dan menshoge altaarstukken uit de 16e eeuw staan opgesteld.

Na de volgende zaal met schuttersstukken kom je in de tentoonstelling van Jo Koster. Iedere zaal heeft een andere kleur, passend bij het kleurige werk van de kunstenares. In de eerste zaaltekst wordt meteen haar onafhankelijkheid benadrukt. Jo Koster werd in 1868 geboren in Kampen als oudste dochter van een officier in het leger, die regelmatig werd overgeplaatst, waardoor het gezin veel moest verhuizen. Toen Jo dertien was, kreeg ze haar eerste tekenlessen in Dordrecht. Het meisje had talent en dat kon ze al vlug benutten toen haar vader overleed. Ze was toen pas zeventien jaar, maar volgde een opleiding aan de Rijksnormaalschool voor Teekenonderwijzers in Amsterdam, zodat ze met lesgeven het kleine pensioen dat haar vader had nagelaten, kon aanvullen en het gezin helpen onderhouden. Deze verantwoordelijkheid op zo'n jonge leeftijd, maakt iemand wel onafhankelijk! Toch verloofde ze zich, maar van een huwelijk kwam het nooit.

Studiejaren
In Dordrecht werkte Jo Koster in het atelier van de schilder Roland Larij, die landschappen en boereninterieurs schilderde. Ze leerde het werk van Théophile de Bock kennen, die geïnspireerd door de schilders van Barbizon, buiten naar de natuur schilderde. Dat sprak haar zeer aan. Na de Teekenschool was ze verder gaan studeren aan de Rotterdamse Academie van Beeldende Kunsten. Ze had als enige van haar klas een eigen atelier en bouwde al een naam op als portretschilder. Op de academie mocht ze zelfs een cursus geven. Het verbod voor vrouwen om naar naaktmodel te tekenen, loste ze handig op door een advertentie te zetten voor een huisnaaister en de respondenten vervolgens te vragen om voor haar te poseren. Maar Jo Koster wilde meer. Ze wil naar het buitenland om nieuwe inspiratie op te doen. In 1894 kreeg ze de Koninklijke Subsidie voor Vrije Schilderkunst en daarmee kon ze naar Brussel en Parijs om in ateliers van meester-kunstenaars het vak verder te leren.

Toen ze genoeg verdiende met het maken van portretten en andere opdrachten, trok ze per fiets met een opvouwbare ezel de natuur in, om net als de schilders van Barbizon vrij werk te maken, met name in de omgeving van Zwolle en Hattem, waar ze sinds 1902 woonde. Ze liet later in Hattem een huis bouwen dat ze zelf had ontworpen en noemde het 'Honk'. Door het grote raam op het noorden had ze perfect licht om stillevens en portretten te schilderen, maar ze gaf er ook tekenles en speelde piano. Op 'Interieur met piano' is het instrument te zien voor een groot raam, in divisionistische stijl met streepjes en stippen en rode, gele, blauwe en groene kleuraccenten, wat de sfeer erg dynamisch maakt.

Erop uit!
In de omgeving van Zwolle leerde Jo Koster allerlei mensen kennen, via wie ze haar netwerk om opdrachten te krijgen gestaag uitbreidt. Ze schilderde portretten van gegoede burgers in een traditionele stijl, met veel aandacht voor de stofuitdrukking van de kleding van de geportretteerde dames. Een prachtig voorbeeld hiervan is 'Portret van Marietje Blussé Van Oud-Alblas' uit 1896. Een aantrekkelijke jongedame zit quasi-ontspannen half onderuit op een stoel, in een prachtige lichtblauwe jurk met een boek op schoot en wat gele bloemen. Ze kijkt je zo aan dat je als het ware naar het portret toegetrokken wordt. Onder Jo Kosters vrienden waren er veel met voor die tijd vooruitstrevende ideeën, zoals Marie Jeanette de Lange, die streed voor de vrijheid van vrouwen om gemakkelijk zittende kleding te kunnen dragen, in plaats van het toen gangbare strakke korset. Er was dus wel een discrepantie tussen Jo Kosters moderne ideeën en haar onderwerpen!

Ondanks haar drukke schilderpraktijk bleef Jo Koster erop uit trekken. Sinds 1900 kwam ze gedurende twintig jaar bijna ieder jaar in Staphorst, het bekende streng Gereformeerde dorp. Ze was ook in het kunstenaarsdorp Laren geweest, maar dat vond ze te druk. Ze bleef soms maanden in Staphorst en slaagde erin om opgenomen te worden in de zeer gesloten gemeenschap. Ze ging mee naar kerkdiensten, vierde hun feesten mee en kwam bij de mensen thuis; ondertussen schilderde ze het werk op het land, de interieurs van de huizen en de klederdracht. 'Met haar schilderkist omhangen, trok zij achter de aardappelrooiers aan (…) ze leefde het leven van de boeren mee', observeerde J. Slagter in Elsevier uit 1920.

In 'Staphorster interieur' (1912), een prachtig helder schilderij, zie je een vader die op de haard wat eten klaarmaakt, zijn dochter aan tafel en nog een klein kind in een wieg, in een door de zon beschenen huiskamer, die opmerkelijk opgeruimd en schoon is. Er is zoveel ruimte in wat toch een arbeidershuis of boerderij schijnt, dat het lijkt alsof we dit tafereel door een groothoeklens bekijken. Verder hangen er portretten, 'Staphorster meisje' met een hark over haar schouder en 'Staphorster meisje op weg naar de maaiers' met een trommel met proviand en een fles aan een stok over haar schouder, beide in kleurige klederdracht met het uitgestrekte platteland, vol bloemen, achter zich. Vooral aan de kleding is duidelijk aandacht besteed.

Eigen stijl
Jo Koster nam haar kunstenaarschap zeer serieus en dat spreekt ook uit haar werk. Ik kwam bij toeval op deze tentoonstelling en was aanvankelijk helemaal niet van plan er iets over te schrijven. Langzamerhand werd ik haar werk ingetrokken, dat boeit door de onderwerpkeuzes en overtuigt door haar kennis van wat ze schildert en uitstekende vaktechnische beheersing. Ze maakte schetsen en figuurstudies voor latere schilderijen, waarvan ook een selectie op de tentoonstelling is te zien. Mensen in allerlei houdingen, landbouwdieren zoals ezels, varkens, koeien en paarden, maar bijvoorbeeld ook een ploegwagen, waar ze met potlood bijschreef waar alle onderdelen voor dienden.

Hoewel ze in haar beginperiode vrij traditioneel werkte, ontwikkelde ze in haar schilderijen naar de natuur een meer eigen, impressionistische stijl, met veel kleur. Je ziet dat mooi in 'Bomen op Flip Hul' (1918), een klein landgoed bij Hattem. Typerend voor Jo Koster is dat je als toeschouwer als het ware midden in de natuur staat, in dit geval in het bos. De bomen vullen het gehele doek, je ziet zelfs geen lucht! Jo Koster kon nu haar eigen onderwerpen kiezen en vrij werk maken, zonder opdracht. Wel paste ze haar stijl zo nodig aan haar onderwerpen aan. Net als tijdgenoten als Jan Toorop, Ferdinand Hart Nibbrig en Co Breman werkte ze een tijdje divisionistisch, dat wil zeggen, met stippen en streepjes en nadruk op licht, maar haar voorstellingen werden nooit bijna abstract, zoals 'Novemberzon' van Jan Toorop (1889), dat ook in de tentoonstelling is te zien.

Jo Koster werd ook geïnspireerd door Vincent van Gogh, waarvan ze reprodukties verzamelde. Er ontstonden een aantal werken die duidelijk door Van Gogh waren geïnspireerd, zoals 'Olijfboomgaard in Toscane' (1925), 'Vrouw achter weefgetouw' (1926) en 'Stilleven met uitgebloeide zonnebloemen en kastanjes' (1940). Je moet heel erg goed kijken om uiteindelijk de vrouw achter het weefgetouw te ontdekken, maar ze zit er wel, je ziet alleen haar kruin en haar voeten. Een uitgebloeide zonnebloem was begin 20ste eeuw een symbool voor de jong overleden Vincent, die zonnebloemen als symbool voor het leven zag.

Reizen
Naast al deze bezigheden maakte Jo Koster veel reizen door heel Europa, met de trein of per auto. In Engeland, Duitsland, Zwitserland en Frankrijk bezocht ze onder andere musea om inspiratie op te doen. In 1923 reisde ze naar Positano in Italië, waar veel kunstenaars kwamen. Ze kon er door het warme klimaat meer buiten schilderen, onder andere het dorpje, dat tegen steile rotsen is aangebouwd. Dit schilderij, 'Positano' (1923), is weer in een meer traditionele stijl geschilderd, met veel hoekige vormen en grijstinten. Ook bezocht ze Concarneau in Bretagne, Frankrijk, waar ze de oude binnenstad schilderde. Een mooi voorbeeld hiervan is 'Nonnetjes, Concerneau' (1928), waar je in wit habijt geklede nonnen met de typisch Bretonse muts op langs de kade ziet lopen, met op de achtergrond de zware Middeleeuwse vestingwerken van de stad. In 'Zeilboten in Bretonse haven (Concerneau)' uit 1927 zie je een meer Gauguin-achtige stijl met licht omkaderde kleurvlakken. De zeilen vullen bijna het gehele schilderij en worden vrijwel één met lucht en water die ook uit een soort vlakken bestaan.

Dat een vrouw alleen, of samen met andere vrouwen, door Europa reisde, was in die tijd zeer bijzonder, zeker toen Jo Koster in 1930 met twee leerlingen in een tweedehands Renault door Europa trok. Op deze reizen maakte zij zelf briefkaarten met prachtige, gedetailleerde gekleurde tekeningen erop, waar op de tentoonstelling een hele muur aan is gewijd. In Zwitserland maakte ze twee prachtige schilderijen van het Alpenlandschap, die naast elkaar hangen en overwegend blauw zijn. 'Bergmeer in de Alpen' (1920), waarin lucht, bergen, landschap en het meer in elkaar overvloeien en in feite tot één geheel versmelten, mede door de weerkaatsing van de Alpen in het water. In 'Sneeuwsterren' (1922) – die ontstaan wanneer waterdamp direct bevriest op stof- of stuifmeeldeeltjes hoog in de lucht – gebeurt in feite hetzelfde met lucht, bergen en sneeuwlandschap, waarin sneeuwsterren liggen te fonkelen. Het karrenspoor dat Jo Koster zelf maakte met haar auto is nog zichtbaar. Voor mij behoorden deze werken, als Zwitserland-liefhebber maar ook artistiek gezien, tot de hoogtepunten van de tentoonstelling!

Jo Koster bleef niet onopgemerkt, ze verkocht haar schilderijen op (groeps)tentoonstellingen, ze was lid van de kunstenaarsverenigingen Arti & Amicitiae, Pulchri en St. Lucas. Verzamelaars kochten haar werk aan, onder andere Helene Kröller-Müller. Jo Koster trouwde nooit, maar had wel veel vrienden, waaronder diverse kunstenaars, en leerlingen, die haar ook vergezelden op reizen. Aan het einde van haar leven ontwikkelde zij een oogafwijking, zoals te zien aan haar bril met één donker glas op 'Zelfportret' uit 1939, maar ze werkte tot haar dood in 1944 stug door. Dat was Jo Koster, hard werkend, ongebonden, onafhankelijk, nieuwsgierig, onderzoekend, kunstenares in hart en ziel!

Jo Koster - kunstenaar, nog t/m 4 januari 2026, Museum Gouda, Oosthaven 9, Gouda. Website: www.museumgouda.nl.