Dec. 2023 - jan. 2024, 18e jg. nr.3. Eindredactie: Rob den Boer. E-mail: redactie.bkj@gmail.com.
 
VOORKANT ACTUEEL AGENDA UITGELICHT ARCHIEF COLOFON 
voorpagina
artikel
recensies van tentoonstellingen actuele exposities
Nederland BelgiŽ
opmerkelijke
kunstberichten
artikelen uit  
vorige nummers

over Het Beeldende Kunstjournaal

 

Actueel

Wybrand Hendriks: Een spelend genie

Kunstenaar, conservator, kastelein, restaurator, bestuurder, verzamelaar, kunsthandelaar, netwerker, dat waren de werkzaamheden van Wybrand Hendriks tijdens zijn dienstverband bij het Teylers Huis en Museum, tussen 1785 en 1820.

Door Joke M. Nieuwenhuis Schrama

Bijna vijfendertig jaar was Wybrand Hendriks (1744-1831) werkzaam voor het Pieter Teylers Huis en het aanpalende museum. Dat bestond toen alleen nog uit de Ovale Zaal. Vraag het aan een willekeurige kunstliefhebber, kunstrecensent of journalist, dan zal zijn naam hen wellicht bekend voorkomen, maar weinig kunnen zijn werken direct benoemen.

Daarmee wordt Hendriks tekort gedaan. Deze tentoonstelling brengt een ode aan een wat vergeten kunstenaar, ondergesneeuwd door alle kunststromingen die na hem ontstonden. De thematische tentoonstelling is verdeeld over de grote expositiezaal en het prentenkabinet.

 
Wybrand Hendriks (1744-1831), 'De Ovale Zaal van Teylers Museum', 1802-1820, olieverf op paneel, 47,7 x 62 cm, Teylers Museum, Haarlem. (schenking van mr. H.J.D.D. Enschedé, 1897)

"Bewooner of Castelein van het fundatiehuis van wylen de Heer Pieter Teyler van der Hulst"
Die functie ging Hendriks vervullen bij het in dienst treden op 20 juni 1785, waarbij er een wat meer uitgebreide functieomschrijving met heel wat verantwoordelijkheden op hem wachtte. Hendriks werd gekozen uit negen kandidaten en was in al die jaren een zeer gewaardeerd kastelein, tot aan zijn zelf ingediende en hem eervol verleende ontslag in 1820.

Bij de functie van 'Castelein' had ik aanvankelijk een corpulente kroegbaas in gedachten, met voorschoot om en een glazendoek over zijn schouder. Maar dat beeld past niet bij Hendriks, het beroep kastelein had toen ook de betekenis van (onder meer) plaatsvervangend kasteel- of burchtheer, een soort rentmeester. Hendriks diende ervoor te zorgen dat alles in het complex, dus woonhuis en het 'Musaeum' dat in 1774 was geopend, netjes verliep. Daarnaast was hij verantwoordelijk voor de collecties en de uitbreiding daarvan.

Voor de stad Haarlem ontplooide hij ook diverse culturele, sociale en maatschappelijke activiteiten. Een mooi voorbeeld is zijn betrokkenheid bij de (her)oprichting van de Haarlemse Teekenacademie. Sinds 1777 was hij al een van directeuren bij deze academie, die als doel had 'Arme kinderen so uijt de Godshuijsen van alderleij gesintheijd' in de tekenkunst te onderwijzen. Dat Hendriks een duizendpoot was, heeft hij in die vijfendertig jaar absoluut bewezen. Deze tentoonstelling gaat echter voornamelijk over zijn kunst en kunde. Hendriks was zowel een uitstekend tekenaar als schilder.

Stadsacademie voor de Teekenkunst Amsterdam
Zijn kunstopleiding kreeg Hendriks in Amsterdam, twee avonden per week, vanaf 1765 bij de 'Stadsacademie voor de Teekenkunst'. Overdag hielp hij zijn vader in diens beeldhouwatelier, dus de liefde voor de kunsten was hem wel meegegeven. Drie tekenwerken waarmee hij in de prijzen viel tijdens zijn academietijd in 1772,1773 en 1774, zijn op de tentoonstelling te zien. Dat hij talentvol was, wordt in de selectie van zijn werken in Teylers Museum zeker duidelijk.

Bij het thema 'Kastelein en Directeur' is zijn zelfportret sterk uitvergroot op een wand, in de vorm van een soort 'wallpaper'. Hendriks schilderde het in 1807, in olieverf op paneel. De kunstenaar was toen rond de drieënzestig en hij doet me een beetje denken aan Rembrandt op die leeftijd, ook al door de muts of baret die hij losjes op zijn hoofd heeft gezet.

Wat meer flamboyant heeft hij zich uitgebeeld met hoge hoed, samen met zijn vrouw Agatha Ketel, ergens tussen 1791 en 1800, in olieverf op paneel. Een aardig tafereeltje, naar alle waarschijnlijkheid in het Teylers Huis. Je ziet Hendriks iets uitleggen aan zijn vrouw (of hij probeert dat), terwijl zij min of meer toeluistert, maar niet erg onder de indruk lijkt te zijn en zich mogelijk zelfs gestoord voelt in haar bezigheden. Het kan zelfspot zijn geweest van de kunstenaar, omdat hij zijn vrouw wel op de voorgrond heeft geschilderd, of was het toch een uitbeelding van 'mansplaining' (neerbuigend gedrag ten opzichte van een vrouw)?

Kunstenaar als taak
Wybrand Hendriks' tekenvaardigheden zijn ook te bewonderen in Teylers Museum.

Wybrand Hendriks (1744-1831), 'Portret van Jacob Feitama en Elisabeth de Haan', 1790, olieverf op doek, 85,5 x 69,5 cm, Mauritshuis, Den Haag.

Er hangen onder meer drie werken met pen en penseel in grijze inkt, op papier. Het zijn natuurgetrouwe tekeningen, onder andere van het beroemde fossiel de 'Mosasaurus' uit 1803. Deze tekeningen maakte hij naar aanleiding van de collectie fossielen in Teylers Museum, in nauwe samenwerking met zijn collega Martinus van Marum (1750-1837). Die fossielen zelf zijn nog steeds te bekijken in de fossielenzaal.

De ruimte in het Teylers Huis die Hendriks als atelier zou gaan gebruiken, liet hij om lichttechnische redenen verbouwen. Een blinde muur werd eruit gesloopt en vervangen door één met ramen, zodat hij beter licht vanuit het noorden kon vangen ten behoeve van zijn teken- en schildersbezigheden. Mogelijk ook om oog te kunnen houden op wat er zich afspeelde in de vergaderkamer van de directie beneden, het observatorium op het dak, en de binnentuin. Die binnentuin is overigens ontworpen door Leendert Viervant (1752-1801), de architect die ook de Ovale Zaal op zijn naam heeft staan. Want die bezigheden zaten ook in Hendriks' takenpakket, zoals zijn biograaf en tijdgenoot Adriaan van der Willigen dat heeft verwoord:
'Zijne omstandigheden van dien aard zijnde, dat hij niet bepaaldelijk voor den kost behoefde te arbeiden, doorliep zijne spelende genie schier alle vakken der kunst'.

Portretten
Hendriks kon zich dus het een en ander veroorloven en niet iedere kunstenaar in zijn tijd verkeerde in die gunstige omstandigheden. Evengoed kon hij zijn talent hierdoor ten volle benutten en schilderijen maken in de diverse genres, zoals landschappen, stadsgezichten, stillevens, wildstukken, portretten...

Naast zijn takenpakket voor het Teylers complex kreeg hij ook opdrachten om de Amsterdamse en Haarlemse elite te portretteren. Die zette hij heel natuurgetrouw neer, soms zelfs karikaturaal, zoals in het dubbelportret van het echtpaar Jacob Feitama en Elisabeth de Haan, dat Hendriks schilderde in 1790. Met nogal minzame blikken kijken ze ons aan en Elisabeth zit daar zelfs prominent te wezen, ten voeten uit. Zij was het poseren mogelijk goed zat geworden, want haar benen zijn onappetijtelijk wijd uiteengevallen onder haar fluwelen of zijden rokken. Ook loten van de bekende Haarlemse familiestam Enschedé werden door Hendriks vereeuwigd in olieverf op doek.

Het is allemaal nog in de pruikentijd, vooral de exemplaren van de dames zijn protserig en moeten nog al wat gewogen hebben, zeker als er ook een hoed met veren bovenop werd gezet.

Muizenvanger
In het Teylers Huis was ook een witte kat aanwezig, in ieder geval tussen 1790 en 1800, want in die tijd is het dier, zonder naamsvermelding, door de kunstenaar geaquarelleerd. De poes of kater is aardig uit de waterverf gekomen bij Hendriks, met een mooi 'colorpoint' op het voorhoofd. Het dier was naar verluidt vooral belast met de taak om de muizen of ratten buiten de deur te houden.
Even verderop kom ik de kat weer tegen op Hendriks' werk 'De hoofdingang van het hofje van Bakenes in Haarlem', dat hij schilderde tussen 1815 en 1818 in olieverf op paneel. Misschien is de kat de kunstenaar achterna gelopen, langs de gracht, op weg naar het beoogde stadsgezicht, het hofje ligt niet ver van het Teylers Huis. Het is fantasie, maar niet ondenkbaar, evengoed zou het dier dan al oud zijn geweest. Het hofje is er nog steeds (zij het intussen wel wat uitgebreid), vanuit het museum is het vier minuten lopen. Hendriks zocht zijn onderwerpen dus ook graag dichtbij.

 
Wybrand Hendriks (1744-1831), ' De hoofdingang van het Hofje van Bakenes in Haarlem', 1815-1818, olieverf op paneel, 49,5 x 37,5 cm, Frans Hals Museum, Haarlem (in langdurig bruikleen aan Rijksmuseum Twenthe, Enschede).

Wybrand Hendriks was hier! Teylers Museum, Haarlem, t/m 7 januari 2024. Website: www.teylersmuseum.nl.

Bij deze tentoonstelling is een rijk geïllustreerde catalogus verschenen met bijdragen van de curatoren en vele anderen. Naast een overzicht van Hendriks' kunstzinnige activiteiten, staan er ook uitgebreide beschrijvingen in van zijn werkzaamheden voor het Teylers Huis en Museum, alsmede zijn familieleven en zijn culturele, sociale en maatschappelijke betrokkenheid bij de stad Haarlem (ISBN 97894626223828).

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

Is er toekomst voor de glaskunst?

Glas, een 4500 jaar oud medium, is nog springlevend. Dat laat de glasbiënnale in Sofia zien. Tegelijkertijd staat de glaskunst voor grote uitdagingen: wil zij relevant blijven, dan zal er doorgeëvolueerd moeten worden.

Door Han de Kluijver

De vierde Internationale Biënnale van het Glas (The International Biennale of Glass, IBG) is een knooppunt van kennis, en culturele en artistieke uitwisseling, maar vooral ook een 'glasfeest' met veel gelijkgestemden. Deelnemen of een bezoek voelt als thuiskomen. De door een internationale jury geselecteerde werken en de vele lezingen geven een goed beeld van de jongste ontwikkelingen, en verschillende benaderingen en methoden.

De jury selecteerde 222 gevestigde en opkomende kunstenaars uit 48 landen, die werk instuurden op het thema 'Together'. De objecten werden tentoongesteld in de National Gallery Kvadrat 500 in Sofia (6 oktober t/m 3 december 2023).

 
National Gallery Kvadrat 500 in Sofia. Foto: Han de Kluijver.

Deze locatie beschiikt over uitgestrekte ruimten en een overvloedige natuurlijke lichtval. Hier staan ook werken van het Tsjechische echtpaar Stanislav Libenský (1921-2002) en Jaroslava Brychtová (1924-2020), mentoren en vrienden van organisator Konstantin Valchev. Er is ook werk te zien van Václav Cigler. Lucio Bubacco, bekend om zijn extravagante rococo-geïnspireerde sculpturen, en de juwelenmaakster Caterina Zucchi, zijn vertegenwoordigd dankzij de steun van het Italiaans Cultureel Instituut in Sofia. Verder is er een tentoonstelling te zien van vooraanstaande Nederlandse kunstenaars, gefaciliteerd door de ambassade van het Koninkrijk der Nederlanden in Sofia, samengesteld door Han de Kluijver, lid van de internationale jury.

Een ander onderdeel van de biënnale is een reizende tentoonstelling van Hongaarse glasmeesters, in de Sredets Gallery van het Ministerie van Cultuur in Sofia. Deze is georganiseerd door het Ministerie van Buitenlandse Zaken en Externe Economische Betrekkingen van Hongarije (17 oktober t/m 3 november 2023). De tentoonstelling, getiteld 'Glassification.hu', toont abstracte sculpturen van tien glasontwerpers die bekend staan om hun baanbrekende technieken op het gebied van glastransformatie. Op de derde biënnalelocatie, de UniArt Gallery in Sofia, wordt een gezamenlijke tentoonstelling gehouden met werk van nieuwe glaskunstenaars, getiteld 'The Beginning'. Er zijn stukken te zien van studenten van de New Bulgarian University (NBU) en de Anadolu Universiteit in Eskisehir, Turkije (31 oktober t/m 30 november 2023).

Gemeenschappelijke deler
De biënnale in Sofia laat het medium glas in al zijn verschillende vormen en uitingen zien, maar toch zit er ook iets ongemakkelijks in de tentoonstellingen. Er staan veel objecten, waardoor de afzonderlijke objecten niet kunnen 'ademen'. Er staat altijd een ander object naast, dat ook om aandacht vraagt. Daardoor ontstaat meteen het volgende probleem, want het eerste object heeft vaak heel weinig met het tweede te maken. Bij veel van de objecten ontbreekt, los van titel of jaartal, verdere context, zodat de tentoonstelling wat willekeurig aanvoelt.

Ondanks het feit dat veel gepassioneerde kunstenaars hun onderwerp dicht bij zichzelf zoeken, zijn de werken niet terug te brengen tot een gemeenschappelijke deler. Wel worden veel kunstenaars vandaag de dag onvermijdelijk door dezelfde omgeving geïnformeerd, door dezelfde bronnen, in dezelfde tijdgeest. Wat de objecten gemeen hebben, is de artistieke integriteit, en de moed en toewijding van de deelnemende kunstenaars om hun eigen creatieve paden te bewandelen, op zoek naar kwaliteit en eigenzinnigheid. Glas is er in allerlei verschijningsvormen en dat is maar goed ook. Misschien brengt het niets tot stand, maar een goed object laat altijd iets gebeuren.

Uitdagingen
Biënnales spelen een steeds belangrijkere rol bij het bevorderen van het medium glas binnen de beeldende kunst- en designwereld. Kunstenaars gebruiken biënnales onder andere om ideeën te testen die al een tijdje bij hen gisten, of om een nieuwe lijn van conceptueel onderzoek uit te denken. Dat is belangrijk, nu kunstenaars en andere makers die werken met glas voor grote uitdagingen staan.

Christine Vanoppen, 'Out of line', 50 x 45 x 45 cm, 2022. Foto: kunstenaar.

Denk aan klimaatverandering, schaarste van grondstoffen, hoge gasprijzen, of het uitsterven van tradities. Dat de glaskunst onder druk staat, moge duidelijk zijn. Zo zijn in North Lands Creative glasstudio en galerie in Lybster (UK) alle cursussen voor het komende jaar afgezegd. In Nederland vinden exposities, zoals 'Glasrijk Tubbergen' in afgeslankte vorm plaats. De Bernardine de Neeveprijs 2024 wordt jammer genoeg geen open inschrijving, waardoor de aandacht voor de prijs terugloopt. Terwijl juist deze prijs ontwerpers bij elkaar brengt, netwerken uitbreidt en ruimte biedt aan dialoog.

De toekomst
Sommige sprekers op de biënnale in Sofia zinspeelden op veranderingen waarvan ze hopen dat die in gang gezet zullen worden. Door de afnemende beschikbaarheid van grondstoffen is duurzaamheid steeds bepalender voor de toekomst van ons vak. Verschuivende relaties tussen ambacht en productie hebben het landschap van de industriële glasproductie wereldwijd ingrijpend veranderd. Het definiëren van waarden, zoals authenticiteit en vakmanschap, is essentieel om in de toekomst als kunstenaar te overleven.

De glaskunst is een klein wereldje van glaskunstenaars, glasverzamelaars en glasliefhebbers. Dat zo'n situatie op lange termijn onhoudbaar is, lijkt me evident. Sterker nog, je kunt je zelfs afvragen of de term 'hedendaagse glaskunst' nog bestaansrecht heeft. Is het immers niet zo dat de materiaalkeuze voor het maken van een kunstobject dienstbaar moet zijn aan het concept en het object zelf? Is er nog sprake van een glassculptuur als er meerdere materialen, waaronder glas, in worden verwerkt tot één geheel? Wanneer spreek je dan nog over een glassculptuur?

Toch blijft een degelijke vakkennis en het subtiel aanvoelen van het materiaal fundamenteel. Hoe kun je anders ideeën en emoties vertalen naar glas? Het overbrengen van persoonlijke ideeën vereist intelligentie van de hand, het hart en het hoofd. Authenticiteit, verbeelding, innovatie en kennis gaan samen een dialoog aan, die zich onderscheidt van een puur technische benadering van het maken. Deze dialoog kent onder meer waarde toe aan expressie, in een materiële context. Inzicht in de bredere context van de relatie tussen expressie en materie biedt een nieuwe samenhang aan de diverse uitingen van glasproduktie en glaskunst uit het verleden en het heden, en legt een pad naar onze toekomst.

Duurzaam platform
De objecten op de Biënnale in Sofia laten zien dat het niet in de eerste plaats belangrijk is waar een kunstwerk ontstaat (in een studio, of in een fabriek), of hoe het ontstaat (door persoonlijke uitvoering, of door vakmensen), maar dat het idee van de kunstenaar, het concept, het object en de interactie met het publiek de uitgangspunten zijn. Daarom is het nu belangrijk dat we ons afvragen waar we staan. Hoe willen we ons werk tot de maatschappij laten verhouden? Wat kan glaskunst in deze tijd toevoegen en betekenen?

 
Milan Krajicek, 'Feeling', 2021, 60 x 46 x 52, cast, cut. Foto: kunstenaar.

Wellicht zouden we een duurzaam platform moeten creëren voor nauwe en doeltreffende samenwerking tussen producenten, makers en geïnteresseerden in de glassector, zoals kunstenaars, ontwerpers, fabrikanten, docenten, verzamelaars en natuurlijk het publiek. Zo kunnen zij wederzijds hun positie versterken en innovatie aanjagen. Een platform om de artistieke, culturele en economische levensvatbaarheid van glaskunst te bevorderen.

Han de Kluijver is architect bna bni bnsp.

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

Twee haiku's van Ria Giskes. Verder op deze pagina vindt u er nog twee.

 

oostenwind
de laatste blaadjes
beven

het bos
bezaaid met bladeren
bomen vol leegte

 

Haiku: Ria Giskes-Pieters; foto: ©John Giskes.
Meer haiku's van Ria Giskes vindt u hier: http://tjilp.blogspot.com.

Terug naar boven

 

Dieric Bouts, over martelingen en de roep van trekvogels

Dieric Bouts wordt in Leuven geëerd met het festival 'New Horizons' en een bijzondere expositie (Dieric Bouts – Beeldenmaker) in Museum M. Van 22 september 2023 tot 14 januari 2024 geeft de stad deze Vlaamse oude meester een prominente plaats in tentoonstellingen, lezingen, theater, muziek, dans, en stadswandelingen.

Door Joke M. Nieuwenhuis Schrama

Al zo'n tien jaar geleden ontstonden plannen om een tentoonstelling te organiseren rondom Dieric Bouts (1410-1475). Het was aan – onder meer – Peter Carpreau (hoofd oude kunst bij M) om de tentoonstelling op poten te zetten.

Niet minder dan vijfentwintig werken van de vijftiende-eeuwse meester zijn bijeengekomen, vanuit Europese en overzeese musea en kerken. Twee topstukken uit Leuven zelf, die al eeuwenlang in de Sint-Pieterskerk verblijven, zijn ook tijdelijk naar het museum M verkast.

 
Installatiebeelden 'DIERIC BOUTS. Beeldenmaker', M Leuven, 2023, foto: © Useful Art Services voor M Leuven.

Beeldenmaker
Karel van Mander schrijft in zijn Schildersboeck (1606) over ene Dieric van Haerlem: (...)
Hy heeft ghewoont te Haerlem in de Cruysstraet, niet wijt van het Wees-huys, daer een Antijcks gevelken staet, met eenighe verheven tronien, dan t'gelijckt wel dat hy oock heeft gewoont te Loven in Brabant: want ick hebbe ghesien binnen Leyden, van hem een stuck met twee deuren: in't midden was een tronie van eenen Salvator, in d'een deur eenen S.Petrus,in d'ander een S.Paulus tronie, waer onder stondt met gulden letters gheschreven in Latijn dees meeninghe: Duysent vier hondert en twee en tsestigh Iaer nae Christus gheboort, heeft Dirck, die te Haerlem is gheboren, my te Loven ghemaeckt, de eeuwighe rust moet hem ghewerden. Dese tronien zijn ontrent soo groot als t'leven, en na sulcken tijt uytnemende ghedaen, en seer net, met fraey hayr en baerden (…) (bron: www.dbnl.org)

Of het hier over een triptiek ('stuck met twee deuren') van Bouts gaat is niet zeker, maar dat hij in Haarlem is geboren klopt wel, evenals de tijd waarin Bouts leefde en werkte in 'Loven'. Er waren meer schilders die naar Leuven trokken vanwege de grote bloeiperiode van deze stad tussen 1400 en 1500, die zich toen kon meten met Antwerpen en Brussel. Uit Haarlem kwamen ook Gerard David en Geertgen tot Sint Jans, daar geboren of opgeleid.

De tentoonstelling is gelardeerd met werken van beeldenmakers uit onze tijd. Die kunnen variëren van filmfragmenten uit Het Evangelie van Mattheus, (Il Vangelo secondo Matteo) van Pier Paolo Pasolini (1964) tot de wielrenner Eddy Merckx in zijn furoretijd of Beyoncé tijdens de uitreiking van de Grammy Awards in 2017, steeds geplaatst in een toepasselijke setting, context of naar thema, over de verschillende zalen.

Gerechtigheidstaferelen
Eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat ik bij de naam Dieric Bouts alleen werken voor ogen had die te maken hadden met martelingen van andersdenkenden of ketters. Overigens waren die werken in de vijftiende eeuw bon ton, als zogenaamde 'gerechtigheidstaferelen'. Deze uitbeeldingen van pijn en agonie (doodsstrijd) waren toen algemeen, want die zouden de 'goegemeente' voorhouden braaf, deugdelijk en gehoorzaam te zijn, vooral in opdracht van de Kerk. Een voorbeeld hiervan is het drieluik 'De marteling van Sint Hippolytus' dat ik in Brugge voor het eerst zag, een werk dat onvoltooid bleef na de dood van Bouts en zou zijn voltooid door Hugo van der Goes (1440-1482). Het doodsvonnis van de heilige Hippolytus zou in het jaar 236 zijn uitgesproken. Op het centrale stuk is het vierendelen van het lichaam met behulp van paarden te zien en dat wordt in de zijpanelen 'gevolgd' door ogenschijnlijk emotieloze 'mensen' en autoriteiten. Amnesty International bestond nog niet...

'Martyrdom of Saint Erasmus Triptych', Dieric Bouts, ca. 1460-1464, M Leuven / Saint Peter's Church,
foto: artinflanders.be, Dominique Provost.

Naast de kruisiging van Jezus Christus om en nabij het jaar 33, zijn ook andere executies uitgebeeld door Bouts. Er hangt een drieluik met de voorstelling van een 'ontdarming', 'Het martelaarschap van Sint-Erasmus' (Erasmus van Formiae). Dit drieluik is eveneens uit de Pieterskerk gekomen, waar het al eeuwenlang hangt. Zouden de kerkgangers in al die eeuwen ook werkelijk bang zijn geworden... Afijn, horrorfilms zijn ook in het heden nog steeds een vorm van amusement. Sint-Erasmus stierf naar verluidt deze marteldood in het jaar 304 en je vraagt je af waar Bouts de inspiratie moet hebben opgedaan. Misschien uit werken van vroegere kunstenaars, of uit beschrijvingen waarin hij over werkingen van martelwerktuigen had gelezen.

Het grootste tafereel van Bouts in dit genre is te zien in het Leuvense stadhuis. In de presentatie 'Bouts and beyond' hangt een niet te missen werk dat de kunstenaar in 1468 speciaal voor deze locatie schilderde , 'De gerechtigheid van Keizer Otto III'. Een bijzondere projectie laat het verhaal zien dat Bouts koos als aanleiding voor deze taferelen. Normaal niet toegankelijk voor publiek, maar wel gedurende dit festival.

Het laatste avondmaal
Een meesterstuk van Bouts is het veelluik 'Het laatste avondmaal'. Bouts schilderde deze panelen tussen 1464 en 1468 in opdracht van het Leuvense Broederschap van het Heilig Sacrament. Voor het maken van dit topstuk werden hem specifieke voorschriften aangereikt over details die in het werk moesten worden uitgebeeld. Gedurende de uitvoering van deze belangrijke opdracht werd Bouts bijgestaan door een 'team' van universiteitsnotabelen (theologen) die kennelijk belang hadden bij de beoogde details. Vrij werk was niet aan de orde, kunstschilders zoals Bouts waren destijds niet meer of minder dan ambachtsmensen. Zij hadden een atelier waar meerdere schilders(leerlingen) werkten. Over de leerlingen van Bouts is weinig bekend, wel heeft hij zijn zoons Albrecht en Dieric de Jongere in zijn atelier opgeleid. Hun werken zijn ook te zien in deze tentoonstelling.

The Off Hours, 'Een concert voor de kerk en haar geesten' (Jill Magid)
In de Pieterskerk is derhalve een grote lege plek ontstaan, die de Amerikaanse (geluids-)kunstenaar Jill Magid (1973) heeft geïnspireerd om een muziekstuk te componeren. Het is getiteld 'The Off Hours', ook een verwijzing naar het middeleeuwse getijdenboek 'Book of Hours'. Het is als het ware een 'unity piece' geworden, met inbreng van de klarinettist Stuart Bogie, geluidskunstenaar Eric Sluyter en andere medewerkenden.

'The Off Hours' is ontstaan als een vervolg op Magids eerder in M geïnstalleerde werk 'The migration of the wings'. Dat was weer een inspiratie op de bewogen geschiedenis van het drieluik, waarvan zowel het rechter- als linkerluik diverse keren werden geconfisqueerd als oorlogsbuit. Het centrale paneel is altijd in de kerk gebleven.

'Jill gebruikt het gebouw zelf als geluidskast – een grote kerk als Sint-Pieters is gemaakt om zang, gebed en muziek te laten resoneren. In dit geval resoneert de muziek met een verhaal over ballingschap, dat zich afspeelt in de marge van de tijd', aldus de curator Valerie Verhack.

 
'Last Supper Triptych', Dieric Bouts, 1464-1468, M Leuven / Saint Peter's Church. Foto: artinflanders.be, Dominique Provost.

De muzikale compositie van klarinettist Bogie vormt een nieuw metaforisch verband met de Joodse diaspora in het werk van Bouts. De muziek weerspiegelt de migratiestromen van trekvogels en piekt, net als hun nachtelijke roep, bij zonsopgang- en ondergang. Sluyter programmeerde het zodanig, dat de muziek zich gedurende de volledige vijftien sluitingsuren van de kerk blijft ontwikkelen. De Sint Pieterskerk sluit elke avond om 16.30 uur en de koster opent de deuren weer om 07.30 uur de volgende ochtend. Gedurende de vijftien uur dat de kerk is gesloten, wordt dit muziekstuk binnen afgespeeld, en kan het alleen van buitenaf worden beluisterd. Interessant, staande onder één van de kerkramen, al lijkt 15 uur me wel wat lang...

Dieric Bouts – Beeldenmaker, nog te zien t/m 14 januari 2024, Museum M Leuven, Leopold Vanderkelenstraat 28, Leuven (B). Websites: www.mleuven.be en www.diericboutsfestival.be.

De in situ-installatie 'The Off Hours' van Jill Magid in de Pieterskerk blijft tot 28 april 2024. Verder kunt u een hoorspel beluisteren via: www.mleuven.be/dieric-dinges-bouts.

Een lijvige catalogus van de tentoonstelling, met gelijknamige titel, is verschenen onder redactie van Pieter Carpreau, waarin werken van Bouts en zijn tijdgenoten worden beschreven (ISBN 978 94 6466 666 3).

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

Twee haiku's van Ria Giskes.

 

het laatste blad
van mijn agenda -
ik blader terug

oudejaarsavond
ik gedenk ook de bomen
die ik heb gekend

 

Haiku: Ria Giskes-Pieters; foto: ©John Giskes.
Meer haiku's van Ria Giskes vindt u hier: http://tjilp.blogspot.com.

Terug naar boven

 

Kunstflitsen

Het Fries Museum heeft een permanente presentatie geopend over de vele levens van Mata Hari. Ruim honderd jaar na haar dood spreekt haar levensverhaal nog steeds tot de verbeelding. Als Mata Hari veroverde de Friese Margaretha Zelle met sensuele tempeldansen de harten van het grote publiek en van menig officier. Tot de Eerste Wereldoorlog uitbrak en de Fransen haar beschuldigden van spionage en een executiepeloton in 1917 haar leven beëindigde. In deze presentatie wil het museum recht doen aan de vele kanten van het leven van deze beroemde Friezin. Achter het beroemde verhaal van de danseres Mata Hari schuilt een tragische historie. Het Fries Museum werpt licht op de vier verschillende levens van Margaretha Zelle: als moeder, als gescheiden vrouw, als danseres en als spionne. Er zijn hoogtepunten uit de uitgebreide collectie Mata Hari-memorabilia zien, aangevuld met bijzondere stukken van het Fries Historisch en Letterkundig Centrum Tresoar en het Historisch Centrum Leeuwarden. De expositie wordt voor ten minste drie jaar onderdeel van de vaste presentatie op de eerste verdieping van het museum. Meer informatie: www.friesmuseum.nl. (RdB)

Museum Flehite in Amersfoort krijgt van de Armando Stichting een substantiële schenking van werken en de persoonlijke bezittingen van Armando. Samen met de werken die het museum reeds in langdurige bruikleen heeft van de gemeente Amersfoort ontstaat hiermee een representatief overzicht van het veelzijdige oeuvre van Armando. Het museum zal in de toekomst ruimte bieden aan het werk van Armando, zowel in de vaste presentatie als incidenteel in tijdelijke exposities. Het museum gaat bovendien zorgdragen voor het beheer en het bruikleenverkeer van het overige deel van de collectie, dat in eigendom blijft van de Armando Stichting. Na het overlijden van Armando in 2018, kreeg de Armando Stichting de zorg voor de collectie van Armando. Deze bevat beelden, schilderijen, tekeningen, grafiek, keramiek en persoonlijke bezittingen, zoals zijn schildersezel, viool en bokshandschoenen. Armando woonde van 1935 tot 1950 in Amersfoort waar hij als adolescent de oorlog rond Kamp Amersfoort van dichtbij meemaakte. Veel van zijn beeldende kunst, als ook zijn poëzie en proza refereren aan deze periode. Het begrip 'schuldig landschap' is lang een belangrijk thema binnen Armando's oeuvre en wordt later als uitdrukking in de Nederlandse taal opgenomen. Meer informatie: www.armando.nl. (RdB)

Vrijwel alle films van Ed van der Elsken zijn nu gratis te zien op Eye Film Player, de streamingdienst van Eye Filmmuseum. Ed van der Elsken (1925-1990) werd beroemd als fotograaf, maar was ook een gedreven filmer. Met zijn (16mm-)camera trok hij erop uit om het leven en de mensen vast te leggen, uitdagend, betrokken, speels. Voor zijn lens verschenen inwoners van Amsterdam, Parijs en Tokio naast spraakmakende kunstenaars en de filmende fotograaf zelf. Opvallend was Van der Elskens liefde voor mensen, in alle soorten en maten; al zwervend over straat trad hij met ze in gesprek, daagde ze uit, en drukte af op het beslissende moment – van marktkoopman tot kunstenaar, van yakuza-gangster tot punker, van doodgewone passant in het straatbeeld tot kleurrijke paradijsvogel. Daarnaast was er ook de chroniqueur van de zelfkant; hij had oog voor mensen die in de marges van de samenleving verkeerden – vrijwillig en onvrijwillig. Deze 'verschoppelingen' vond hij in de rauwe achterbuurten en rosse straten van grote steden. De films – in lengte variërend van 4 tot 79 minuten, en gefilmd op verschillende formaten – zijn door Eye digitaal geremasterd, in samenwerking met Beeld en Geluid en de erven Van der Elsken. 'De Films van Ed van der Elsken' op Eye Film Player, player.eyefilm.nl/ed-van-der-elsken. (RdB)

 

Impressie

Op een regenachtige zaterdag in november 2023 bezocht ik de tentoonstelling 'Africa Supernova' in Amersfoort. Mijn paraplu had het begeven door de hevige herfststorm, maar deze misère verdween als sneeuw voor de zon bij binnenkomst in het warme museum Kunsthal kAdE.

De werken komen uit de collectie van het echtpaar Carla & Pieter Schulting die deze tentoonstelling hebben samengesteld. Het is opvallend wat Afrikaanse landen aan beeldende kunst te bieden hebben. Ik werd er gewoon door overdonderd. In een filmzaaltje vertelde het echtpaar Schulting in kort bestek hoe zij tot deze verzameling zijn gekomen. Dat de Afrikaanse schilderkunst de afgelopen jaren een grote vlucht heeft genomen, is duidelijk waar te nemen in deze tentoonstelling. Er zijn niet alleen indrukwekkende schilderijen, maar ook sculpturen en foto's te zien uit alle delen van het Afrikaanse continent. De bezoeker ziet beelden met lange geschiedenissen en traumatische ervaringen. Sommige afbeeldingen vertellen grote verhalen, overleveringen, maar ook culturele ervaringen.

Ik citeer het echtpaar Schulting: "De titel 'Africa Supernova' weerspiegelt hoe de kunst van het Afrikaanse continent de afgelopen jaren stormenderhand de kunstwereld heeft veroverd, als een explosie." De Nigeriaanse curator Azu Nwagbogu heeft deze titel bedacht. Ik werd getroffen tijdens deze tentoonstelling en met mij denk ik velen, door de schoonheid van het zwarte lichaam.

De tentoonstelling 'Africa Supernova' is nog t/m 7 januari 2024 te zien in in Kunsthal kAdE Amersfoort, Eemplein 77 (Eemhuis), Amersfoort.

Meer informatie: www.kunsthalkade.nl.

(Petra Adema-Nienhuis)

Terug naar boven

Inhoud