Aug.-sept. 2023, 18e jg. nr.2. Eindredactie: Rob den Boer. E-mail: redactie.bkj@gmail.com.
 
VOORKANT ACTUEEL AGENDA UITGELICHT ARCHIEF COLOFON 
voorpagina
artikel
recensies van tentoonstellingen actuele exposities
Nederland BelgiŽ
opmerkelijke
kunstberichten
artikelen uit  
vorige nummers

over Het Beeldende Kunstjournaal

 

Actueel

Festina Lente in het Erasmushuis

Het kunstenaarsduo FAste presenteert in de zalen van het Erasmushuis in Brussel keramische werken. Een nog niet eerder getoonde interpretatie van de Adagia van Erasmus.

Door Joke M. Nieuwenhuis Schrama

De expositie 'Haast je langzaam' is een verwijzing naar de 4151 spreekwoorden (Adagia) van de Nederlandse denker Erasmus (1466 – 1536). De twintig keramische objecten zijn grotendeels voor deze expositie gecreëerd. Het parcours loopt over twee verdiepingen van het 15e eeuwse Erasmushuis, waar de objecten subtiel zijn geplaatst op oude meubels, soms tussen aloude voorwerpen, bij oude schilderijen, of zeer oude uitgaven in vitrines. Sinds 2018 werken Caroline Andrin en Étienne Fleury samen onder de naam 'FAste' (Fleury Andrin Studio). Hiervoor lieten ze zich inspireren door de Fasti (kalendergedichten) van Ovidius.

 
Erasmushuis, Anderlecht. Erasmushuis & Begijnhof musea. Foto: © Andrea Anoni.

Renaissance
Het Erasmushuis staat al sinds de 15e eeuw in Anderlecht - nu een deel van Brussel - maar in de tijd dat Erasmus hier verbleef, was het een dorp. Weliswaar een welvarend dorp, dat heeft bijgedragen aan het ontstaan van Brussel. Het Erasmushuis is een van de oudste woonhuizen van Brussel, gebouwd in een door de renaissance geïnspireerde gotische stijl. Sinds 1932 is het huis een museum. Het interieur is een reconstructie die suggeert hoe een residentie eruitzag in de renaissancetijd. Door de antieke meubels, andere huisraad en oude boeken ruikt het huis ook middeleeuws (voor zover dat is in te schatten).

Anderlecht is nu een kleurrijke multicultigemeente binnen het Brussels hoofdstedelijk gewest. Zodra je de poort van het complex (Erasmushuis en Begijnhof) onderdoor gaat, kom je echter in een andere wereld terecht. Het museum herbergt een collectie oude schilderijen, waaronder van Hans Holbein, Jeroen Bosch en Quinten Metsys. Verder is er een bibliotheek met de alleroudste edities van werken van Erasmus (zoals Lof der Zotheid) en andere humanisten, alsmede een documentatiecentrum.
Het museum besteedt met regelmaat aandacht aan hedendaagse kunst.

Desiderius Erasmus Roterodamus
Erasmus verbleef in dit huis van mei tot oktober in 1521. Het is dus niet geheel toeval dat de expositie ook deze maanden beslaat.

Het huis stamt uit 1468 en werd vanaf 1515 bewoond door Pieter Wijchman(s), een belangrijke kanunnik, die op persoonlijk initiatief de toen al wereldberoemde humanist, filosoof, theoloog en pacifist had uitgenodigd. Erasmus was toen ongeveer 54 jaar.

"Ik schreef dit van mijn buitenverblijf te Anderlecht, aangezien ik, daartoe aangespoord door jouw voorbeeld, ook zelf begonnen ben enige tijd buiten de stad door te brengen (…) Het verblijf buiten de stad bekomt zo goed, dat ik dat voortaan ieder jaar ga doen."

Erasmus, in een brief aan Guillaume Budé, Anderlecht, september 1521 (Epistola 1233).

Het verblijf viel samen met het bezoek van Karel V aan Brussel, wiens raadsheer Erasmus was. Het was tevens Erasmus' laatste verblijf in (destijds) de Nederlanden.

'Les travaux d'Hercule' © FAste.

Léda et le Cygne
Terug naar de expositie van FAste. Bij binnenkomst in de eerste ruimte is een schilderij te zien van Felix Cogen (1838-1907). Het toont Erasmus als zeventiger in de drukkerij van Johann Froben in Bazel, Zwitserland, de stad waar hij de laatste jaren van zijn leven doorbracht. In deze ruimte zijn twee werken van FAste te zien, 'De ontvoering van Europa' en 'Léda et le Cygne', thema's die door vele kunstenaars en in allerlei kunstvormen zijn verbeeld. FAste gebruikt voor bijna alle objecten die in deze expositie worden gepresenteerd, chamotteklei en gietklei.
Door naar de ruimte waar een indrukwekkende keramische klok (zonder klepel) met scheepstouw aan het plafond is gehangen, onder de titel: 'La Grande Prostituée', de trossen losjes op het parket. Ook in deze ruimte staat het werk 'La Bete de l'Apocalypse'. Een stukje Bijbelkennis … Op de gang bekijk ik 'Le Cycle de Minos', vijf objecten die niet direct verwijzen naar de adagia, maar daar wel een connectie mee hebben. Het is jammer dat ik mijn schoolfrans niet heb verrijkt of tenminste wat heb bijgehouden, want de Franstalige tentoonstellingsgids geeft een uitgebreide toelichting bij alle twintig objecten. De museumbijschriften zijn wel in het Nederlands en die geven voldoende toelichting.

Herculeswerk
Een van mijn favorieten is het 'Les travaux d'Hercule' (Adagium 2001). Het werk deed mij sterk denken aan de installatie met miljoenen keramieke zonnebloempitten van de kunstenaar Ai WeiWei. Het werk van FAste bestaat uit een vaas met daaromheen 4151 keramische leeuwenkopjes (wie telt ze na), die weer verwijzen naar de adagia van Erasmus.

Een Herculeswerk, een titanenwerk. Die leeuwenkopjes maken, lijkt mij eerlijk gezegd 'monnikenwerk', het één voor één handmatig (vermoedelijk met de duim) de klei uitdrukken in een soort malletje. Ze zijn ongeglazuurd gebakken. Bij Ai WeiWei was het toegestaan door de pitjes te lopen of erin te woelen. Dat is niet mogelijk bij dit Herculeswerk, het is in een vitrine geïnstalleerd.

Haastige spoed is zelden goed
De titel van de expositie, 'Haast je langzaam', verwijst naar Erasmus' adagium nr. 1001; 'Festina Lente'. Erasmus raadt ons aan om altijd het geschikte moment af te wachten en tegelijk onze daden in toom te houden met waakzaamheid en geduld. Het werk hierbij is een anker, verstrengeld met een dolfijn in groen en oker. Nog een volkswijsheid, die volgens Erasmus van toepassing is op heersers die het slechte voorbeeld tonen en hun onderdanen daardoor aansteken:
'Vis begint te stinken bij de kop' (Adagium 3197). Het werk hierbij is een groen geëmailleerde vis op een voetstuk van golven, getiteld: 'Piscis primum a capite foetet'. Het Latijn is de taal die Erasmus graag gebruikte. Over Erasmus is al veel geschreven. Het komt maar zelden voor dat de uitspraken en ideeën van een persoon, zoveel eeuwen na diens leven en werk, tot op de dag van vandaag beklijven en tot voorbeeld kunnen zijn.

 
'Le cycle de l'Apocalypse', 'La grande Prostituée et la Bête de l'Apocalypse'. FAste © Ivan Citelli.

In het documentatiecentrum is veel te vinden en in de kleine museumwinkel zijn diverse uitgaven te koop. Een catalogus (alleen Franstalig) beschrijft de twintig objecten van FAste uitvoerig, met de achterliggende betekenissen en is te bestellen via het museum (ISBN 9782930414553).

FAste, Caroline Andrin en Étienne Fleury, 'Haast je langzaam', Erasmushuis, Formanoirstraat 31, Brussel, t/m 29 oktober 2023. Het Begijnhof bevindt zich aan de Kapelaanstraat 8, Brussel. Verdere informatie: www.erasmushouse.museum.

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

Twee haiku's van Ria Giskes. Verder op deze pagina vindt u er nog twee.

 

tot in het water
het hangende haar
van de treurwilg

dicht gebladerte
windvlagen tonen
de ziel van de boom

 

Haiku: Ria Giskes-Pieters; foto: ©John Giskes.
Meer haiku's van Ria Giskes vindt u hier: http://tjilp.blogspot.com.

Terug naar boven

 

Het vaderland van Anselm Kiefer

Museum Voorlinden opent 14 oktober 2023 een grote overzichtstentoonstelling van de Duitse kunstenaar Anselm Kiefer. Wie vooraf wil kennismaken met het werk van dit fenomeen moet naar Barjac in Frankrijk gaan, naar zijn landgoed La Ribaute van 40 hectare, ten noorden van Nîmes, voor een rondleiding van drie uur in Kiefers wonderbare kosmos.

Door Peter van Dijk

Anselm Kiefer is één van Duitslands grootste levende kunstenaars (1945). Hij verliet in 1993 zijn vaderland uit onvrede over het naoorlogse klimaat en vestigde zich in Frankrijk. Eerst kocht hij in de buurt van Barjac een oude zijdefabriek en sinds 2008 heeft hij ook een huis in de Marais in Parijs en een atelier in een voormalig pakhuis in de Parijse voorstad Croissy.

Kiefer maakt monumentaal werk, schilderijen van 10 x 5 meter zijn gewoon, beelden op menshoogte, stillevens in grote vierkante glazen vitrines, uitgebreide installaties, hij bouwt torens van containers tot 20 meter hoog, metselt een arena, graaft tunnels en fascinerende gewelven.

 
Die Himmelspaläste, 2003-2018. Foto: Charles Duprat / Copyright: Anselm Kiefer.

La Ribaute is geen gewone studio. Gewone schilderstudio's beslaan doorgaans een beperkte ruimte en staan volgepropt met kunst. Ook op het landgoed La Ribaute zijn studio's opgezet in oude fabrieken en in nieuwe hangars, maar de studio die Kiefer het meest inspireerde is zijn unieke landgoed. La Ribaute is ruig gebied, groot, wijds en leeg, een terrein van vernietiging en schepping. Er is geen wandeling, geen plattegrond, geen kunstroute, het heeft geen begin en geen eind, je moet de gids volgen en je laten verrassen. Het geeft een impressie van Kiefers bezetenheid. De kunstenaar heeft delen van de grond, rotsen en flora naar zijn hand gezet, veranderd, omgeploegd en omgebouwd. Overal zijn gangen, gaten, tunnels, kloven gegraven. Er zijn heuvels ontstaan. Kiefer heeft een eigen verleden opnieuw vorm gegeven.

Kiefer gebruikt de grondstoffen en gewassen die op het land voor handen zijn, zoals stenen, varens, hooi, gruis, houtskool, pitten, hars, stokken, in zijn werk, dat vervolgens de grondstoffelijkheid ontstijgt en een mythische allure krijgt. Hangars hangen vol met enorme schilderijen, met dikke lagen verf waarin hooi, zonnebloempitten, modder, hars, hout zijn gedrukt.

Bruidsjurken
De bezoeker wordt ontvangen op een groot plein tussen een zijdefabriek en een woonhuis. De gebouwen zijn gerestaureerd en verbonden door een lange buis, als door een vliegtuigslurf. Op het plein staat een zestal beelden in witte bruidsjurken, de hoofden zijn vervangen door een stapel boeken, antieke bakstenen of een ijzerconstructie. Ze zijn deel van de serie 'De vrouwen van de antieke tijd', van wie we er meer zullen tegenkomen in een glazen kas en soms tussen bomen. We lopen langs een kas gevuld met langpoten en tentakels, langs een hoge nog gesloten hangar, een beeld van een boekenlegger en duiken in een ondergrondse tunnel, de tunnel van Euridice genaamd, gemaakt van zinken afvoerbuizen.

Na een lange onderaardse gang staan we in een grot, de 'Crypte van Samsom', door Kiefer tussen 2003 en 2005 uitgegraven en gestut door zuilen van leem en gruis. Hij kreeg het idee van tunnels, die ruimtes verbinden, na het lezen in de Hekhalot, de verzamelnaam voor vroege joodse mystieke literatuur. Hij beoogde zeven ondergrondse paleizen te graven, waarlangs volgens oude joodse mythen de initiatiewandeling van de mens plaatsvond. In iedere paleis verliest hij een deel, eerst zijn handen, dan zijn armen, tot hij in het laatste paleis alleen zijn geest nog over heeft. Dan klimt hij omhoog en komt in een met licht overgoten ruimte. De verlichte mens.
Samson (crypte), 2003-2005. Foto: Charles Duprat / Copyright: Anselm Kiefer.

Amfitheater
Na de 'Crypte van Samsom' wacht een vierkant Romeins amfitheater, opgetrokken uit oude betonnen containers, bekleed met kippengaas, modder, leem, strobalen, planten, mos. Vijf etages hoog, desolaat als een verlaten gevangenis. Ronduit monumentaal, het is de schaal waarop Kiefer werkt. De mistral jaagt onder het vuilgele plastic dak door, dat op metalen balkjes rust. Een ruïne, die door de kunstenaar tot leven is gebracht en daardoor weer opnieuw leeft en dus geen ruïne meer is. Stilstand bestaat niet in de wereld van Kiefer, er is altijd verandering. Dat is Kiefers kosmos, hij vernietigt steeds opnieuw delen van zijn werk en creëert nieuwe, schept daarmee zelf de eeuwige kringloop van dood en leven.

Kiefers werk bereikt nooit een eindstadium. Zijn werk zal wachten tot hij weer langs komt om iets weg te hakken of een laag verf toe te voegen. Kiefer zegt in een van zijn interviews: "Een schilderij is wat mij betreft nooit af. Ik werk nog aan schilderijen uit eind jaren '60, die in containers staan. Als het werk verkocht is, bijvoorbeeld in een museum hangt, dan kan ik er niets meer aan doen. Dan worden ze als af beschouwd."

Vrouwen
We passeren een paviljoen ter ere van de Oostenrijkse dichteres Ingeborg Bachmann, net als Kiefer een kind van nazi-ouders. Er hangt een variant van de reeks schilderijen 'Nur mit wind mit Zeit und mit Klang'. We belanden in een ander ondergronds gewelf, een zaaltje met veertien stalen bedden met dekens van lood, waarop in inkepingen plassen water liggen. Het gaat om de installatie 'Les Femmes de la Révolution' (2006). Op de achterwand hangt een doek dat een bioscoopscherm lijkt te zijn. In feite is het een door Kiefer geschilderd doek van een man op een heuvel, -hijzelf-, geïnspireerd op het iconische schilderij 'De wandelaar boven de nevelen' (1817) van Caspar David Friedrich.

Bij ieder bed hangt een handgeschreven naam van een beroemde vrouw of een vrouw van een beroemde man. Tot de eerste categorie behoort bijvoorbeeld Madame de Staël en tot de laatste Madame de Condorcet. Hier treedt de historicus Kiefer naar voren. Hij schreef zelf over deze installatie:
"In de salons van onder meer madame Roland, van madame De Staël, werden de nieuwe ideeën van sociale verandering besproken. Ik wilde een gedenkteken voor hen maken wier boeken ik als jongeling enthousiast las". Nog altijd is Kiefer een toegewijde veellezer.

 
Amphitheater, 1999-2002. Foto: Charles Duprat / Copyright: Anselm Kiefer.

Hij wil de vrouwen hun weggedrukte plaats in de historie teruggeven. In een interview zegt hij een bewonderaar te zijn van Alice Schwarzer, de Duitse feministe: "Vrouwen zijn in mijn werk alom aanwezig. Zij zijn in vele opzichten superieur aan mannen."

En inderdaad, op het gehele landgoed zijn vrouwen opvallend aanwezig. De rondgang begon met de bruidsjurken, we liepen door gang van Eurydice, de dichteres Ingeborg Bachmann wordt geëerd met een paviljoen. We bezoeken ook de grote kas met de installatie 'De vrouwen van de antieke wereld' (1999-2002), zeventien beelden van vrouwen zonder hoofd in witte bruidsjurken zoals aan het begin, waarop wederom allerlei artikelen gestapeld staan, vellen papier, prikkeldraad, stenen, boeken, een ladder, zonnebloemen. Achter ieder beeld staat een naam, hommages aan Sappho, Elektra, Circe enz. Vrouwen die een rol in de kunst, mythologie, revolutie, wetenschap hebben gehad. Ze hebben geen hoofd van Kiefer gekregen, omdat hij meent dat ze geen persoonlijkheid mochten hebben van de mannen. Tussen de bomen staat het witte bruidsjurkbeeld 'Tusnelda' uit de serie 'Vrouwelijke martelaren' (2009).

Ruïnes
Centraal in La Ribaute ligt 'De hemelpaleizen', een hallucinerend veld vol torens, door Kiefer eigenhandig opgebouwd met betonnen containers. Het wordt bewoond door een andere figuur uit Kiefers vrouwenpantheon, Lilith, de schone mannenverleidster uit de Joodse mythologie, voor wie hij ook ettelijke schilderijen van steden heeft gemaakt. Zij staat symbool voor het kwaad, maar is tegenwoordig opgewaardeerd tot vrijgevochten vrouw, in feministische kringen. De vele torens zoeken naar hun evenwicht, hangen scheef, zijn niet af, er liggen loden boeken op. Ze doen denken aan een verlaten industriecomplex, of aan in puin geschoten flatgebouwen, zoals we die dagelijks op de televisie zien. Voor Kiefer is dit de realiteit van zijn jeugd.

Hij werd geboren in Ottersdorf (ten zuiden van Karlsruhe), vlak voor het einde van de Tweede Wereldoorlog (8 maart 1945). In zijn kinderjaren speelde hij tussen kapotgebombardeerde huizen, ingestorte gebouwen, in het puin van de oorlog. Het heeft hem bewust gemaakt van totale vernietiging, ellende en uiteindelijk van de Duitse schuld. In het begin van zijn ontwikkeling als kunstenaar stelde hij vast dat zijn landgenoten deze schuld ontkenden en toedekten. Pas zo'n twintig jaar na het einde van de oorlog begonnen schrijvers, kunstenaars, historici vragen te stellen bij Duitslands oorlogsverleden. Denk aan schrijvers als Heinrich Böll, de cineast Werner Fassbinder, de kunstenaar Gerhard Richter. Als student op de academie gaf ook Kiefer vorm aan zijn kritiek op dit doodzwijgen. In het nazi-uniform van zijn vader liet hij zich op achttien plekken in Europa fotograferen, voor een kasteel in Montpellier, voor het Colosseum in Rome, in Pompeï, in Zwitserland, terwijl hij de Hitlergroet bracht. ('Besetzungen', 1969) Het zorgde voor veel rumoer en venijnige kritiek van conservatieve Duitsers. Kiefer emigreerde, maar bleef de verschrikkingen van de oorlog en de holocaust in zijn werk gebruiken.

Immense schilderijen
In de hallen van het landgoed krijgen we op onze rondtocht zijn immense schilderijen te zien. 'Voor Paul Celan, Het geheim van de varens' (2021), een doek van 840 x 570 cm, toont een aantal van zijn thema's en zijn werkwijze. Paul Celan was een Duitstalige dichter, jood, net als Paul Ancel geboren in Tsjernivitsi, dat vroeger in Roemenië lag en nu in Oekranië ligt. Zijn ouders werden door de nazi's vermoord, hijzelf ontsnapte ternauwernood aan de dood. In 1960 benam Celan zichzelf het leven. Celan geldt als een van de grootste Duitstalige dichters. Driekwart van het schilderij beslaat een zwarte hemel met geometrische lijnen.
'Die Frauen der Antike', ensemble van 17 sculpturen, 1999-2002. Foto: Charles Duprat / Copyright: Anselm Kiefer.

Het onderste kwart is be-ijst, aan weerszijden staan verdorde bruine varens. In het midden één grote bijna triomfantelijke varen, goud van kleur. De varens, volgens Kiefer de oudste planten op aarde, zijn echt. Verder gebruikte Kiefer metaal, hars en krijt. De natuur van La Ribaute is de medeschepper van dit schilderij, waardoor uit het werk een verbluffende vanzelfsprekendheid spreekt.

Tientallen Kiefer schilderijen hangen in de verschillende hangars en staan geparkeerd in metershoge rekken. Kiefer heeft de gebouwen zelf ontworpen, in verschillende formaten. De grootte van zijn schilderijen en installaties hebben de maat van de hangars bepaald. Ze hebben intrigerende titels als 'Mesopotamië' (2007-2020), 'Het Morgenthau-plan' (2012), 'West-oostelijke divan' (2010), 'Wolfstijd' (2019-2021). Schilderijen met dikke lagen omgeploegde verf. Tentoongesteld is onder meer de tien meter hoge zonnebloem 'Sol Invictus' (2007), zwart wit, de bloemblaadjes zwakgeel gekleurd. Het is een hommage aan Van Gogh. Kiefer ligt zelf als een kind in de bruine aarde aan de voet ervan en kijkt omhoog. Hij vertelde in een interview dat hij als scholier liggend tussen zonnebloemen kon dromen. In die tijd schreef hij al een opstel over Van Gogh en later maakte hij een bedevaart langs alle plaatsen waar Van Gogh gewoond had.

Zonnebloemen
Op het terrein van La Ribaute staan zonnebloemen. Pitten van deze zonnebloemen gebruikte Kiefer om sprinkhanen en sterren te verbeelden. In de serie 'Mesopotamië', duistere en onheilspellende landschappen vol rijen wijnstokken, met een suggestie van oorlogsgraven, benutte hij verbrand hout. Het gebruik van allerlei materialen in zijn werk laat zien dat hij beïnvloed is door zijn leermeester Joseph Beuys. Beuys maakte kunst met vilt, afval, thee, vet, vruchtensappen. Voor zijn installatie het 'Morgenthau-plan' (een plan van de naoorlogse Amerikaanse minister van buitenlandse zaken Henry Morgenthau jr. om van Duitsland een puur agrarische staat te maken) gebruikte Kiefer stro van eigen land. Het stro staat op een zandheuveltje, midden in een cleane lichtbeige stal, het licht dat door de dakramen valt, is zacht. Een kalm vredig tafereel. Zo zou hij zijn geboorteland het liefste zien. Echt en geschilderd stro komt weer terug in de landschappen uit de serie 'Wolfstijd', een titel die verwijst naar de constatering 'homo homini lupus', (de mens is een wolf voor zijn medemens).

Voor Kiefer heeft elk Europees landschap een geschiedenis, meestal een verleden van oorlogen, lijden en bloed. In deze serie van grote schilderijen zien we indrukwekkende landschappen met paden die het hooi inlopen, in dikke lagen gouden verf, vermengd met werkelijk hooi van het land. Verder zijn er hooivelden met rijen onheilspellende zwarte zeisen of in de grond geplante spades in gelid. Ook verwerkte Kiefer kleding van de arme sloebers die op het land werkten, als verlaat eerbetoon, in zijn hooilandschappen. De zeis is het symbool van de dood en goud de kleur van de hoop. Van het verlangen naar rijkdom. Van het goddelijke. Kiefer praat graag over de alchemisten, die hun leven gewijd hebben aan het veranderen van lood in goud.

Broedplaats en eindstation
La Ribaute is de broedplaats van veel van Kiefers werk en tegelijk een kunstwerk in zichzelf. Een rondwandeling is een erudiete tocht vol schoonheid door het verleden, van mythen en sagen, oude joodse verhalen, Duitse geschiedenis, de holocaust, literatuur, metafysica, maar ook langs werken als

'Meteoriten' (1999) en de 'Snaartheorie' (2019), verkenningen van het onbekende en de toekomst. Kiefer aan het woord:
"Ik ben altijd gefascineerd geweest door de compleetheid van sterren, en hun hoeveelheid. De hemel zou briljant verlicht moeten zijn, maar hij wordt nu en opnieuw constant donkerder."

In 'De Melkweg', een schilderij van 7.10 x 8 meter, vallen hemel en aarde samen. Er zijn te veel sterren om ze een naam te geven, Kiefer gebruikt in dit grijsblauwe schilderij de NASA-nummering van sterren en reduceert zo de sterren tot een nummer. Zoals Joden in de concentratiekampen door hun getatoeëerde nummer werden ontmenselijkt.

 
'Mésopotamie', ensemble van 15 schilderijen, 2007-2020. Foto: Georges Poncet / Copyright: Anselm Kiefer.

La Ribaute is een verhaal zonder begin en eind, waar planten opkomen en sterven, waar kunstwerken gecreëerd, veranderd en vernietigd kunnen worden. Het is een plek waar Kiefer, die veel leest en denkt, in alle rust kan reflecteren over zijn werk en de wereld. Waar hij geregeld terugkeert. Kiefer zei: "Ik ben iemand die door en in illusies leeft, omdat ik geen enkele betekenis in de wereld zie. Om te overleven creëer ik betekenis, dat is mijn kunst. Ik creëer daar waar historische, geologische en astrale lijnen elkaar kruisen. En wat La Ribaute betreft, alles wat ik wilde was een paleis van mijn geheugen scheppen, want mijn geheugen is mijn enige vaderland." (Interview met het Franse dagblad Le Monde (3/8/05) Het is een aangrijpend paleis van schoonheid en harmonie geworden, van grimmigheid en lelijkheid, van sterven en herboren worden.

Anselm Kiefer, La Ribaute, Barjac (Frankrijk), eschaton-foundation.com.

U kunt La Ribaute bezoeken van half april tot eind oktober, op woensdag, donderdag en vrijdag. Van 6 augustus t/m 6 september is het landgoed echter gesloten. U moet voor uw bezoek wel van te voren reserveren. In Museum Voorlinden in Wassenaar komt een grote tentoonstelling van Anselm Kiefer, data: 14 oktober 2023 t/m 25 februari 2014. Hou de website van het museum in de gaten voor meer informatie: www.voorlinden.nl/anselm-kiefer.

Peter van Dijk is journalist.

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

Van vrijheid tot schoonheid

De reizende tentoonstelling 'Hoge Luchten', met veertig stadsgezichten uit de collectie van het Rijksmuseum, was in vier regionale musea te zien en eindigt nu in Museum Gouda. De werken vormen een afspiegeling van de Nederlandse eigenzinnigheid. We koesteren onze vrijheid en bepalen graag zelf wat er binnen onze stadsmuren/stadsgrenzen gebeurt. Deze kleinschaligheid stimuleerde onze handelsgeest en beïnvloedde onze stedebouw. Geen brede lanen met grote paleizen, maar functioneel bouwen. Toch leverde dit schoonheid op, zoals de tentoonstelling laat zien.

Door Rob den Boer

Museum Gouda is nog een museum van de goede soort. Als je binnenkomt door de hoofdingang aan de Oosthaven, loop je via een kleine entreehal door twee grote deuren de kapel in, waar je meteen kunst ziet. De enorme altaarstukken uit de 16e eeuw die tijdens de Beeldenstorm uit de naastgelegen St. Janskerk gered werden, zijn rondom te bewonderen door de staande opstelling in het midden. In de grote zaal ernaast hangen schutterstukken uit de voormalige Sint-Jorisdoelen, het clubgebouw van de schutters. Eén ervan is geschilderd door Ferdinand Bol. Er hangt ook een kamerscherm met een schilderij van Simon Klapmuts uit 1770, waarop te zien is dat zij daar zitten te dineren. De oude wijnkast uit De Sint-Jorisdoelen staat nu in het museum.

 
Het Valkhof in Nijmegen - Jan van Goyen, 1641. Foto: Rijksmuseum.

In de tentoonstellingszalen beneden is de expositie 'Hoge Luchten' te zien, met Nederlandse landschapsschilderingen van bekende 17e/18e/19e-eeuwse schilders uit het Rijksmuseum en de eigen collectie van Museum Gouda. De veertig schilderijen hangen in half verduisterde zalen, rond het thema 'Stadslucht Maakt Vrij'. In de Middeleeuwen was het platteland een gevaarlijke plek, waar allerlei gespuis, soldaten van diverse herkomst en andere lieden met kwaad in de zin vertoefden. In de stad kreeg je bescherming, door de stadsmuren en de rechten die je als burger had. Er heerst ook een andere dynamiek, want er gebeurt van alles in een stad, omdat er veel mensen wonen van uiteenlopende komaf en door de handel en andere bedrijvigheid. Voor schilders was het stadsgezicht een interessant onderwerp, omdat steden door opvallende gebouwen als kerken, poorten, kloosters, gedenktekens, enz. vaak een kenmerkende skyline hebben.

Gouda was zeker tot de Reformatie een tolerante stad, waar vrijdenkers als Erasmus en Coornhert verbleven, van beide is in de tentoonstelling een portret te zien. Het hedendaagse duo Martin & Inge Riebeek heeft inwoners van verschillende achtergrond uit Gouda de vraag gesteld: 'Wat betekent vrijheid voor jou?'. Hiervan zijn videoportretten gemaakt, die in de tentoonstelling te zien zijn onder de noemer 'It is in the Air'.

Typisch Nederlands is het schilderij 'IJsvermaak' van Barend Avercamp (ongedateerd, tweede helft 17e eeuw), waarin ijs en lucht vrijwel in elkaar overlopen in een licht grauwgeel. Alleen in de kleding van sommige mensen en de gebouwtjes rechts zien we wat kleur. Beneden op het schilderij vermaakt het volk - aan de kleding te zien wel de meer gegoede burgerij - zich op allerlei manieren op het ijs: te voet, op de schaats, met de slee, ook een arreslee met een paard ervoor en met sport en spel. Een aantal mannen speelt kolf op het ijs, een Middeleeuws balspel dat als een soort voorloper van het moderne golf kan worden beschouwd.

Monumentaal is 'Schaatswedstrijd voor vrouwen op de Stadsgracht te Leeuwarden', een schilderij van Nicolaas Baur uit 1809. De Onze Lieve Vrouwenpoort, de kerktoren Oldenhove en de Kruittoren en de stadswal ertussen, torenen welhaast als een vesting boven alles uit. De donkere grauwe lucht, het rijp op de bomen en de sneeuw geven je als toeschouwer een echt 'ijskoud' gevoel. Te zien zijn twee schaatsters in lange rokken, maar met blote armen, waarvan één ze heft omdat ze de wedstrijd heeft gewonnen, waar overigens 64 ongetrouwde dames aan meededen. Een schande in die tijd, want dat vrouwen hun armen ontblootten (tot de elleboog), werd toen onzedig gevonden.

IJsvermaak - Barend Avercamp, 17e eeuw. Foto: Rijksmuseum.

Maar het publiek vond het prachtig en was in grote getale opgekomen.

Er hangen ook beroemde schilders, George Breitner is er een van. Hij kwam dus ook weleens buiten Amsterdam, want hij schilderde het hier getoonde gezicht op de stad Gorinchem ('De toren van Gorkum', 1900). De torenspits, daken van huizen en een dijkhuisje vooraan, zitten strak ingeklemd binnen de omtrek van het schilderij. Het is een vrij massief werk in voor Breitners doen vrij lichte kleuren.

Ook bekend is Aelbert Cuyp, van wie een 'Gezicht op Dordrecht bij zonsondergang' hangt (tweede helft 17e eeuw). De Grote of Onze-Lieve-Vrouwekerk staat erop, in het midden, links de Groothoofdspoort, rechts een rij (pak)huizen en een molen. Op de Oude Maas ervoor liggen kleinere zeilschepen, vaak met de zeilen nog opgehesen en een zewaardig zeilschip met de zeilen gestreken. Er hangt een soort romantische glans van de zon op de stad en het water. Engelsen zijn dol op deze schilderkunst, veel van Cuyps werk hangt in Engeland, net als van andere Nederlandse marineschilders uit die tijd.

Gelukkig is het gewone dagelijks leven ook in beeld gebracht, zoals op 'Vismarkt' van Cornelis Dusart (1683). Vrouwen verkopen vis op de markt in Haarlem, aan de voet van de Grote Kerk. Deze vis werd 's ochtends, net gevangen, aan het strand van Zandvoort gebracht door bomschuiten, vervolgens opgekocht en door de vrouwen naar de markt gebracht en verkocht. Verser kan het niet!

Onze hoofdstad mogen we niet vergeten, daarom hangt er het schilderij 'De Dam in Amsterdam' van Jan Ekels (1772).

Een vrij strakke en nauwkeurig geschilderde compositie van het Paleis op de Dam, de Nieuwe Kerk, huizen en de Waag, die niet meer bestaat omdat koning Lodewijk Napoleon vond dat het gebouw zijn uitzicht belemmerde.

Op het plein zien we mensen met van allerlei bezigheden of staande in een groep het laatste nieuws uitwisselend, want er moest natuurlijk handel worden gedreven. Dit alles wordt prettig beschenen door mooi getemperd licht.

 
Schaatswedstrijd voor vrouwen op de Stadsgracht in Leeuwarden – Nicolaas Baur, 1809. Foto: Rijksmuseum.

Jan van Goyen, bekend om zijn snelle werkwijze met schilderijen in één overheersende kleur, is met twee schilderijen in de tentoonstelling vertegenwoordigd. Het bekende 'Het Valkhof in Nijmegen' uit 1641, met daarop de 'keizerlijke' burcht die helaas in de Franse tijd is gesloopt, zoals veel grote gebouwen en kastelen die als steengroeve konden dienen voor nieuwe gebouwen. Nu vinden we dat natuurlijk zonde, maar recyclen was toen nog normaler dan nu. In het 'Gezicht op Arnhem' uit 1644 zien we de toen veel kleinere stad met al wel de Sint-Walburgiskerk en in lijn daarmee de grote Eusebiuskerk, met daarlangs de Rijn stromend tussen de akkerlanden met schoven hooi. De ruggegraat van de stad stond er toen dus al, maar de expansie moest nog beginnen.

Twee prachtige werken van Johan Barthold Jongkind, 'Rotterdam bij maneschijn' (1881) en 'Overschie bij maneschijn' (1871) tonen huizen, water, zeilschepen met gestreken zeilen, mensen in kleine bootjes, een kerktoren, opgelicht uit de donkerte van de nacht door een volle, respectievelijk halve maan. Het licht uit de volle maan, hoog in de lucht boven de gracht op het schilderij in Rotterdam, is voor die tijd opvallend expressief geschilderd, met krachtige streken, die heel wat subtieler weerkaatst worden in het water.

Jacob Maris ontbreekt ook niet, van hem zijn 'Stadsgezicht met koepelkerk' (1873) en 'De Schreierstoren aan de Buitenkant te Amsterdam' (1876) te zien. Vooral de krachtige wolkenpartijen boven de bebouwing en de aangemeerde zeilschepen vallen op. Van dezelfde schilder hangen er verder nog twee havengezichten en een landschap in de omgeving van Den Haag, ook met mooie wolkenformaties. Zijn broer Mathijs Maris, die in zijn latere mystieke, dromerige, sprookjesachtige schilderijen een heel andere weg op ging dan zijn broers Jacob en Willem, maakte in 1871 in Parijs het schilderij 'Souvenir d'Amsterdam', een gezicht op de ophaalbrug bij de Haarlemmersluis in Amsterdam, met de stedelijke bebouwing eromheen en beneden een schip dat door de sluis vaart. Hij schilderde het van een foto – de brug was toen al gesloopt – om wat geld te verdienen en verwierp het werk later. Nu is het een van zijn beroemdste schilderijen.

Armoede is er ook, op 'Binnenplaatsje' (1822) van Andreas Schelfhout. Een vrouw put water, terwijl ze tegen haar zoontje praat dat eruit ziet als een klein heertje, terwijl een ander kind net over de halve deur van een oud krottig huisje toekijkt. Een klein hondje zit op met beide pootjes omhoog.

Door de manier van schilderen en de lichtval lijkt het een romantisch tafereeltje, maar wat je echt ziet is gewoon een voorbeeld van de wijd verbreide armoede in de steden van toen.

Ik ben benieuwd welke – ongetwijfeld welgestelde - koper dit tafereeltje aan zijn muur wilde hebben.

Rotterdam bij maneschijn - Johan Barthold Jongkind, 1881. Foto: Rijksmuseum.

Veel schilders uit de vroegere eeuwen speelden met de werkelijkheid. Nogal wat mensen denken dat op oude schilderijen de onderwerpen verbeeld zijn zoals die er toen echt uitzagen, maar schijn bedriegt. Ook kunstenaars van vroeger vonden compositie, kleur en beeld belangrijk en als dat nodig was, verplaatsten zij gebouwen, veranderden ze, lieten er weg, verlegden kanalen, enz. voor een maximaal sterk resultaat. Voor 'Stadspoort te Leerdam' (1869), draaide schilder Jan Weissenbruch de poort gewoon om, omdat hij de andere kant van het bouwwerk mooier vond. Deze zogenaamde Steigerpoort werd overigens al in 1863 gesloopt, dus hij zal eerdere schetsen hebben gebruikt. Mooi is de werking tussen licht en schaduw, bebouwing en ruimte, de kolossaliteit van de gebouwen ten opzichte van de kleine mensen, de boot die alleen zichtbaar is door een stuk giek en de top van de mast. Het werk is strak, sober geschilderd, met een verfijnd kleurgebruik en met veel gevoel voor detail, waardoor zo'n landelijk tafereeltje allure krijgt.

Als je de laatste zaal uitkomt, kun je een gedeelte van het depot bekijken, met schilderijen en objecten die normaal niet getoond worden. Gouda staat bekend om de pijpindustrie uit de 17e/18e eeuw en het museum heeft een mooie collectie pijpen, maar ook andere objecten zoals serviesgoed. Op de bovenverdieping staat een prachtige collectie plateelwerk, beschilderd aardewerk van diverse bekende fabrieken. Ook hier is een depot, met nog meer schitterend porselein.

Moderne kunst is er ook. De jonge fotograaf Khalid Amakran heeft foto's gemaakt van de eerste generatie gastarbeiders die naar Gouda kwamen om in de fabrieken te werken. Fotograaf Robert de Hartogh (1942-2022) deed dit in de jaren 70 al en Amakran zocht ze weer op. Trots poseren zij, nu in de zeventig en de tachtig, met hun kinderen en kleinkinderen (De Mix Nederland | Bnadem, t/m 7 jan. 2024).

Verder zijn er enkele stijlkamers, één met het puntgave interieur van een historische apotheek en één met de vroegere vergaderkamer van de Chirurgijnen. Deze locale dokters hadden weinig aanzien vanwege hun gebrekkige kennis en combineerden het aderlaten met andere werkzaamheden als barbier (kapper). De vergaderzaal moest hun aanzien verhogen en ik moet zeggen, hij ziet er goed uit.

Terug in de zaal met schutterstukken werd ik door een suppoost gewezen op de kamers met martelwerktuigen en de dolcel onder de kapel. Via een ronde trap kom je daar. In drie kamers met lage onderdoorgangen zie je allerlei soorten martelwerktuigen staan, zoals een wurgpaal voor vrouwen, die werden niet opgehangen want anders zou je ze onder de rokken hebben kunnen kijken. Ook is er een 'paard' met een puntige stalen 'rug' die ernstig zeer deed aan het mannelijk geslacht als je daar als boef op rond werd gedragen door de stad.

De dolcel werd gebruikt voor psychiatrische patiënten die lastig of onhandelbaar werden.

 
Stadspoort te Leerdam - Jan Weissenbruch, ca. 1869. Foto: Rijksmuseum.

Op de binnenplaats is een mooi terras waar je iets lekkers kunt gebruiken, met uitzicht op de museumgebouwen en een stukje Janskerk. In het museumwinkeltje bij de hoofdingang is een catalogus te koop waar alle veertig werken uit de tentoonstelling 'Hoge Luchten' in kleur in staan. Museum Gouda is een gemoedelijk museum in het historische voormalige Catharina Gasthuis, waar je een heel uiteenlopende presentatie van collectie en tentoonstellingen in één middag kunt bekijken.

Hoge Luchten, Schatten uit het Rijks, t/m 17 september 2023, Museum Gouda, Oosthaven 9, Gouda. Website: www.museumgouda.nl.

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

Twee haiku's van Ria Giskes.

 

kastanjelaan
de hitte maakt
een omweg

verdord gras
de dansende vlammetjes
van klaprozen

 

Haiku: Ria Giskes-Pieters; foto: ©John Giskes.
Meer haiku's van Ria Giskes vindt u hier: http://tjilp.blogspot.com.

Terug naar boven

 

Kunstflitsen

Uit het oeuvre van Paul Drissen (Oirsbeek, 1963) spreekt een nostalgisch verlangen om deel te zijn van de abstracte traditie van Henri Matisse tot Lygia Clark. In schilderijen van caseïne en pigment, ruimtelijke papiercollages en -knipsels, brengt hij bekende vormen uit de historische abstractie naar deze tijd. Om dat onderhuidse gevoel op te roepen improviseert de kunstenaar en laat hij nadrukkelijk het toeval toe en zoekt geitenpaadjes op (short cuts). Drissen is geen purist; er mag bij hem veel voor schilderkunst doorgaan zoals bedrukte stukjes stof, een assemblage van houten latjes of een archiefdoos met snippers papier. Alles, ook het kleinste detail, is even belangrijk; nonchalante verfspatten, achteloos vergeten hoekjes of een loshangend scheef draadje. De titel van de tentoonstelling is ontleend aan de film 'Short Cuts' uit 1993 waarin regisseur Robert Altman de handelingen van 22 hoofdpersonen volgt. In de film raken de losstaande verhaallijnen zo nu en dan met elkaar verknoopt door een toevallige ontmoeting van mensen of door een kortstondige verstrengeling van levens. Op de tentoonstelling hangen ruim dertig werken vanaf 2002 tot nu. Er verschijnt ook een een publicatie, vormgegeven door Irma Boom. Dit is de vierde tentoonstelling in de reeks 'Met verf'. In deze reeks presenteert het Kröller-Müller Museum het werk van hedendaagse schilders die bewust reflecteren op de kunsthistorische traditie. Paul Drissen. 'Short Cuts' in het Kröller-Müller Museum, nog t/m 14 januari 2024. Website: www.krollermuller.nl. (RdB)

Frank Van den Broeck (Eindhoven, 1950) toont beelden en tekeningen in de tentoonstelling 'Vuur en Fictie' in het Kabinet van museum Beelden aan Zee. Hoewel Van den Broeck vooral bekend is als tekenaar, maakt hij al sinds 1998 sculpturen, voornamelijk van tronies en koppen in diverse gemoedstoestanden die soms de volledige abstractie benaderen. Ze vinden hun oorsprong in zijn tekeningen die op hun beurt putten uit het persoonlijke reservoir aan 'visuele' ervaringen, herinneringen, artistieke- en literaire invloeden en kunstwerken uit heden en verleden: fictie. Die onuitputtelijke bron wordt dagelijks aangewakkerd door alles waar je geestdriftig van wordt: vuur. Het experimentele- en improviserende ontstaansproces blijft doorgaans zichtbaar. Zo ontstaan motieven waarbinnen tegenstellingen een belangrijke rol spelen. Het levert spannende beelden op die, in het atelier gecombineerd met doorschijnende doeken of tekeningen theatrale opstellingen vormen. De sculpturen worden daarin nadrukkelijk opgevoerd als 'acteurs'. Voor Van den Broeck vormt het spel met het materiaal, de objecten onderling en de subtiele variaties in schaal een belangrijk onderdeel van zijn kunstenaarschap. Vuur en Fictie, Frank Van den Broeck, 28 juli t/m 22 oktober, museum Beelden aan Zee, Den Haag. Website: www.beeldenaanzee.nl. (RdB)

Het Vincent van GoghHuis in Zundert toont van 16 september tot en met 26 december 2023 de tentoonstelling Unreliable Biographers van de Londense kunstenaar Saskia Olde Wolbers. Centraal in deze tentoonstelling staat de video 'Yes, These Eyes are the Windows', die wordt verteld vanuit het oogpunt van een bescheiden rijtjeshuis in Brixton, waar Van Gogh in 1873 een jaar woonde. Olde Wolbers is geïnteresseerd in mythes en orale geschiedenis, het werk draait om de mythologisering van Van Gogh en zijn geestestoestand als gekweld genie en getroebleerd kunstenaar. Het werk benadrukt ook de ironie dat het huis in 1970 een erfgoedstatus heeft gekregen nadat een postbode het korte verblijf van deze wereldberoemde huurder ontdekte. In 2014 realiseerde Olde Wolbers in samenwerking met Artangel een geluidsinstallatie die de bezoekers door het gebouw in zijn vroegere staat van verval leidde, voorafgaand aan de renovatie van 87 Hackford Road Londen. Olde Wolbers staat bekend om haar ongebruikelijke visuele beeldmateriaal die analoge artefacten en processen laten lijken op digitale esthetiek. Saskia Olde Wolbers, Unreliable Biographers, 16 september t/m 26 december 2023, Vincent van GoghHuis, Markt 26-27, Zundert. Website: www.vangoghhuis.com. (RdB)

Het laatste weekend van september strijkt XL kunstplatform BIG ART opnieuw neer in het Amsterdamse Bajeskwartier. Met ruim 100 grote kunstwerken belooft dit de grootste editie ooit te worden. Het Hoofdgebouw van de voormalige Bijlmerbajes vormt het decor voor sculpturen, schilderijen, lichtkunstwerken, tekeningen, fotografie, video en installatiekunst van formaat. De rauwe, casco ruimtes van het roemruchte gebouw zorgen voor een unieke sfeer. Alle kunstwerken zijn te kijk en te koop. Verschillende galeries zoals Rademakers Gallery, Galerie van Gelder, Josilda da Conceição Gallery, NL=US en Art Gallery O-68 nemen deel, ook Go Mulan Gallery, PLAY room, Root Gallery, BLEND en galerie with tsjalling doen mee. Daarnaast zijn op BIG ART zelfstandige kunstenaars welkom: "Elk jaar zoeken we naar een prikkelende combinatie van deelnemers waardoor de beurs steeds weer verrast," aldus Anne van der Zwaag, verantwoordelijk voor de samenstelling van BIG ART. Bij de selectie speelt ook de locatie een belangrijke rol: "Veel kunstenaars maken speciaal voor BIG ART nieuw werk en laten zich daarbij inspireren door deze bijzondere plek." BIG ART Bajes, 29 september t/m 1 oktober 2023, 11.00 - 18.00 uur, Bajeskwartier, H.J.E. Wenckebachweg 48, Amsterdam. Website: www.bigart.nu. (RdB)

Intimiteit, ongekunsteldheid en karakter, ze laten zich zelden beter 'vangen' dan door de kunstenaar die zijn eigen familie portretteert. De collectie van Museum Kranenburgh telt een groot aantal portretten die getuigen van genegenheid en vertrouwdheid tussen de maker en zijn ouder, zuster, broer of kind. In de tentoonstelling Muze en model staat de familieband tussen schilder en model centraal: hoe warm, bijzonder of vanzelfsprekend is deze? De tentoonstelling telt naast werken uit de collectie van Museum Kranenburgh een aantal bijzondere bruiklenen uit de collectie van de erven van kunstenaar Jac J. Koeman. De keuze om familieleden te vereeuwigen wordt de kunstenaars niet uitsluitend ingegeven door warme gevoelens van verbinding. Ook meer pragmatische overwegingen spelen een rol: de 'modellen' zijn dagelijks voorhanden, hun gezichten en poses vertrouwd tot in het detail, en ze vragen zelden een wederdienst of vergoeding. Ze ‘zijn’ gewoon en berusten in hun rol. Dat levert prachtige, intieme beelden op van breiende oude moeders, plichtmatig poserende pubermeiden en onbevangen kinderen. U ziet werk van: Arnout Colnot, Leo Gestel, Henri ten Holt, Toon Kelder, Jac J. Koeman, Gé Meertens, Charley Toorop, Matthieu Wiegman, Piet Wiegman, Jaap Weyand. Muze en Model – Bergense kunstenaars portretteren hun familie, 1 oktober 2023 t/m 10 maart 2024, Museum Kranenburgh, Hoflaan 26, Bergen NH. Website: www.kranenburgh.nl. (RdB)

In de tentoonstelling Op reis met Vincent - Van Gogh in Drenthe maakt de bezoeker kennis met misschien wel het minst bekende werk van de wereldberoemde schilder Vincent van Gogh, namelijk de schilderijen, tekeningen en aquarellen die hij maakte tijdens zijn verblijf in Drenthe. De werken zijn afkomstig uit musea en privécollecties van over de hele wereld. Ook is er werk van Vincent van Gogh te zien voorafgaand aan en aansluitend op de Drentse periode, naast werk van tijdgenoten en inspiratiebronnen die belangrijk voor Van Gogh waren tijdens zijn verblijf in Drenthe, zoals Jacob van Ruisdael, Jean-Francois Millet en Anton Mauve. Vincent van Gogh verbleef vanaf 11 september 1883 drie maanden in Hoogeveen, Nieuw-Amsterdam/Veenoord en maakte een daguitstap naar Zweeloo. Het Drentse landschap inspireerde hem. Hij vond er de rust en ruimte om na te denken over zijn kunstenaarschap en om te experimenteren. Van Goghs Drentse oeuvre laat de schoonheid zien die hij vindt in de noeste arbeid van boeren en veenarbeiders en de landschappen met hutten, turfvelden en kilometerslange waterwegen. In de publicatie Op reis met Vincent duikt hoofdconservator Annemiek Rens in het minst bekende hoofdstuk uit zijn levensverhaal (Waanders, € 29,95). Op reis met Vincent - Van Gogh in Drenthe, 11 september 2023 t/m 7 januari 2024, Drents Museum, Brink 1, Assen. Websites: drentsmuseum.nl | www.vangoghdrenthe.nl. (RdB)

 

Impressie

Het Museum MORE in het oude voormalige gemeentehuis in het dorp Gorssel (Gld.) met daarachter zeven nieuwe tentoonstellingsruimten, heeft als gebouw een chique uitstraling. Mooi gesitueerd in een fraai coulissen landschap. MORE in Gorsell heeft een collectie Modern Realisme van 1900 tot nu. Ik bezocht de tentoonstelling 'Naïef Realisme - Van Rousseau tot Grandma Moses' (Deze tentoonstelling is inmiddels voorbij). Lopend van zaal naar zaal bemerkte ik dat de exposerende kunstenaars van dieren houden. Op de schilderijen zijn er vele weergegeven zoals: paarden, honden, vossen, apen, grote katachtigen en kleine katten.
 
In zaal 2, 3 en 4 zijn kunstwerken uit de eigen collectie van Museum MORE te zien, 'Realisme van 1900 tot nu'. De drie zalen hebben ieder een ander thema en de werken laten je op verschillende manieren naar realistische kunst kijken. Realistische kunst roept herkenning op als je er naar kijkt, het toont de 'werkelijkheid', maar niet iedereen ziet hetzelfde. De kunstenaars passen de werkelijkheid een beetje aan om het publiek een verhaal te vertellen over hoe zij die zien.

In zaal 1 exposeert een Palestijnse kunstenaar, Samah Shihadi. Tekeningen met houtskool en potlood, heel precies, die veel op de werkelijkheid lijken. Familie is belangrijk voor deze kunstenaar en dagelijkse gewoontes, zoals samen eten. Ook plekken, landschappen waar haar voorouders hebben gewoond, komen in het werk terug. (Nog te zien t/m 3 september 2023)
 
Boeiend vond ik de schilderijen van Grandma Moses in zaal 2. Ik las dat zij om meer schilderijen te kunnen verkopen één schilderij in twee delen heeft gesneden. Nu hangen beide stukken naast elkaar, maar omdat het doek om het spieraam is gevouwen, zie je niet de hele voorstelling. Pas op haar 78e jaar brak zij door met haar kunst. Tot die tijd had zij haar hele leven hard gewerkt als boerin, geen tijd om te schilderen. Toen het boerenleven te zwaar werd, pakte ze de schilderdraad weer op. Wat mij opviel in deze tentoonstelling was de vraagstelling bij een aantal schilderijen: vind je dit een realistisch werk. Waarom wel/niet?
 
Er is veel te zien in Museum MORE in Gorsell. Er is ook een Museum MORE in Kasteel Ruurlo. Zeker een bezoek waard!

Meer informatie: www.museummore.nl | www.museummore-kasteelruurlo.nl.

(Petra Adema-Nienhuis)

Terug naar boven

Inhoud