Dec. 2022 - febr. 2023, 17e jg. nr.3. Eindredactie: Rob den Boer. E-mail: redactie.bkj@gmail.com.
 

Wanderlust, over nieuwsgierigheid naar verre landen

Kunst vindt vaak haar inspiratie in de maatschappelijke context. Dat is een open deur en ook een inzicht dat geregeld herbevestigd wordt. Een voorbeeld, nadat Napoleon de slag bij Leipzig in 1813 verloren had, werden de Franse bezetters Nederland uitgegooid. In de landschapsschilderkunst leidde dat tot de triomf van het 'Vaderlandsch gevoel'.

Door Peter van Dijk

De woordvoerder van dit gevoel was de gezaghebbende criticus Jeronimo de Vries. Hij stelde als eis aan de Nederlandse landschapsschilderkunst dat zij het eigene, de waarheid en de eenvoud moest verbeelden. Dus geen buitenlandse streken met romantische bergpaden, maar herkenbare Hollandse onderwerpen. Waarheid hield in: aannemelijkheid, dus mythologische landschappen konden niet, die waren niet in Nederland te vinden. Eenvoud is een oerhollandse calvinistische karaktertrek, dus aanstellerij, gekunstelde kunst, virtuositeit waren taboe. Een perfect voorbeeld van zijn voorliefde is 'Het IJ van Amsterdam bij winter' van de schilder Albertus Brondgeest (1823, Teylers Museum). De juiste vrieskoukleuren, boten op de besneeuwde wallenkant, in elkaar gedoken mannen met lange schaduwen in de lage zon. De compositie is een lijnenspel van rechte masten en schuine schoten. Geen fratsen, een eerlijk en sober tafereel van harde werkers in de kou. Schilderijen van drassige polders met molens, heides met schapen, wolkenluchten, vissers, zeezichten, verkochten goed in binnen- en buitenland. Verwijzingen naar de grote vaderlandse landschapsschilders uit de zeventiende eeuw als Meindert Hobbema, Albert Cuyp, Jan van Goyen en Jacob van Ruisdael, gaven het moderne puur Hollandse werk van schilders als Wouter van Troostwijk en Andreas Schelfhout in de ogen van De Vries extra diepgang.

Kentering
Rond 1840 vond een kentering plaats. Een nieuwe geest trok door de wereld van de beeldende kunsten. Weg met de oude sjablonen, de vaste compositieschema's en de vaderlandse thema's. Ook als we buiten de grenzen keken en grootse landschappen schilderden konden we rechtgeaarde Nederlanders zijn, schreef Jacob van Lennep, in die tijd een kunstcriticus die zich al langer tegen de Hollandse hokjesgeest verzette. De tentoonstelling 'Wanderlust' (Reislust) behandelt deze periode van reislust, van nieuwsgierigheid naar verre landen, die een woestere natuur en een ander licht kenden, andere kleding en bouwstijlen. Kortom, andere natuur en cultuur. De kentering werd veroorzaakt door de opkomst van de romantiek, waarin kunstbeoefening los kwam te staan van voorschriften en regels. Kunst werd de uiting van individuele gevoelens en interpretaties. De introductie van de stoomtrein en de stoomboot gaf de reislust een extra zetje. Reizen werd langzaamaan minder ingewikkeld en meer betaalbaar.

Barend Cornelis Koekkoek, een gevierd schilder van landschappen, die Holland in 1834 had verlaten en een kunstschool in Kleef begonnen was, bepleitte bij zijn leerlingen de eigen interpretatie van de waarneembare natuur: ,,Hierdoor zult ge ook origineel, oorspronkelijk zijn (…), als origineel, staat gij hooger dan de slaafse navolger van deze of gene manier.” Een schilder mocht best zijn eigen 'ideale landschap' scheppen, zijn vervoering leggen in de weergave van wat hij zag. 'Een bevallige leugen' noemde Koekkoek dat. Afwijkingen van de traditie waren toegestaan, mits de natuur maar gevolgd werd. Koekkoek is goed vertegenwoordigd op de Dordrechtse expositie.

De dominantie van het 'Vaderlandsch gevoel' als criterium voor goede of slechte kunst, doet denken aan de rigide regels van academische kunst. De kunstacademies van de 18de en 19de eeuw, de Parijse voorop, waren net zo rechtzinnig in de leer als de liefhebbers van het 'Vaderlands gevoel'. Ze predikten tekenen als basis van de schilderkunst en de onderwerpen dienden gezocht te worden in de antieke wereld van Rome en Athene. Week een kunstenaar af van deze academische voorschriften, dan mocht hij niet exposeren op de jaarlijkse Salon in de Franse hoofdstad. Zo'n expositieverbod was makkelijk te realiseren. De leraren van de Academie zaten in de jury van de Salon.

Prix de Rome
De bedoeling van de bekende reisbeurs Prix de Rome, ingesteld door Lodewijk XIV in 1663 - en overgenomen door vele landen waaronder Nederland-, was zeker niet dat aankomende kunstenaars andere stijlen of andere culturen konden leren waarderen. De uitverkoren schilders mochten naar Rome gaan om zich te laten inspireren door de grote klassieke meesters. Door deze meesters te kopiëren, konden zij eenzelfde vaardigheid leren en vervolgens na terugkeer in het vaderland de achterblijvers verrijken met hun nieuwe verworvenheden. De kunstwerken van Italië golden eeuwenlang als het ideaal van harmonie en schoonheid. De reis naar Italië was voor schilders, beeldhouwers, architecten, lange tijd dan ook de vervulling van een droom. In het kielzog van kunstenaars ambieerden vooral Engelse jongemannen van goede komaf eveneens een reis naar Italië, naar de bakermat van de kunst. Dat was goed voor hun CV.

Naslagwerk
De schilder Josephus Augustus Knip was een van die gelukkigen die met een beurs in 1809 naar Italië trok. Hij maakte er zijn beste werk volgens Jenny Reynaerts, conservatrice van het Rijksmuseum en schrijfster van de recente publicatie 'Spiegel van de Werkelijkheid', het schitterende naslagwerk over de 19de eeuwse Nederlandse schilderkunst. Reynaerts hielp de tentoonstelling in Dordrecht samen te stellen. Een aantal hoofdstukken van haar dikke en prijzige boek (49,95 euro) dienen als leidraad voor de tentoonstelling 'Wanderlust'. Van Knip zijn er ettelijke schilderijen te zien en prachtige studies in aquarel en olieverf van de Italiaanse natuur en het zuidelijke licht. Deze werken hadden niets meer te maken met het 'Vaderlandsch gevoel'. Andere winnaars van de reisbeurs, zoals Hendrik Voogd, Abraham Teerlink en Antonie Sminck Pitloo besloten in het mooie Italië te blijven. In feite was hun 'wanderlust' dus van korte duur. De Voogd werd de spil van een groep buitenlandse schilders in Rome. Hij experimenteerde veel met lichteffecten, een pakkend innovatief voorbeeld is 'Parasoldennen' (1807), met slanke hoge, bijna dansende stammen, een studie van het tegenlicht van de zon. Helemaal los van zijn oorspronkelijke vaderland raakte hij toch niet in Rome, vanaf 1806 begon hij Italiaans vee te schilderen.

Het bijzondere van de tentoonstelling in Dordrecht is, dat je naast bekende namen allerlei min of meer onbekende schilders ontdekt, die geweldige schilderijen en tekeningen hebben gemaakt. De tentoonstelling 'Wanderlust' is dus op zichzelf een ontdekkingsreis. Teerlinck schilderde arcadische landschappen met watervallen die gretig als souvenir gekocht werden door de rondreizende Engelse jongemannen. Ook Pitloo leefde van de verkoop aan toeristen. Hij vestigde zich in Pasillipo, een plaatsje bij Napels, waar hij onder (veel) meer de plaatselijke grot schilderde, met een contrast van krachtig zonlicht en diepe schaduw, dus ook een studie van licht. Pitloo werd gewaardeerd in Italië, hij begon in zijn woonplaats zelfs een academie.

Alexander Wüst
Deze landverhuizers onttrokken zich dus aan hun opdracht de thuisblijvers te verrijken met hun nieuwe inzichten en vakkennis. Alexander Wüst, een schilder waar bijna niemand van gehoord had, zat het reizen in het bloed. Hij werd in 1837 in Dordrecht geboren, verhuisde met zijn vader, ook een schilder, naar New York en kwam vanwege de Burgeroorlog als 27-jarige terug naar Europa en vestigde zich in Antwerpen. Van daaruit maakte hij vele reizen naar Schotland en Noorwegen. Wüst schilderde landschappen waarin de ongerepte schoonheid werd vereerd. Zie zijn spectaculaire woestijn in Maine bij maanlicht, zijn fjorden, wilde bergstromen en mistvlagen langs bergtoppen. Hij maakte furore in zijn tijd, exposeerde veel en verkocht goed, zowel in Amerika als in Europa. Zelfs de sjah van Perzië bezat een doek van hem. Maar musea kochten niets van hem. Na zijn vroege dood op 40-jarige leeftijd raakte hij in de vergetelheid. Zijn Amerikaanse schoonmoeder schonk zijn schilderijen aan het Dordrechts Museum, waar ze lang onopgemerkt bleven in het depot. Nu herleeft de belangstelling voor Alexander Wüst, op deze tentoonstelling neemt zijn werk een prominente plaats in.

Een belangrijke ontdekking tijdens de voorbereiding van deze tentoonstelling was dat er veel meer schilders op reis gingen dan gedacht. Teveel om hier te vermelden. In totaal bestaat de tentoonstelling uit honderd werken. Ze hangen gegroepeerd naar land of streek. De bezoeker maakt als het ware een reis door de wereld, langs bergen en dalen, bossen en stranden, steden en hooibalen. Romantici als Louwrens Hanedoes, een leerling van Koekkoek, gingen graag de bergen in, in Zwitserland, Frankrijk, de Pyreneeën. Maar anderen, zoals Willem de Famars Testas, waren geboeid door de Oriënt. De 'Binnenplaats van een huis in Cairo' (1881) roept een associatie op met Pieter de Hoogh, door de intieme sfeer van het tafereel, een gezin op de vervallen stoep van hun huis. En door de precieze schildering van blokken steen en bladderend pleisterwerk.

Raden Saleh
Een bijzondere plaats is ingeruimd voor een niet-Nederlandse schilder, Raden Saleh, de zoon van een Javaanse edelman. Hij werd door de Nederlandse schilder Antoine Payen op Java ontdekt en kreeg les van hem. Payen zorgde er voor dat hij in Nederland verder kon studeren bij Andreas Schelfhout en Cornelis Kruseman. Dankzij deze twee topschilders ontwikkelde Raden Saleh zich snel als landschap- en portretschilder. Hij verwierf in Holland faam als portretschilder en kreeg een reisbeurs voor Europa. Zijn reizen werden een triomftocht, vooral in Duitsland was de bewondering groot. Ernst I, hertog van Saksen-Coburg, werd zijn mecenas. Raden Saleh logeerde tien jaar aan diens hof in Dresden, afgewisseld met reizen naar Parijs, Londen en Schotland. Raden poetste in die periode zijn adellijke afstamming flink op.

Het werk van Raden Saleh is spannend omdat Europese onderwerpen als landschappen en veldslagen oosters aangekleed worden. Toen hij in 1852 terugkeerde naar Java kreeg zijn oeuvre nationalistische tintjes. Noem het 'Vaderlandsch gevoel', maar dan van Indische bodem. Op de tentoonstelling hangen verschillende doeken van deze bijzondere kunstenaar. Na zijn terugkeer in Indië schilderde hij graag landschappen. Tijdens een van zijn reizen, in 1865, door het Javaanse binnenland, begon de vulkaan Merapi te spuwen. Als een voorloper van Monet schilderde hij de woeste vulkaan op verschillende momenten, driemaal overdag en tweemaal 's nachts. Alleen voegde hij, in tegenstelling tot Monet, de tijdopnames samen tot één schilderij. De indrukwekkende uitbarsting kreeg een prominente plaats in Dordrecht.

Betzy Akersloot-Berg
Ik heb nu een tiental tentoongestelde schilders vermeld. Van de overige tientallen wil ik er nog één noemen, een vrouw, Betzy Berg, al was het maar omdat vrouwen nog altijd ondervertegenwoordigd zijn op exposities. Maar meer nog omdat ik getroffen werd door een zeegezicht van deze begaafde schilderes, van wie ik nog nooit gehoord had. Zij werd in 1850 geboren in Noorwegen, maar na wat omzwervingen ging ze tenslotte in de leer bij Hendrik Willem Mesdag in Den Haag, die net als zij gefascineerd was door de zee. In diens vriendenkring ontmoette ze Gooswinus Akersloot, met wie ze in 1893 trouwde. Het paar vestigde zich op Vlieland in het oudste huis van het eiland (uit 1575), het huidige museum Tromp's Huys. Ze liet naast haar huis een atelier bouwen en exposeerde met veel succes in geheel Europa. Tromp's Huys beheert nu het grootste deel van haar oeuvre, dat bestaat uit meer dan 300 schilderijen, tekeningen en prenten. Ook een aantal musea in Noorwegen en het Frans Hals Museum in Haarlem bezitten werk van haar.

In Dordrecht hangt onder meer haar 'Fugola rots' (ca. 1893) uit de Vlielandse collectie. Het werk bestaat uit vier elementen: de lucht, de zee, twee rotsen, een zwerm vogels. Dat is alles, maar het langwerpige doek is volmaakt in evenwicht. De horizon is laag gehouden, de schuimige zee beslaat ongeveer een derde van het doek, de bewolkte hemel met een dunne dofgele lichtstrook van de ondergaande zon twee derde. Twee flinke rotspartijen in zee doorbreken de horizontale vlakken en daaromheen zorgt een lange uitgestrekte zwerm watervogels voor beweging en leven. In feite een klassiek harmonieuze opbouw, drie horizontale lagen, zeg lijnen, doorbroken door een verticale lijn. Alle drie de lijnen verdwijnen in een punt links op het doek, vlak boven de horizon. Geschilderd in nuances van vier kleuren: grijs, geel, bruin en wit.

Het schilderij toont de ongenaakbaarheid van de zee en de volstrekte rust van een eenzame kust. Het leven teruggebracht tot opspattend zeewater, langstrekkende wolken en het gekwetter van zeevogels. Het museum herdenkt dit jaar de honderdste sterfdag van Betzy Berg met een speciale tentoonstelling over haar werk en leven.

Wanderlust, nog t/m 8 januari 2023, Museum Dordrecht, Museumstraat 40, Dordrecht. Website: www.dordrechtsmuseum.nl.

Peter van Dijk is journalist.

Terug naar boven