Dec. 2022 - febr. 2023, 17e jg. nr.3. Eindredactie: Rob den Boer. E-mail: redactie.bkj@gmail.com.
 
VOORKANT ACTUEEL AGENDA UITGELICHT ARCHIEF COLOFON 
voorpagina
artikel
recensies van tentoonstellingen actuele exposities
Nederland BelgiŽ
opmerkelijke
kunstberichten
artikelen uit  
vorige nummers

over Het Beeldende Kunstjournaal

 

Actueel

Van Oude Meesters en Nieuwe Meesters

'De dood van Maria' van Hugo van der Goes is een van de belangrijkste werken in de collectie Vlaamse primitieven van Musea Brugge. Het werd tussen 2018 en 2022 grondig gerestaureerd en staat nu centraal in een tentoonstelling in het Sint-Janshospitaal. In zes thema's wordt dieper ingegaan op 'De dood van Maria'. Vijf Nieuwe Meesters, bekende Nederlanders en Belgen, leiden ieder een aspect van de tentoonstelling in, via videoportretten.

Door Joke M. Nieuwenhuis Schrama

Hugo van der Goes (1440-1483) behoort tot de Vlaamse primitieven. Er is in vergelijking met bijvoorbeeld Hans Memling of Jan van Eyck minder over hem bekend, maar het werk 'De dood van Maria' dat hij zo'n 540 jaar geleden schilderde, heeft hem zeker faam gegeven. Karel van Mander heeft Van der Goes in zijn Schilder-boeck opgenomen, uitgegeven in 1604, en hem daarin als volgt besproken:
"(…) Het leven van Huge van der Goes, Schilder van Brugge. Het is een
ghemeen ghebruyck, oft een dinghen dat veel gheschiet, wanneer ghesien wort dat yemant, een groot Meester gheworden zijnde in onse Const, in eeren en voorspoet is gecomen, dat d'Ouders hun kinders te meer houden op de Teycken-const, ghelijck Ioannes daer door oock wel veel Discipelen soude ghecregen hebben, dan het schijnt wel dat hy daer niet te begheerich nae en was: doch heeft hy ghehadt eenen, ghenaemt Huge van der Goes, den welcken van grooten gheest en vernuft wesende, is een uytmuntigh goet Schilder gheworden. Hy heeft van zijn Meester gheleert de Const van Oly-verwe (...)" (Bron: DBNL)

 
'De dood van Maria', Hugo van der Goes, © Musea Brugge, artinflanders.be. Foto: Dominique Provost.

City dressing
Als ik Brugge binnenkom vanaf het station – met een fietstaxi, valt mij de zogenaamde 'city dressing' op, in de kleur blauw. Dat heeft evenveel te maken met de dan op handen zijnde voetbalmatch tussen Brugge en Porto (blauw voor Brugge) als met het blauw van Maria's mantel. Brugge is een Mariastad en de tentoonstelling 'de dood van Maria' in Museum Sint-Janshospitaal wordt met billboards primair in blauw aangegeven.

Hemelvaart
'Oog in oog met de dood' klinkt wat afschrikwekkend. Door de eeuwen heen is de dood van Maria uitgebeeld door schilders, tekenaars, graveurs en beeldhouwers. 'Maria Hemelvaart' was mij eerlijk gezegd beter bekend dan 'de dood van'. Vermoedelijk omdat ik met de Rooms-Katholieke religie ben opgegroeid, dat wil zeggen tot aan mijn late tienerjaren en daarna geloofde ik het wel - in de meest figuurlijke zin welteverstaan. Maria Hemelvaart, al is het maar een titel, klinkt wat mystieker.

Mariasteden
De Mariadevotie in België is groter dan in Nederland, met name in Brugge en zoals gezegd maakt deze stad deel uit van de Belgische Mariasteden, waartoe ook Antwerpen en Halle behoren. Het is te zien aan de ruim driehonderd Mariabeeldjes in de gevels van de Brugse gebouwen en woonhuizen. Ze worden onderhouden door een Mariavereniging, sommige met een eigentijdse twist, maar altijd met een verwijzing naar Maria.

Nieuwe meesters
De thematische tentoonstelling omvat, met het gerestaureerde paneel 'De dood van Maria' als middelpunt, zeventig objecten, waaronder schilderijen van onder meer Van der Goes, Hans Memling, Petrus Christus, Geertgen tot Sint Jans, Jan Provoost en Albrecht Bouts. Verder sculpturen, manuscripten en religieuze gebruiksvoorwerpen, voornamelijk 14e, 15e of 16e eeuws. Uit deze objecten zijn zogenaamde 'drivers' geselecteerd, die een verwijzing bevatten naar de kunst- en cultuurhistorische betekenis van 'De dood van Maria'.

Deze werken zijn geïnterpreteerd door kunstenaar Berlinde de Bruyckere (1964), op het thema: Zin. En door Ivo van Hove (1958), theater en operaregisseur, op het thema: Beleven. Door Anne Teresa de Keersemaeker (1960), choreografe, op het thema: Virtuoos. Door Ilja Leonard Pfeijffer (1968), dichter en schrijver, op het thema: Maria Icoon. En door Sholeh Rezazadeh (1989), schrijfster en arts, op het thema: Afscheid. Te zien zijn video-opnames waarin de vijf bovengenoemde nieuwe meesters hun professionele en individuele dialoog met Van der Goes' werk en de betreffende 'drivers' hebben gecreëerd. Een tweetal wordt hieronder uitgelicht.
'Hugo van der Goes in het Roode Klooster', 1872, olieverf op doek, Emile Wauters, © Brussel, Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België.

Zin
In dit thema vertelt Berlinde de Bruyckere in een videoportret van enkele minuten over haar invalshoek. Dat er van het schilderij 'De dood van Maria' een spirituele kracht uitgaat, is zeker. Het werk zou uitnodigen tot contemplatie en innerlijke beschouwing. De 'drivers' bij dit thema zijn de werken van Geertgen tot Sint Jans, 'Johannes in de Wildernis' (ca.1480/90) en van Hans Memling, 'Van Nieuwenhovediptiek' (1487).

Maria Icoon
Het videoportret in dit thema is van Ilja Leonard Pfeijffer en de 'driver' is het vijftiende eeuwse eiken altaarstuk 'Het sterfbed van Maria' van Adriaen van Wesel. Onder invloed van de kerk ontwikkelde Maria zich tot de superster van de christelijke, religieuze iconografie. De vele artistieke interpretaties liegen er niet om. In de late middeleeuwen werd Maria door kunstenaars steeds vaker als menslievende en toegankelijke figuur verbeeld.

Muziektherapie
Het parcours loopt in een cirkelvormige setting met lange, licht transparante gordijnen (een kleine detour naar de ruimte met werken van Memling in de naastgelegen kapel is zeker aan te raden). Het eerste schilderij dat ik bekijk is ook geselecteerd als 'driver' en vormt het Intro. Een tafereel of scene waarin Hugo van der Goes de hoofdrol heeft met een groepje zingende misdienaars, twee minstrelen, een dirigent-broeder en rechts een handjevol toeziende medebroeders. Het is geschilderd door Emile Wauters (1846-1933) in 1872, getiteld: 'De schilder Hugo van der Goes in het Roode Klooster'. Wauters heeft van der Goes als een gekweld man uitgebeeld die een muziektherapie ondergaat, kennelijk werd die in het klooster gebezigd bij mensen met mentale problemen.
Zie ook: www.youtube.com/RoodeKlooster.

Van der Goes heeft de laatste jaren van zijn leven in deze oorspronkelijke 14e eeuwse priorij gewoond en gewerkt, want hij leed aan melancholie. Die informatie over Van der Goes' geestelijke gesteldheid vond de broer van Wauters, Alphonse, in 1863 aan de hand van kronieken opgetekend door broeder Gaspar Ofhuys, na de dood van Van der Goes. Deze broeder woonde tegelijkertijd met de kunstenaar in het Roode Klooster. Emile Wauters heeft de kunstenaar mogelijk op basis van deze kronieken geschilderd, zonder ooit een portret van hem te hebben gezien, dat is toch gissen... Evengoed is het uitbeelden van een getormenteerd mens misschien wat eenvoudiger dan een optimistisch of tevreden persoon, lijkt mij ... We kunnen ons nu wel enigszins vasthouden aan Wauters' 19e eeuwse creatie van Hugo van der Goes.

Gruwelijkheden

Als je toch in Brugge bent, er zijn nog meer werken van Van der Goes te bekijken in het Groeningemuseum, een van de dertien musea in Brugge. Ik zag daar onder meer het werk 'De marteling van St. Hippolytus', dat vermoedelijk door Van der Goes is voltooid na de dood van zijn vakbroeder en tijdgenoot Dieric Bouts. Die marteling hield in: het worden gevierendeeld met behulp van paarden. Als je zoiets gruwelijks moet schilderen, zou je wel depressies krijgen, hoewel er in tijd meer meedogenloze, barbaarse executies plaatsvonden, zoals het levend villen... . Hier is trouwens ook een tafereel van te vinden, een diptiek geschilderd door Gerard David in 1498.

 
Zaalzicht Oog in oog met de Dood, © Musea Brugge.

Ik dacht aanvankelijk dat het om een anatomische les ging...

Icoon
Het laatste schilderij dat ik bekijk is vriendelijker, een werkje van James Ensor uit 1893. Het is een portret van zijn vriend en promotor Eugène Demolder, getiteld 'Icône' en jawel hoor, met boven het portret een Maria met kind-icoon, en de favoriete 15e en 16e-eeuwse taferelen van Demolder. Dit leek me wel voldoende Maria om mee af te sluiten. A propos, die voetbalmatch eindigde in een 0-4 voor Brugge.

Oog in oog met de dood, Hugo van der Goes, oude meester, nieuwe blik, nog t/m 5 februari 2023, Museum Sint-Janshospitaal, Mariastraat 38, Brugge, België. Meer informatie: www.museabrugge.be/sint-janshospitaal. Trailer: www.youtube.com/VanderGoes.

Er is geen tentoonstellingscatalogus verschenen bij 'De Dood van Maria', maar wel een uitgave ter gelegenheid van de tentoonstelling. Een fraai geïllustreerd en goed gedocumenteerd boek: 'Oog in oog met Hugo van der Goes – Oude meester, nieuwe blik', ISBN 9789464366723.

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

Wanderlust, over nieuwsgierigheid naar verre landen

Kunst vindt vaak haar inspiratie in de maatschappelijke context. Dat is een open deur en ook een inzicht dat geregeld herbevestigd wordt. Een voorbeeld, nadat Napoleon de slag bij Leipzig in 1813 verloren had, werden de Franse bezetters Nederland uitgegooid. In de landschapsschilderkunst leidde dat tot de triomf van het 'Vaderlandsch gevoel'.

Door Peter van Dijk

De woordvoerder van dit gevoel was de gezaghebbende criticus Jeronimo de Vries. Hij stelde als eis aan de Nederlandse landschapsschilderkunst dat zij het eigene, de waarheid en de eenvoud moest verbeelden. Dus geen buitenlandse streken met romantische bergpaden, maar herkenbare Hollandse onderwerpen.

Waarheid hield in: aannemelijkheid, dus mythologische landschappen konden niet, die waren niet in Nederland te vinden. Eenvoud is een oerhollandse calvinistische karaktertrek, dus aanstellerij, gekunstelde kunst, virtuositeit waren taboe.

Een perfect voorbeeld van zijn voorliefde is 'Het IJ van Amsterdam bij winter' van de schilder Albertus Brondgeest (1823, Teylers Museum). De juiste vrieskoukleuren, boten op de besneeuwde wallenkant, in elkaar gedoken mannen met lange schaduwen in de lage zon. De compositie is een lijnenspel van rechte masten en schuine schoten. Geen fratsen, een eerlijk en sober tafereel van harde werkers in de kou. Schilderijen van drassige polders met molens, heides met schapen, wolkenluchten, vissers, zeezichten, verkochten goed in binnen- en buitenland.

 
Antonie Sminck Pitloo (1790-1837), 'La Grotta di Posillippo', 1826, olieverf op doek, 52 x 59 cm. Collectie Rijksmuseum, Amsterdam.

Verwijzingen naar de grote vaderlandse landschapsschilders uit de zeventiende eeuw als Meindert Hobbema, Albert Cuyp, Jan van Goyen en Jacob van Ruisdael, gaven het moderne puur Hollandse werk van schilders als Wouter van Troostwijk en Andreas Schelfhout in de ogen van De Vries extra diepgang.

Kentering
Rond 1840 vond een kentering plaats. Een nieuwe geest trok door de wereld van de beeldende kunsten. Weg met de oude sjablonen, de vaste compositieschema's en de vaderlandse thema's. Ook als we buiten de grenzen keken en grootse landschappen schilderden konden we rechtgeaarde Nederlanders zijn, schreef Jacob van Lennep, in die tijd een kunstcriticus die zich al langer tegen de Hollandse hokjesgeest verzette. De tentoonstelling 'Wanderlust' (Reislust) behandelt deze periode van reislust, van nieuwsgierigheid naar verre landen, die een woestere natuur en een ander licht kenden, andere kleding en bouwstijlen. Kortom, andere natuur en cultuur. De kentering werd veroorzaakt door de opkomst van de romantiek, waarin kunstbeoefening los kwam te staan van voorschriften en regels. Kunst werd de uiting van individuele gevoelens en interpretaties. De introductie van de stoomtrein en de stoomboot gaf de reislust een extra zetje. Reizen werd langzaamaan minder ingewikkeld en meer betaalbaar.

Barend Cornelis Koekkoek, een gevierd schilder van landschappen, die Holland in 1834 had verlaten en een kunstschool in Kleef begonnen was, bepleitte bij zijn leerlingen de eigen interpretatie van de waarneembare natuur: ,,Hierdoor zult ge ook origineel, oorspronkelijk zijn (…), als origineel, staat gij hooger dan de slaafse navolger van deze of gene manier." Een schilder mocht best zijn eigen 'ideale landschap' scheppen, zijn vervoering leggen in de weergave van wat hij zag. 'Een bevallige leugen' noemde Koekkoek dat. Afwijkingen van de traditie waren toegestaan, mits de natuur maar gevolgd werd. Koekkoek is goed vertegenwoordigd op de Dordrechtse expositie.

De dominantie van het 'Vaderlandsch gevoel' als criterium voor goede of slechte kunst, doet denken aan de rigide regels van academische kunst. De kunstacademies van de 18de en 19de eeuw, de Parijse voorop, waren net zo rechtzinnig in de leer als de liefhebbers van het 'Vaderlands gevoel'. Ze predikten tekenen als basis van de schilderkunst en de onderwerpen dienden gezocht te worden in de antieke wereld van Rome en Athene. Week een kunstenaar af van deze academische voorschriften, dan mocht hij niet exposeren op de jaarlijkse Salon in de Franse hoofdstad. Zo'n expositieverbod was makkelijk te realiseren. De leraren van de Academie zaten in de jury van de Salon.

Prix de Rome
De bedoeling van de bekende reisbeurs Prix de Rome, ingesteld door Lodewijk XIV in 1663 - en overgenomen door vele landen waaronder Nederland-, was zeker niet dat aankomende kunstenaars andere stijlen of andere culturen konden leren waarderen. De uitverkoren schilders mochten naar Rome gaan om zich te laten inspireren door de grote klassieke meesters. Door deze meesters te kopiëren, konden zij eenzelfde vaardigheid leren en vervolgens na terugkeer in het vaderland de achterblijvers verrijken met hun nieuwe verworvenheden. De kunstwerken van Italië golden eeuwenlang als het ideaal van harmonie en schoonheid. De reis naar Italië was voor schilders, beeldhouwers, architecten, lange tijd dan ook de vervulling van een droom. In het kielzog van kunstenaars ambieerden vooral Engelse jongemannen van goede komaf eveneens een reis naar Italië, naar de bakermat van de kunst. Dat was goed voor hun CV.

Alexander Wüst (1837-1876), 'Bergstroom bij Finnmark in Noorwegen, bij maanlicht', 1867, olieverf op doek. 118 x 228 cm. Collectie Dordrechts Museum.

Naslagwerk
De schilder Josephus Augustus Knip was een van die gelukkigen die met een beurs in 1809 naar Italië trok. Hij maakte er zijn beste werk volgens Jenny Reynaerts, conservatrice van het Rijksmuseum en schrijfster van de recente publicatie 'Spiegel van de Werkelijkheid', het schitterende naslagwerk over de 19de eeuwse Nederlandse schilderkunst. Reynaerts hielp de tentoonstelling in Dordrecht samen te stellen. Een aantal hoofdstukken van haar dikke en prijzige boek (49,95 euro) dienen als leidraad voor de tentoonstelling 'Wanderlust'. Van Knip zijn er ettelijke schilderijen te zien en prachtige studies in aquarel en olieverf van de Italiaanse natuur en het zuidelijke licht. Deze werken hadden niets meer te maken met het 'Vaderlandsch gevoel'. Andere winnaars van de reisbeurs, zoals Hendrik Voogd, Abraham Teerlink en Antonie Sminck Pitloo besloten in het mooie Italië te blijven. In feite was hun 'wanderlust' dus van korte duur. De Voogd werd de spil van een groep buitenlandse schilders in Rome. Hij experimenteerde veel met lichteffecten, een pakkend innovatief voorbeeld is 'Parasoldennen' (1807), met slanke hoge, bijna dansende stammen, een studie van het tegenlicht van de zon. Helemaal los van zijn oorspronkelijke vaderland raakte hij toch niet in Rome, vanaf 1806 begon hij Italiaans vee te schilderen.

Het bijzondere van de tentoonstelling in Dordrecht is, dat je naast bekende namen allerlei min of meer onbekende schilders ontdekt, die geweldige schilderijen en tekeningen hebben gemaakt. De tentoonstelling 'Wanderlust' is dus op zichzelf een ontdekkingsreis. Teerlinck schilderde arcadische landschappen met watervallen die gretig als souvenir gekocht werden door de rondreizende Engelse jongemannen. Ook Pitloo leefde van de verkoop aan toeristen. Hij vestigde zich in Pasillipo, een plaatsje bij Napels, waar hij onder (veel) meer de plaatselijke grot schilderde, met een contrast van krachtig zonlicht en diepe schaduw, dus ook een studie van licht. Pitloo werd gewaardeerd in Italië, hij begon in zijn woonplaats zelfs een academie.

Alexander Wüst
Deze landverhuizers onttrokken zich dus aan hun opdracht de thuisblijvers te verrijken met hun nieuwe inzichten en vakkennis. Alexander Wüst, een schilder waar bijna niemand van gehoord had, zat het reizen in het bloed. Hij werd in 1837 in Dordrecht geboren, verhuisde met zijn vader, ook een schilder, naar New York en kwam vanwege de Burgeroorlog als 27-jarige terug naar Europa en vestigde zich in Antwerpen. Van daaruit maakte hij vele reizen naar Schotland en Noorwegen. Wüst schilderde landschappen waarin de ongerepte schoonheid werd vereerd. Zie zijn spectaculaire woestijn in Maine bij maanlicht, zijn fjorden, wilde bergstromen en mistvlagen langs bergtoppen. Hij maakte furore in zijn tijd, exposeerde veel en verkocht goed, zowel in Amerika als in Europa. Zelfs de sjah van Perzië bezat een doek van hem. Maar musea kochten niets van hem. Na zijn vroege dood op 40-jarige leeftijd raakte hij in de vergetelheid. Zijn Amerikaanse schoonmoeder schonk zijn schilderijen aan het Dordrechts Museum, waar ze lang onopgemerkt bleven in het depot. Nu herleeft de belangstelling voor Alexander Wüst, op deze tentoonstelling neemt zijn werk een prominente plaats in.

Een belangrijke ontdekking tijdens de voorbereiding van deze tentoonstelling was dat er veel meer schilders op reis gingen dan gedacht. Teveel om hier te vermelden. In totaal bestaat de tentoonstelling uit honderd werken. Ze hangen gegroepeerd naar land of streek. De bezoeker maakt als het ware een reis door de wereld, langs bergen en dalen, bossen en stranden, steden en hooibalen. Romantici als Louwrens Hanedoes, een leerling van Koekkoek, gingen graag de bergen in, in Zwitserland, Frankrijk, de Pyreneeën. Maar anderen, zoals Willem de Famars Testas, waren geboeid door de Oriënt. De 'Binnenplaats van een huis in Cairo' (1881) roept een associatie op met Pieter de Hoogh, door de intieme sfeer van het tafereel, een gezin op de vervallen stoep van hun huis. En door de precieze schildering van blokken steen en bladderend pleisterwerk.

Raden Saleh
Een bijzondere plaats is ingeruimd voor een niet-Nederlandse schilder, Raden Saleh, de zoon van een Javaanse edelman. Hij werd door de Nederlandse schilder Antoine Payen op Java ontdekt en kreeg les van hem. Payen zorgde er voor dat hij in Nederland verder kon studeren bij Andreas Schelfhout en Cornelis Kruseman.

 
Willem de Famars Testas (1834-1896), 'Binnenplaats van een huis te Caïro', 1868-1881, olieverf op doek. 84 x 62 cm. Collectie Dordrechts Museum. Bruikleen Rijksmuseum, Amsterdam.

Dankzij deze twee topschilders ontwikkelde Raden Saleh zich snel als landschap- en portretschilder. Hij verwierf in Holland faam als portretschilder en kreeg een reisbeurs voor Europa. Zijn reizen werden een triomftocht, vooral in Duitsland was de bewondering groot. Ernst I, hertog van Saksen-Coburg, werd zijn mecenas. Raden Saleh logeerde tien jaar aan diens hof in Dresden, afgewisseld met reizen naar Parijs, Londen en Schotland. Raden poetste in die periode zijn adellijke afstamming flink op.

Het werk van Raden Saleh is spannend omdat Europese onderwerpen als landschappen en veldslagen oosters aangekleed worden. Toen hij in 1852 terugkeerde naar Java kreeg zijn oeuvre nationalistische tintjes. Noem het 'Vaderlandsch gevoel', maar dan van Indische bodem. Op de tentoonstelling hangen verschillende doeken van deze bijzondere kunstenaar. Na zijn terugkeer in Indië schilderde hij graag landschappen. Tijdens een van zijn reizen, in 1865, door het Javaanse binnenland, begon de vulkaan Merapi te spuwen. Als een voorloper van Monet schilderde hij de woeste vulkaan op verschillende momenten, driemaal overdag en tweemaal 's nachts. Alleen voegde hij, in tegenstelling tot Monet, de tijdopnames samen tot één schilderij. De indrukwekkende uitbarsting kreeg een prominente plaats in Dordrecht.

Betzy Akersloot-Berg
Ik heb nu een tiental tentoongestelde schilders vermeld. Van de overige tientallen wil ik er nog één noemen, een vrouw, Betzy Berg, al was het maar omdat vrouwen nog altijd ondervertegenwoordigd zijn op exposities. Maar meer nog omdat ik getroffen werd door een zeegezicht van deze begaafde schilderes, van wie ik nog nooit gehoord had. Zij werd in 1850 geboren in Noorwegen, maar na wat omzwervingen ging ze tenslotte in de leer bij Hendrik Willem Mesdag in Den Haag, die net als zij gefascineerd was door de zee. In diens vriendenkring ontmoette ze Gooswinus Akersloot, met wie ze in 1893 trouwde. Het paar vestigde zich op Vlieland in het oudste huis van het eiland (uit 1575), het huidige museum Tromp's Huys. Ze liet naast haar huis een atelier bouwen en exposeerde met veel succes in geheel Europa. Tromp's Huys beheert nu het grootste deel van haar oeuvre, dat bestaat uit meer dan 300 schilderijen, tekeningen en prenten. Ook een aantal musea in Noorwegen en het Frans Hals Museum in Haarlem bezitten werk van haar.

In Dordrecht hangt onder meer haar 'Fugola rots' (ca. 1893) uit de Vlielandse collectie. Het werk bestaat uit vier elementen: de lucht, de zee, twee rotsen, een zwerm vogels.

Dat is alles, maar het langwerpige doek is volmaakt in evenwicht. De horizon is laag gehouden, de schuimige zee beslaat ongeveer een derde van het doek, de bewolkte hemel met een dunne dofgele lichtstrook van de ondergaande zon twee derde. Twee flinke rotspartijen in zee doorbreken de horizontale vlakken en daaromheen zorgt een lange uitgestrekte zwerm watervogels voor beweging en leven. In feite een klassiek harmonieuze opbouw, drie horizontale lagen, zeg lijnen, doorbroken door een verticale lijn. Alle drie de lijnen verdwijnen in een punt links op het doek, vlak boven de horizon. Geschilderd in nuances van vier kleuren: grijs, geel, bruin en wit.
Betzy Berg (1850-1922), 'Fugola rots', in of na 1893, oieverf op doek, 84 x 135 cm. Collectie Museum Tromp's Huys, Vlieland.

Het schilderij toont de ongenaakbaarheid van de zee en de volstrekte rust van een eenzame kust. Het leven teruggebracht tot opspattend zeewater, langstrekkende wolken en het gekwetter van zeevogels. Het museum herdenkt dit jaar de honderdste sterfdag van Betzy Berg met een speciale tentoonstelling over haar werk en leven.

Wanderlust, nog t/m 8 januari 2023, Museum Dordrecht, Museumstraat 40, Dordrecht. Website: www.dordrechtsmuseum.nl.

Peter van Dijk is journalist.

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

Twee haiku's van Ria Giskes. Verder op deze pagina vindt u er nog twee.

 

slapeloos
ver weg de roep
van ganzen

vroeg in de morgen
koert een duif
mijn kindertijd wakker

 

Haiku: Ria Giskes-Pieters; foto: ©John Giskes.
Meer haiku's van Ria Giskes vindt u hier: http://tjilp.blogspot.com.

Terug naar boven

 

Ai Weiwei: Onthoud dat je moet sterven

Een gigantische zwarte glazen sculptuur, deels kroonluchter, deels knekelhuis, met een wirwar van gegoten glazen skeletten, menselijke schedels, inwendige organen, botten, krabben, vleermuizen en bewakingscamera's, hing bovenin het centrale schip in een 16e-eeuwse kerk op het Venetiaanse eiland San Giorgio Maggiore. De titel van het werk is 'De menselijke komedie: Memento Mori'. Met 2000 glasstukken, een hoogte van 8,4 meter, een breedte van 6,4 meter en een gewicht van 2.700 kg is het een van de grootste hangende Murano-glassculpturen ooit gemaakt.

Door Han de Kluijver

De kroonluchter vormt het middelpunt van een tentoonstelling met 32 recente sculpturen van Ai Weiwei. Hoewel de Chinese kunstenaar aan de kroonluchter begon vóór de Covid-pandemie, dient hij als eerbetoon aan de vele levens die door het virus verloren zijn gegaan. De dood is er altijd om ons te vergezellen, maar we houden er niet van om het te erkennen. We hebben de neiging om het te zien als iets dat andere mensen overkomt. Memento Mori betekent letterlijk: onthoud dat je moet sterven.

De dood is geen onbekend onderwerp voor Ai Weiwei. Hij gebruikte bij zijn tentoonstelling 'Remains' (2015) al porseleinen reproducties van menselijke botten, die zijn opgegraven op de plaats van een werkkamp dat eind jaren vijftig onder Mao Zedong bestond. "De menselijke botten behoren tot de generatie van mijn vader. Er zijn zoveel verbannen intellectuelen die gewoon (voor) dood zijn achtergelaten," zegt Ai Weiwei (Bron: Fondazione Berengo), verwijzend naar China's Anti-Rechtse Campagne van 1958, die culmineerde in de zuivering van duizenden intellectuelen, waaronder zijn eigen vader, de dichter Ai Qing. Ai Weiwei schuwt het niet om politieke werken te presenteren. Voor hem is het overschrijden van grenzen een cruciale rol van de kunstenaar, hoe gevaarlijk die ook zijn.

 
Ai Weiwei, 'De menselijke komedie: Memento Mori'. Foto: Han de Kluijver.

Een wirwar van tegenstrijdige gevoelens
De kroonluchter is het resultaat van een vierjarige samenwerking met de Berengo Studio van Adriano Berengo, op het Venetiaanse eiland Murano. Berengo nam het initiatief voor de samenwerking met de kunstenaar, die hij bewondert om zijn sterke politieke overtuigingen. Toen ik voor het eerst van Adriano Berengo over het kunstwerk in wording hoorde, was ik sceptisch. Was het niet 'over the top', teveel maatschappijkritiek, teveel bombast in één kunstwerk? Hoe zouden concept en beeld zich tot elkaar gaan verhouden? Maar het resultaat bekijkend in de kerk, wekte de installatie tegenstrijdige gevoelens bij me op. Door de vakkundige belichting en de bijzondere constructie lijkt de kroonluchter als een waterval van beenderen, organen en onverwachte voorwerpen op je af te komen. Tezamen vormen ze echter een aangrijpende metafoor voor de verstoorde relatie tussen mens en natuur, een boodschap die luid weerklinkt in het fragiele ecosysteem van de Venetiaanse lagune.

Volgens de kunstenaar gaat de installatie over nog veel meer dingen, zo vertelde hij in Venetië: "Russische bommen vallen op Oekraïne. China spant zijn militaire spierballen in de Straat van Taiwan. Migranten sterven op zee omdat de boten van smokkelaars zinken. De aarde warmt op, veroorzaakt droogte, instortende gletsjers en hevige stormen. De pandemie blijft voortduren. We moeten opnieuw nadenken over de mens en zijn verhouding tot de natuur. Verdienen we deze planeet echt, of zijn we gewoon zo kortzichtig en zelfzuchtig?" (Bron: Fondazione Berengo)

Het kunstwerk dwingt ons niet alleen om te gaan met onze eigen sterfelijkheid, maar ook met de rol die ons leven heeft in het grote theater van de menselijke geschiedenis. Niet voor niks verwijst de titel van het werk naar Dante's epische gedicht uit de 14e eeuw, 'De Goddelijke Komedie'.

Het mooie van de enorme hangende sculptuur van zwart glas is, dat het een mysterie is zoals een menselijke tragedie of komedie, een verwarde puinhoop die iedereen voor zichzelf moet proberen te ontrafelen. Het is een krachtig object, dat je emotioneel raakt, je bijblijft en je dag verandert.

Detail Ai Weiwei, 'De menselijke komedie: Memento Mori'. Foto: Francesco Allegretto.

De tentoonstelling was van 28 augustus tot 27 november 2022 te zien in de Basiliek van San Giorgio Maggiore in Venetië. Van 7 april t/m 30 juli 2023 hangt de kroonluchter in het Design Museum in Londen (designmuseum.org), in het kader van de tentoonstelling 'Ai Weiwei: Making Sense'.

Han de Kluijver is architect bna bni bnsp.

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

Biennale van Venetië 2022: Van de schoonheid en de afkeer

In 1895 werd de eerste Biënnale van Venetië gehouden, onder de naam 'Prima Espozione Internazionale d'Arte della Città di Venezia'. Destijds werd nog gedacht dat het een eenmalig event zou zijn, maar dit jaar was er alweer de 59ste editie. Het is wereldwijd de oudste tentoonstelling op het gebied van de hedendaagse kunsten.

Door Joke M. Nieuwenhuis Schrama

De Biënnale Arte is doorgaans in de oneven jaren gehouden en de Biënnale Architettura, ontstaan rond 1950, in de even jaren. De 17e Architettura was in 2021, in plaats van Arte, als gevolg van de coronapandemie. Waren er in 2021 nog volop Covidbeperkingen, dit jaar kon dan de Arte Biennale na drie jaar weer 'normaal' plaatsvinden. Op het moment dat ik Italië binnenkwam, in Rome, was net de mondkapjesplicht opgeheven in het openbaar vervoer en in openbare gebouwen. Een verademing, ofschoon ze nog wel veelvuldig worden gebruikt door jong en oud.

Deze 59ste editie is samengesteld door de Italiaanse curator Cecilia Alemani (1977).

 
Cecilia Alemani. Foto: Jacopo Salvi. Courtesy of La Biennale di Venezia.

Zij heeft de titel 'The Milk of Dreams' ontleend aan het gelijknamige kinder(poëzie) boek van Leonora Carrington (1917-2011). Om te weten waar Alemani de inspiratie vandaan heeft gehaald, heb ik het boekje (Engels) gelezen. Ik was er snel doorheen, het is een verzameling surrealistische poëzie of proza voor kinderen, grappig en bizar tegelijk. Zowel de tekst als de tekeningen zijn van Carrington, gemaakt voor haar eigen kinderen, in de jaren 60. Dat de getoonde kunst en kunstuitingen in deze editie van de Biënnale ook bizar, grappig of surrealistisch zouden kunnen zijn, daar was ik dan op voorbereid. Een fragment uit het persstatement van Alemani: "(…) The exhibition 'The Milk of Dreams' takes Leonora Carrington's otherworldly creatures, along with other figures of transformation, as companions on an imaginary journey through the metamorphoses of bodies and definitions of the human (…)"

213 kunstenaars uit 58 landen toonden hun werken. Werken die Alemani tot haar spijt niet allemaal vooraf heeft kunnen beoordelen. Nederland (Mondriaanfonds) zond dit jaar de video-installatie van melanie bonajo in, haar naam geheel in undercast geschreven, herman de vries navolgend, maar in de informatie van de Biennale wordt dit niet gebezigd. De presentatie van bonajo's werk zag ik in Eye Amsterdam afgelopen voorjaar, getiteld 'When the body says yes'. Scènes van onder meer naakte lichamen dicht tegen elkaar liggend, rug tegen buik, alsof ze aaneengeregen zijn. Verzin het maar... kunst kent geen begrenzingen lijkt het en dit videowerk schijnt in het thema te passen. De externe locatie waarin het wordt getoond, is een in onbruik geraakte kerk in Cannaregio. Een van mijn Italiaanse vrienden meende dat er ook volley- of basketbalwedstrijden in worden gehouden, een multifunctioneel godshuis... Dus niet in het Nederlandse Rietveldpaviljoen in Giardini, want die ruimte is voor deze Biënnale gegund aan Estland. In het park mogen namelijk geen paviljoens meer worden bijgebouwd.

Lagune
Deze keer arriveer ik met de trein vanuit Assisi in de Lagune, een rit van om en nabij vijf uur, inclusief een overstap in Florence. Ik heb twee dagen ingepland voor een bezoek aan de hoofdlocaties Arsenale en Giardini. Ook kon ik na drie jaar mijn vrienden weer ontmoeten.

Verder bezocht ik externe Biënnale-exposities, musea en andere tentoonstellingen, er is zoveel aanbod. Als ik op het station Santa Lucia aankom, is het al stikdonker maar beslist niet uitgestorven. Integendeel, wat voor seizoen het ook is, de stroom bezoekers blijft gelijk.

Nederlands paviljoen, La Biennale di Venezia, 2022. Foto: Andrea Avezzù. Courtesy: La Biennale di Venezia.

Ik ga met de stroom mee over de glazen brug van Calatrava en vanaf het drukke Piazzale Roma probeer ik de weg naar het hotel te vinden. Google Maps paraat, maar ik voel mij desondanks een blinde vink in het donker. De huizen langs de straten en de grachten hebben meestal wel nummers boven de deuren, maar die gelden voor het hele stadsdeel. Venetië heeft zes 'sestieres', Santa Croce, San Polo, San Marco, Dorsuduro, Castello en Cannaregio. Sta je bijvoorbeeld voor nummer 1145 in Santa Croce en je moet op 265 zijn, dan is het verder zelf uitzoeken welke kant je op moet in de wirwar van grachten, straatjes en pleintjes. Dat een postbode dat weet... Afijn, niemand doet dit overigens, ook regelmatige bezoekers niet. Het werkt eerder zo: 'Tegenover het museum' of 'Links van café Gino's' en 'Rechts naast de kerk'. Het lukt me, nadat ik eerst de receptioniste in een chic hotel raadpleegde. Met vriendelijkheid geeft zij mij een plattegrond, waarop ze de route naar mijn hotel tekent. Grazie mille.

Knutten
Mijn hotel is dit keer een voormalig 16e eeuws klooster, waaruit de kloosterlingen al lang geleden zijn vertrokken. Vergane glorie hier en daar, kan charmant of authentiek zijn, tenslotte was een klooster ook geen hotel. Er zijn meerdere 'Monastery Stays' in Venetië, waarvan enkele nog wel door kloosterlingen worden gerund. De accommodaties daarvan zijn verschillend, niet luxueus, maar schoon en redelijk naar de eisen der tijd ingericht. Ook hier zijn de prijzen van overnachtingen gestegen na de lockdowns. De zeer hoge ramen in mijn kamer hebben voorzetramen van groenig matglas die bovenin hier en daar zijn gebroken, kom maar binnen knutjes … want horren zijn er niet. De lange vitrages bieden geen bescherming als je toch de ramen open wil hebben. Knutten zijn er het hele jaar door in de Dogestad en uiteraard avonds en 's nachts actief. De meeste hotels, B&B's of andere onderkomens hebben wel horren voor de ramen, de klant/gast is koning.

Arsenale

Een halte voor de waterbus bevindt zich toevallig op enkele stappen van het hotel, en ook nog de juiste lijn. Echter, mijn eerste dag begint goed, de 'capitani' van de vaporetti (waterbussen) staken. Dat wordt te voet, de kortste route dwars door de stad naar Arsenale. Ik doorkruis Santa Croce, San Polo en San Marco tot aan Arsenale, het Marineterrein dat in Castello ligt, een krap uur lopen vanaf het hotel.

Ongewild raak ik in de toeristenstroom die naar de Rialtobrug en het San Marcoplein loopt. Een omweg zoeken is geen optie voor mij, dat kost meer tijd met het risico dat je fout loopt. Aangezien de Arsenale-locatie zelf behoorlijk uitgestrekt is, spaar ik mijn energie.

 
Overview Arsenale. Foto: Andrea Avezzù. Courtesy La Biennale di Venezia.

Als ik eindelijk op de Riva degli Schiavioni (boulevard) aankom, wacht mij een verrassing, het tall ship Americo Vespucci ligt er een stukje verderop aangemeerd, een compleet plaatje in de historische stad.

Multisensorieel
De ruimtes van Arsenale zijn immens groot en hoog, ik bekijk en beleef er diverse inzendingen. Het is geen museumbezoek van pakweg anderhalf of twee uur, je kunt je hier volledig onderdompelen in kunst(uitingen). Er blijven mij meerdere werken bij, zoals de video op drie kanalen 'The Severed Tail' van Marianna Simnett (1986). Dit werk komt aardig in de richting van Carrington's boek. Ik zit de twintig minuten, op een stuk pluche'staart' dat als zitplaats dient, niet uit. Bizar en fetish door elkaar, bovendien angstig en gewelddadig, daar moet je van houden. Het werk van Britta Marakatt-Labba (1951) is verre van bizar, zij vertelt het verhaal van de Sami-cultuur (Lapland) uit het verleden en heden, maar dan in het prachtige borduursel, 'Milky Way' en 'Ín the footsteps of the stars'. Sprookjesachtig. Eerder werk van deze kunstenares zag ik bij toeval op de voorlaatste Documenta.

Ik 'ruik' een inzending, die van Oezbekistan, een van de landen die voor het eerst meedoen aan de Biënnale. Wat ik ruik zijn grote hoeveelheden zeelavendel of moerasrozemarijn die er gedroogd in grote bundels hangen. De geur die het afgeeft is penetrant en ondefinieerbaar. 'Plant Stillness', met onder meer performance art van Antonio Irre (1980). Een zogenaamde 'multisensoriële' ervaring; nooit eerder waargenomen geuren, video's, stilte, dans, geïmproviseerde poëzie, verder verklaringen van de Oezbeekse multi- wetenschapper Muhammed ibn Musa al Khwarizmï (vermoedelijk 780-840); 'Dixit Algorizmi, the garden of knowledge'. De setting zelf ziet er zowel architectonisch als raadselachtig uit.

NFT's en de kunst
Weer buiten besluit ik nog een oversteek te maken met een kleine vaporetto naar de locatie Arsenale Nord en bekijk ik een externe expositie op het terrein Tesa 105. Er is een expositie van de Chinese kunstenares CryptoZR, aka Liu Jiaying. Niemand kan mijn verbazing schetsen, ik ben er op dat moment de enige bezoeker...
The new world starts here: https://topbidder.oss-cn-hangzhou.aliyuncs.com/.mp4

Giardini
De capitani hadden intussen hun werk hervat en ik neem lijn 5.1 richting Giardini. Meer mensen hadden dat plan bemerk ik, want de waterbus is dusdanig vol dat ik me nergens aan vast hoef te houden. Ongemakkelijk is het wel, maar ik had geen zin om weer te marcheren. Het Rietveldpaviljoen is net voor de centrale hal gelegen, en de locatie is voor deze editie door het Mondriaanfonds aan Estland gegund. Ik ga er even naar binnen en tref er niettemin een connectie met het koloniale verleden van Nederland aan: 'Orchidelirium' is de titel, gecureerd door Corina Apostol.
Paviljoen van de Noordelijke landen, Sami Paviljoen, La Biennale di Venezia, 2022. Foto: Marco Cappelletti. Courtesy: La Biennale di Venezia.

Er hangt onder meer met het botanische teken- en schilderwerk van de in de vergetelheid geraakte, oorspronkelijk Estse kunstenares Emilie Rosalie Saal (1871-1954). Haar man Andres Saal werkte een aantal jaren voor de overheid in Nederlands-Indië en zij woonden toen in Batavia.

Het paviljoen van onze zuiderburen ernaast, heeft filmwerk van Francis Al?s ingezonden: 'The nature of the game'. Een heel mooi gemaakte serie (documentaire)films, over verschillende soorten kinderspelen in diverse landen. Het paviljoen van Rusland is gesloten. Geen enkel land heeft het durven kraken … Voor twee paviljoens staat een wachtrij, in verband met een performance. Ik sluit er niet aan. Het Deense paviljoen geeft een waarschuwing af bij de ingang, voor schokkende beelden. Het zijn de creaties van Uffe Isolotto (1976). Ook hier zeker weer een connectie met de fantasiewereld van Carrington. De Centrale Hal toont veel en divers werk. Ook het originele werk van Carrington is hier te zien, naast het werk van Paula Rego (1935-2022). De tekeningen van Birgit Jürgenssen (1949-2003) krijgen een eervolle vermelding van mij.

Verzadigd
Giardini laat ik achter me en eerlijk gezegd, het verzadigingspunt was wel bereikt wat betreft het kunst kijken. Ik loop richting San Marco waar ik ergens een tranchetto kan nemen die me de Canal Grande overzet, ter hoogte van Punta della Dogana, dat scheelt (om)lopen naar de bruggen. Een tranchetto is een gondel met twee gondeliers die twaalf mensen tegelijk kan overzetten (twee euro, vorige keer één).

Het zijn meestal een stel rouwdouwers, maar ook bedreven in het manoeuvreren tussen de vaartuigen door op het drukke kanaal. Een korte vaart, hou met je handen de rand vast, maar haal ze binnenboord zodra de kade nadert, anders schampen je vingers tussen de gondel en die lange karakteristieke meerpalen. Ik ben dan in stadsdeel Dorsuduro en ga nog even kijken naar de grote expositie 'Times Reimagined'. Die bevindt zich op een externe locatie in een normaal niet toegankelijk oud Palazzo, een samenwerking van de Zuid-Koreaanse kunstenaar Chun Kwang Young (1944) en de Italiaanse architect Stefano Boeri (1956).

 
Paviljoen van Oezbekistan, Dixit Algorizmi: ‘Garden of Knowledge’, La Biennale di Venezia, 2022. Foto: Andrea Avezzù. Courtesy: La Biennale di Venezia.

Mijn algemene indruk van deze 59ste Biënnale is wisselend, van interessant tot indrukwekkend en van inhoudsloos tot afstotelijk. Kunst hoofdzakelijk gemaakt door vrouwen, positief. Veel film en video, hier en daar performance kunst. Kortom veel gezien en ook veel niet gezien ...

The Milk of Dreams, 59ste Biënnale van Venetië was te zien van 23 april t/m 27 november 2022. Meer informatie: www.labiennale.org/en/art/2022.

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

Twee haiku's van Ria Giskes.

 

polder
de scheefgroei
van wilgen

poldermist
het ontwerp
van een koe

 

Haiku: Ria Giskes-Pieters; foto: ©John Giskes.
Meer haiku's van Ria Giskes vindt u hier: http://tjilp.blogspot.com.

Terug naar boven

 

Libenský Award: We kunnen niet stoppen, we moeten doorgaan

Uitreiking van de Stanislav Libenský Award op 27 september 2022 in de Praagse Burcht in Tsjechië. Werken met glas staat onder druk, want door de energiecrisis stijgen de gasprijzen. Glasovens slurpen grote hoeveelheden gas op om te kunnen functioneren bij de constante, hoge temperaturen die continu moeten worden gehandhaafd. Stoppen is echter geen optie. We moeten wel doorgaan, niet door in de achteruitkijkspiegel te kijken, maar door te investeren in de toekomst.

Door Han de Kluijver

Het is daarom belangrijk dat bekende hedendaagse kunstenaars, zoals Ai Weiwei, Tracey Emin en Laure Prouvost nog steeds met glas werken. Tentoonstellingen en prijzen bieden eveneens een blik op de toekomst van glas, zoals de Bernardine de Neeveprijs van de Vereniging van Vrienden van Modern Glas (VVMG), die in 2024 weer wordt uitgereikt en de Stanislav Libenský Award uit Praag, Tsjechië.

De Stanislav Libenský Award (ingesteld in 2009) is uniek in de zin dat alleen afgestudeerden van kunstacademies kunnen deelnemen met hun eindexamenwerken. De wedstrijd is vernoemd naar de Tsjechische glaskunstenaar Stanislav Libenský (1921-2002), die samen met zijn vrouw, de beeldhouwster Jaroslava Brychtova (1924-2020) een grote bijdrage leverde aan het kunstonderwijs in Tsjechië en een inspiratiebron was voor een hele generatie glaskunstenaars. De naam van Stanislav Libenský werd aan de wedstrijd verbonden dankzij Brychtová, die er altijd een groot voorstander van is geweest.

 
'Life on the Wall - a glass installation with intermedia elements', van Anežka Stupková. Foto: Marek Veselý.

De prijs heeft de afgelopen jaren aan prestige gewonnen en wordt ook wel de 'Oscar voor jonge glasmakers' genoemd. De geselecteerde werken laten de jongste ontwikkelingen in de glaskunst uit de hele wereld zien, en geven een goed beeld van de verschillende benaderingen en methoden die worden gebruikt.

De jury van dit jaar bestond uit: Ben Wright, artistiek directeur, kunstenaar en docent aan de Pilchuck Glass School in de VS; Mare Saare, kunstenaar en docent aan de Estse Kunstacademie; František Janák, kunstenaar en afgestudeerd bij professor Stanislav Libenský aan de Academie voor Kunst en Ambacht in Praag; Zuzana Kubelková, kunstenaar, die eerder de Stanislav Libenský Award won; Ricardo Hoineff, een Braziliaanse kunstenaar die in Tsjechië woont; en Milan Hlaveš, Tsjechische kunsttheoreticus. De wedstrijd is bedacht en wordt georganiseerd door Marek Veselý van de Prague Gallery of Czech Glass.

De genomineerden
Uit de 122 inzendingen selecteerde de jury 39 finalisten uit 14 landen. Van de 39 geselecteerden kwamen er dit keer zeven van het Instituut voor Kunst en Ambacht (IKA) in Mechelen, België, waarmee het IKA laat zien dat het de juiste accenten heeft weten te leggen. De studenten van het IKA zijn gemiddeld wat ouder dan de afgestudeerden van academies in andere landen, en zijn daardoor wellicht iets meer ervaren en beschouwend.

Winnaars van de 13e Stanislav Libensky Awards
De geselecteerde inzendingen tonen uiteenlopende benaderingen van glaskunst - van experiment tot ambacht - zodat het zoals altijd een lastige taak voor de jury was om te kiezen. Maar de rode draad in de inzendingen is de eigentijdse benadering van het glas, die hoop geeft voor de toekomst van de glaskunst.

1e prijs, Renate Zeimule

De eerste prijs ging naar de Letse kunstenares Renate Zeimule, afgestudeerd aan de Letse Kunstacademie in Riga, voor 'Disappearance'. Dit is een serie van vier minimalistische objecten gemaakt van gesmolten, beschilderd en gegraveerd glas, waarin de kunstenaar een artistieke weergave geeft van gevoelens van depressie en geestelijke gezondheidsproblemen. Het werk toont een prachtige compositie van vormen en lijnen en een eenvoud, die de technische complexiteit van de uitvoering verbergt.

 
'Disappearance', Renate Zeimule. Foto: Marek Veselý.


De jury waardeerde de helderheid van de vrouwelijke figuur en het vermogen om een problematische innerlijke toestand uit te drukken. Zeimule kreeg een beurs voor een Summer School in Pilchuck, VS.

2e prijs, Hilde de Rooij

De jury kende de tweede prijs toe aan Hilde de Rooij, afgestudeerd aan het IKA in Mechelen, België, voor haar werk 'Captured Memories'. Een serie van zestien verbonden objecten van glas, textiel, gaas en koperdraad. Het werk is een intieme en melancholische verwerking van jeugdherinneringen, waarbij emotionele trauma's effectief in het materiaal zijn vertaald.

 
'Captured Memories', Hilde de Rooij. Foto: Marek Veselý.

3e prijs, Ula Goldasz

De derde prijs ging naar de Poolse kunstenares Ula Goldasz, afgestudeerd aan de Eugeniusz Geppert Academie voor Schone Kunsten in Wroclaw, Polen. Met 'Killing', belicht ze het probleem van voedselverspilling. Ze toont dieren die van wezens met gevoel in vormloze roodgele stukken veranderen, dankzij de bio-industrie. Ze gebruikte hiervoor de techniek van geblazen en op het fornuis gevormd en gesneden glas, in combinatie met keramiek. "De chaos van het object verbeeldt onze oververzadigde wereld. Wij prijzen de moed om glas lelijk te maken om ongemakkelijke onderwerpen te beschrijven," stelt ze.

 
Ula Goldasz. Foto: Marek Veselý.


Speciale prijzen
De speciale prijs van de jury ging naar de Slowaakse kunstenares Katarína Pozorová, afgestudeerd aan de Academie voor Schone Kunsten in Bratislava, voor haar geometrische werk 'Relations between Matters', dat gesmolten geslepen glas combineert met beton.

Een speciale prijs van juryvoorzitter Ben Wright ging naar Anežka Stupková, afgestudeerd aan de Technische Universiteit van Liberec, voor haar speelse werk 'Life on the Wall - a glass installation with intermedia elements' van hout, textiel en glas. "In een wereld met kunst en onderwijssystemen die vertrouwen bevorderen, ben ik altijd op zoek naar kunstenaars die de aangeboren wijsheid van hun innerlijke kind omarmen," aldus juryvoorzitter Ben Wright.

Ook werd een prijs toegekend aan de Poolse kunstenaar Gregorz Bibro, afgestudeerd aan de Eugeniusz Geppert Academie voor Schone Kunsten in Wroclaw, Polen. Hij heeft met zijn werk 'Stripped from the Body (Torso, Knees, Hips)', waarvoor glas is geblazen in een mal met als uitgangspunt het afwerpen van de huid van bepaalde reptielen, een metafoor bedacht voor liefdevolle relaties tussen mensen van hetzelfde geslacht.

Toekomst
Een prijs als de Libenský Award biedt kunstenaars de mogelijkheid om ideeën te testen die al een tijdje bij hen aan het ontkiemen zijn, of om een nieuwe lijn van conceptueel onderzoek verder uit te werken. De prijsuitreiking brengt ontwerpers bij elkaar en biedt daardoor ruimte om de dialoog aan te gaan en netwerken uit te breiden.

Die dialoog is hard nodig. De glasindustrie en de glaskunst staan namelijk voor grote uitdagingen, of het nu gaat om klimaatverandering, schaarste van grondstoffen, hoge gasprijzen, of het uitsterven van tradities. Tegelijkertijd kan glas een belangrijke rol spelen bij de aanpak van deze problemen, denk aan efficiënt en duurzaam gebruik van hulpbronnen, aan behoud van culturele waarden en aan algemeen menselijk welzijn.

Daarom zullen we ons in de toekomst moeten richten op het belichten van de gevolgen van de economische- en klimaatcrisis voor de glasindustrie. We zouden een duurzaam platform moeten creëren voor een nauwe en doeltreffende samenwerking tussen de subsectoren van de glassector - kunstenaars, ontwerpers, fabrikanten, docenten voor glasambachten en het publiek - om wederzijds hun positie te versterken en innovatie aan te jagen.

Een platform om het milieubelang, de economische stabiliteit en de culturele en artistieke levensvatbaarheid van glaskunst te bevorderen.

 
'Stripped from the Body (Torso, Knees, Hips)', Gregorz Bibro. Foto: Marek Veselý.

Daarom is het nu belangrijk, dat we ons bewust worden van de betekenis van deze fascinerende ontwikkelingen en ons afvragen waar we staan. Hoe willen we ons werk tot de maatschappij laten verhouden? En wat kan glaskunst in deze tijd toevoegen en betekenen? Wellicht kan de opzet voor de Bernardine de Neeveprijs hiertoe een aanzet geven. Zo kunnen we de glaskunst nieuw leven inblazen en aantrekkelijk maken voor deze tijd.

Meer informatie: https://libenskyaward.org.

Han de Kluijver is architect bna bni bnsp.

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

Kunstflitsen

Een rubriek met tips over mooie tentoonstellingen en evenementen die een bezoek waard zijn, of mooie boeken.

De Appel presenteert de videotentoonstelling Saamhorigheid van de Amerikaanse kunstenaar en educator Pope.L. Hierin thematiseert hij verschillende uitingsvormen van onderdrukking en uitsluiting die volharden in de Nederlandse samenleving, van nationalisme, xenofobie en racisme tot kolonialisme, imperialisme en seksisme. Het vertrekpunt is een tv-spelshow met quiz-elementen. Hierin nemen individuele deelnemers van allerlei culturele achtergronden, leeftijden en professies het in verschillende rondes tegen elkaar op, aan de hand van opdrachten. Door middel van de uitvergroting en omwisseling van personages, het spel tussen feit en fictie, de afwisseling van script en improvisatie en de inzet van absurdisme en taboes worden conventies bevraagd en morele grenzen verkend. De kunstenaar dwingt ons allemaal – deelnemer en toeschouwer –pijnlijke waarheden onder ogen te komen wat betreft klasse-ongelijkheid, het recht op Nederlanderschap, de dominantie van het patriarchaat, drugscriminaliteit, huisvesting en maatschappelijke onverschilligheid. Pope.L, Saamhorigheid, 17 december 2022 t/m 19 februari 2023, de Appel, Schipluidenlaan 12, Amsterdam. Website: www.deappel.nl.

In het kader van de eenmalige Bianca Tangandeprijs organiseert Willem Twee Kunstruimte de tentoonstelling Thuisbasis. De in 2019 overleden kunstenaar Bianca Tangande had zelfhaar atelier in De Willem II Fabriek. Zij was een van de eerste kunstenaars die op deze plek een atelier betrok en werkte er bijna veertig jaar. Bianca speelde een belangrijke rol in het culturele leven van ’s-Hertogenbosch en wist mensen te verbinden en enthousiasmeren voor de kunsten. In deze duotentoonstelling is werk te zien van Fang Mij en Shirley Welten, die als winnaars werden geselecteerd. Fang Mij onderzoekt in haar werk haar eigen afkomst en identiteit. In haar tekeningen en schilderijen combineert Fang Mij kleurrijke structuren en weefsels in aquarel, potlood en marker. Shirley Welten gebruikt persoonlijke belevenissen als inspiratiebron voor haar analoge fotografie, veelal op groot formaat. Haar werk gaat over menselijkheid en emoties, maar in haar poëtische beelden van landschappen en gebouwen is de mens echter altijd afwezig. Thuisbasis - Fang Mij & Shirley Welten, winnaars Bianca Tangandeprijs 2022, t/m 15 januari 2023, Willem Twee Kunstruimte, Boschdijkstraat 100, 's-Hertogenbosch. Website: www.willem-twee.nl.

In 2023 wordt het legendarische Maison Hannon op het kruispunt van de Brugmannlaan en de Jonctionlaan (Sint-Gillis) herboren als 'huismuseum' onder de naam Maison Hannon, in samenwerking met het Horta Museum. Dit nieuwe art nouveau architectuuren museumcentrum zal het culturele en toeristische aanbod van de wijk versterken, die momenteel vooral populair is vanwege zijn kunstgalerijen. Dit grote museumproject is het resultaat van een voor België ongekend privaat-publiek partnerschap. De vzw Maison Hannon, die in het kader van dit initiatief volledig autonoom is, verenigt: de gemeente Sint-Gillis, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, het Fonds St'Art Invest, het Design Museum Gent, het Musée de l'École de Nancy en de Villa Majorelle (Frankrijk), de Federatie Wallonië- Brussel, de Nationale Loterij en het Horta Museum. De renovaties zijn de eerste fase van een veel groter project. Er zullen verdere restauratiefasen worden geprogrammeerd en het publiek zal worden uitgenodigd om deel te nemen via conferenties, bezoeken, ontmoetingen met ambachtslieden en crowdgivingcampagnes. Een unieke en relevante gelegenheid om inzicht te krijgen in een lang proces met als doel de iconen van de in Brussel uitgevonden stijl in zijn oude glorie te herstellen. Dit huis een experimenteel veld om het art nouveau tijdperk te begrijpen en verder te definiëren. De dialoog tussen ambacht en onderzoek blijft een centraal punt. Maison Hannon, Verbindingslaan 1, Sint-Gillis, België, opening: 1 juni 2023. Website: www.maisonhannon.be.

Terug naar boven

Inhoud