Aug. - okt. 2022, 17e jg. nr.2. Eindredactie: Rob den Boer. E-mail: redactie.bkj@gmail.com.
 

Alphonse Mucha: Art Nouveau in Parijs

Alphonse Mucha (1860-1939) was geen oppervlakkig mens, hoewel je die indruk zou kunnen krijgen als je door de zalen van Kunstmuseum Den Haag loopt, vol Art Nouveau affiches. Een tentoonstelling met voortdurende variaties op dezelfde voorstelling slaat zichzelf dood, hoe verfijnd van lijn en kleur de affiches ook zijn.

Door Peter van Dijk

Zoals zijn beroemde poster 'Gismonda', getekend voor een toneelvoorstelling van de Franse theaterdiva Sarah Bernhardt. Bernardt lanceerde met deze opdracht in 1894 het fenomeen Mucha, die toen al 34 jaar was. Gedurende de volgende tien jaar vierde Mucha, als de grootmeester van Art Nouveau, triomfen in Europa en Amerika. Hij ontwierp van alles, bankbiljetten, postzegels, sieraden, politieuniformen, emblemen, meubels. Na de eeuwwisseling zakte de belangstelling voor Art Nouveau in en kon Mucha zich wijden aan zijn diepste belangstelling, de Slavische ziel. De Slavische ziel was hem zeer vertrouwd. Mucha werd in 1860 geboren in het dorp Ivancice in een uithoek van Moravië, deel van het Habsburgse keizerrijk, tegenwoordig Tsjechië. Het gezin Mucha was arm en zijn moeder een katholieke kwezel, die haar zoontje van zeven meenam op pelgrimage. Op zijn elfde ging hij zingen in het plaatselijke jongenskoor van de kerk.

Moravische volkssprookjes, het geloof, hutjes versierd met bloem- en bladmotieven, honger en lijden bepaalden zijn dagelijkse leven. Ook bleek hij mooi te kunnen tekenen. Mucha vertrok dankzij een plaatselijke weldoener, graaf Eduard Belasi, op zijn vijfentwintigste naar Wenen, maar werd niet toegelaten tot de Academie van Schone Kunsten. Hij vond in Wenen een baan in het ontwerpen en bouwen van theaterdecors. De wereld van het theater paste hem. Hij zag voor zichzelf een hoofdrol in de kunst en in de morele verheffing van de mensen. Dankzij dezelfde Belasi kon hij in 1887 naar Parijs verhuizen om teken- en schilderlessen te volgen. Parijs beleefde een economische opleving door aan te haken bij een explosie van nieuwe technologieën, zoals het elektrisch licht, verbrandingsmotoren, fietsen, treinen en vliegtuigen, metaallegeringen, enz. De Eiffeltoren van 1889 was het trotse monument van de Franse vooruitgang.

Het irrationele
Als reactie op die nieuwlichterij zag Parijs ook het symbolisme opkomen, een stroming die het verleden verheerlijkte naast het irrationele, de droom en de melancholie, in de slipstream van de 'nieuwe' psychologie en het onderbewuste. Art Nouveau was door haar beoefenaren zeker niet bedoeld als een decoratieve, dus oppervlakkige kunstuiting, maar als de synthese van harmonie, intensiteit en subtiliteit. Of wel, de hoogst bereikbare menselijke waarden. Meerdere Art Nouveaukunstenaars namen de afslag naar de wereld van de occulte verschijnselen. In het Parijs van het eind van de 19de eeuw lag die weg wijd open, de stad was een broeinest van spiritistische seances, hypnose, hasjsessies, waarzeggerij, occulte bijeenkomsten. Mucha was er dol op en werd lid van de Vrijmetselaars.

Zijn spirituele ervaringen overheersen zijn schilderijen. Bijvoorbeeld: 'Vrouw in de Wildernis' (1925) is een aangrijpend portret van een wanhopige vrouw tijdens de communistische revolutie in Rusland, geschilderd in schakeringen bruin, grijs en donkerblauw. Helaas wordt de intensiteit van de wanhoop, wat mij betreft, te niet gedaan door de grote vage zeepbel, die boven haar hoofd hangt, met een sterk lichtend centrum en de drie wolven die achter een heuvel in de duisternis opduiken. Een ander voorbeeld. 'Noodlot' (1920) toont een jong Slavisch meisje in doeken en sjaals gehuld, met een starende blik en een soort van glimlach. Een Maria in de dop. In haar linkerhand heeft ze een glazen pauw met rode bloemen en een twinkeling van licht. Echt vasthouden doet ze het glas niet, de pauw kan blijkbaar zweven tussen al haar doeken. Haar rechterarm houdt ze haaks omhoog, hand open, als een gebaar van zegening à la Boeddha. Vermoedelijk verbeeldt ze een gids op het moeilijke levenspad.

De spirituele ervaringen mengden zich met Mucha's religieuze aanleg, zijn herinneringen aan het Tsjechische patriotisme en de volkse tradities uit zijn jeugd. Mucha zag als zijn roeping de mens, voorop de Tsjechische mens, hoge idealen voor te houden, integriteit, moed, idealisme en geloof.

Het Slavische Epos
Tijdens zijn verblijf in het materialistische Amerika in 1904 besloot hij te breken met het commerciële bestaan en zich te wijden aan de morele boodschap voor zijn land en bewoners, die hij al een kwart eeuw miste. Gelukkig vond hij in Amerika een mecenas, Charles Crane, die hem wilde sponsoren, want Mucha zelf kon niet met geld omgaan. Hij bewaarde zijn geld in een bureaulade en zijn vrienden haalden het eruit. Vervolgens vulde hij de la weer.

Mucha's spirituele kunstproject voor Tsjechië was 'Het Slavische Epos', twintig kolossale muurschilderingen met stichtelijke hoogtepunten uit de Slavische geschiedenis. Thema's en titels als 'Slaven in hun oorspronkelijke thuisland', 'De kroning van de Servische tsaar Stepan Dusan', 'Jan Hus preekt in de Bethlehem-kapel', 'De Hussitische koning Jiri z Podebrad', 'Afschaffing van de slavernij in Rusland'. Afmetingen rond 6 x 8 meter, meestal geschilderd in een soort tegenlicht, alsof de heilige geest al neergedaald was over Slavenland. Veel zwevende heiligen, stemmige kleuren als in Hollandse ijspretschilderijen. Lijdende en vergaderende mensen, heel weinig vrolijkheid en gezelligheid. Om ze te bekijken moet u naar Praag, naar het Veletrzni Palac, onderdeel van de National Gallery.

Deze twintig monumentale werken, die Mucha gedoneerd had aan de stad Praag, werden in 1928, bij de viering van tienjarig bestaan van de Republiek Tsjecho-Slowakije, aan het publiek getoond. Mucha zelf hield een toespraak. "Moge de kracht van de Slavische geest respect afdwingen, want uit respect wordt liefde geboren."
Tot verdriet van Mucha was de ontvangst lauw tot onaangenaam kritisch. Hij werd een outsider genoemd, die ongenood waarden en advies uit het buitenland meebracht. De doeken werden opgeborgen. De Nazi's vonden vervolgens Mucha's werk 'entartet' en de communisten die daarna het land bestuurden eigenlijk ook, maar zij gebruikten liever het woord 'decadent'.

Eigen museum
Pas na de val van de Muur kreeg Mucha in 1998 zijn eigen museum in Praag. Maar zonder zijn 'Epos'. De familie Mucha heeft een proces tegen de stad Praag gewonnen, waarbij de rechter heeft beslist dat de familie de eigenaar van het 'Epos' is, omdat Praag nooit haar belofte voor een eigen paviljoen is nagekomen. Mucha's meesterschap blijkt nog altijd, zo kun je in Den Haag constateren. Zijn 'Documents Décoratifs' (1902) bevat 72 pagina's met inkt en wit pigment in Art Nouveaustijl getekende voorbeelden voor collega-ontwerpers. Een soort portfolio vol sierlijke voorbeelden van bloemmotieven, boomblaadjes, bloemenwanden, van balkonhekken, hangers, haarspelden, oorhangers, broches, vazen, bestek, meubels, interieurideeën. Een bijbel voor de Art Nouveau ontwerper. Mucha heeft ook schitterende sieraden voor het chique Parijse juweliershuis Fouquet ontworpen. In het kleine is hij inderdaad een grote en verfijnde meester.

Alphonse Mucha, Art nouveau in Parijs, nog t/m 28 augustus 2022, Kunstmuseum Den Haag, Stadhouderslaan 41, Den Haag. Website: www.kunstmuseum.nl.

Peter van Dijk is journalist.