Aug. - okt. 2022, 17e jg. nr.2. Eindredactie: Rob den Boer. E-mail: redactie.bkj@gmail.com.
 

Singer Laren: Voortbouwen zonder historiseren

Recente uitbreidingen van Nederlandse musea zijn vaak blikvangers, die sterk contrasteren met de oudbouw. Denk aan de 'Wolk' bovenop het museum De Fundatie in Zwolle of de 'Badkuip' bij het Stedelijk Museum Amsterdam. Bij het op 8 maart 2022 geopende vernieuwde Museum Singer Laren is het precies andersom: de uitbouw ziet eruit alsof die er altijd heeft gestaan.

Door Han de Kluijver

Sinds de economische crisis in 2008 een streep zette onder de 'Superdutch-periode' in de architectuur, met de nadruk op losstaande iconische gebouwen, is er weer meer belangstelling voor thema’s als ambacht, materiaalgebruik en detaillering. Bedaux de Brouwer Architecten wonnen in 2017 de architectenselectie voor de uitbreiding van het Singer Museum in Laren. Dit bureau heeft alles in het werk gesteld om de nieuwe vleugel eruit te laten zien alsof hij er altijd gestaan heeft. Met zijn kap en gevels van rode baksteen voegt het gebouw zich als vanzelfsprekend bij het complex en de tuin. De twee nieuwe zalen sluiten met hun klassieke vorm, bovenlichten en eiken lijstwerk naadloos aan op de bestaande tentoonstellingsruimten.

Renovatie en uitbreiding
Musea worden steeds vaker geacht een bijdrage te leveren aan 'city branding', stadsmarketing en het werven van toeristen. Maar het zijn in de eerste plaats complexe organisaties die ten dienste van de kunst staan en de veranderende opvattingen daarover. Het museum Singer Laren is in de loop der jaren meerdere malen uitgebreid en vernieuwd. De oorspronkelijke villa dateert uit 1911, sinds 1956 fungeerde deze als museum met zes zalen. In 1993 vond een grote verbouwing plaats, op basis van een ontwerp van Hubert-Jan Henket. De meest recente ingreep betreft het nieuwe theater, naar een ontwerp van krft uit Amsterdam. Het versnipperd geraakte interieur was voor Bedaux de Brouwer Architecten aanleiding om gelijktijdig met de uitbreiding, een renovatie van het bestaande complex voor te stellen.
De uitbreiding is ontworpen voor de door Els Blokker geschonken collectie Nardinc (vernoemd naar het voormalige landhuis van het echtpaar Blokker). Zowel in het interieur als het exterieur is aansluiting gezocht bij de architectuur van het oorspronkelijke museum. De gevels zijn van rode baksteen met stalen puien. Het dak van de nieuwe galerij en de tuinkamer sluit in helling, goothoogte en nokhoogte precies aan bij het oorspronkelijke museumgebouw uit 1956. Het is uitgevoerd met rode leipannen en zinken goten en dakranden.

Ontwerpstrategie voor interieur
De architect hanteerde een samenhangende ontwerpstrategie voor het interieur van de nieuwe en bestaande zalen. De zalen zijn klassiek van opzet en met eikenhouten betimmering, parketvloeren en stucwerkwanden afgewerkt, zodat de aandacht van bezoekers niet van de kunst wordt afgeleid door de architectuur. De eikenhouten betimmering fungeert in de villa als borstwering (het gedeelte tussen vloer en onderkant kozijn), keert in de zalen terug in de vorm van kaders rond de doorgangen en dient in de tuinkamer als bekleding van het interieur.

Een andere belangrijke ingreep is de verlenging en spiegeling van de Van den Brink Galerij in de Nardinc galerij, langs de door Piet Oudolf ontworpen tuin. Zelfs de karakteristieke knik met tuinraam keert terug. Beide galerijen vormen daarmee een secondaire route door het complex, die eindigt in de tuinkamer. De tuinkamer heeft een glazen pui waardoor de bezoeker kan terugkijken op de villa, de tuin en het theater. Het door het dak binnenvallende daglicht was ook in dit museum een probleem, er was te veel licht. Om dit op te lossen zijn de daglichten afgesloten en geïsoleerd. Het licht in de zalen wordt nu gestuurd met behulp van led-verlichting, terwijl op het dak zonnepanelen zijn neergelegd. Verder is de opengewerkte pui voor de oranjerie vervangen door een gesloten gevel, die is geleed met zes smalle verticale ramen.

Materiaal en detail
De architectuur van de nieuwe uitbouw kenmerkt zich door de aandacht voor materiaal en detail. Het eikenhout in het interieur, het ambachtelijke metselwerk en de rode leipannen aan de zijde van de villa keren terug bij het nieuwe museumgedeelte, dat daardoor een villakarakter heeft. Om de historie van de villa voelbaar te maken en door te zetten in de zalen waar die afwezig was, is een architraaf (sierlijke houten lijst rondom een kozijn), plint en parketvloer als ontwerpstrategie ingezet. De eikenhouten architraaf benadrukt ook de coulissewerking van de opeenvolgende doorgangen en creëert op een aantal plekken een extra 'lijst' voor de kunst.

In de tuinkamer is de plint als het ware opgetrokken over de hele hoogte van de ruimte, maar de detaillering is strakker dan die van de klassiekere lambrisering van de villa. Beide galerijen zijn voorzien van een natuurstenen vloer en plinten. Het dak loopt richting de tuinkamer overigens vlakker af om goed aan te sluiten op de tuin en de beleving daarvan; de tuin voelt daardoor omsloten maar niet benauwd. Een opvallende schoorsteen in de uiterst sobere vleugel markeert de tuinkamer en verwijst eveneens terug naar de villa; in het interieur blijkt het element echter een lichthapper met een venster op de boomtoppen.

Zo is een vanzelfsprekende routing gecreëerd vanuit de villa via de museumzalen naar de tuinkamer, die tegelijkertijd als rust- en omkeerpunt fungeert. Ook is het gebouw sterk verduurzaamd, waarbij klimaattechniek zo veel mogelijk uit het zicht is gehouden. Er zijn nu elf museumzalen, twee galerijen, een filmkamer en een tuinkamer. Het resultaat is een museum waarin oud en nieuw in alle opzichten zijn versmolten tot een tijdloos geheel en dat uitnodigt tot introspectie.

De collectie Nardinc
De collectie Nardinc is een verzameling Nederlandse kunst die Jaap Blokker (1942-2011), topman van de Blokker Holding, en Els Blokker-Verwer (1947) hebben aangelegd. De collectie is vernoemd naar het landgoed Nardinc in het Gooi, waar het echtpaar Blokker jarenlang woonde. Zij omvat werken van onder anderen Leo Gestel, Carel Willink, Kees Maks en Jan Sluijters. In 2017 schonk mevrouw Blokker-Verwer 117 werken uit de collectie aan Museum Singer Laren. Ook droeg zij een substantieel bedrag bij aan de bouw van de nieuwe vleugel van het museum, die eveneens naar Nardinc is vernoemd. Het hele vernieuwde museum heeft nu 1.667 m2 expositieruimte
en is daarmee klaar voor de toekomst.

Museum Singer Laren, Oude Drift 1, Laren. Website: www.singerlaren.nl.

Han de Kluijver is architect bna bni bnsp.