Aug. - okt. 2022, 17e jg. nr.2. Eindredactie: Rob den Boer. E-mail: redactie.bkj@gmail.com.
 
VOORKANT ACTUEEL AGENDA UITGELICHT ARCHIEF COLOFON 
voorpagina
artikel
recensies van tentoonstellingen actuele exposities
Nederland België
opmerkelijke
kunstberichten
artikelen uit  
vorige nummers

over Het Beeldende Kunstjournaal

 

Actueel

Singer Laren: Voortbouwen zonder historiseren

Recente uitbreidingen van Nederlandse musea zijn vaak blikvangers, die sterk contrasteren met de oudbouw. Denk aan de 'Wolk' bovenop het museum De Fundatie in Zwolle of de 'Badkuip' bij het Stedelijk Museum Amsterdam. Bij het op 8 maart 2022 geopende vernieuwde Museum Singer Laren is het precies andersom: de uitbouw ziet eruit alsof die er altijd heeft gestaan.

Door Han de Kluijver

Sinds de economische crisis in 2008 een streep zette onder de 'Superdutch-periode' in de architectuur, met de nadruk op losstaande iconische gebouwen, is er weer meer belangstelling voor thema's als ambacht, materiaalgebruik en detaillering. Bedaux de Brouwer Architecten wonnen in 2017 de architectenselectie voor de uitbreiding van het Singer Museum in Laren. Dit bureau heeft alles in het werk gesteld om de nieuwe vleugel eruit te laten zien alsof hij er altijd gestaan heeft. Met zijn kap en gevels van rode baksteen voegt het gebouw zich als vanzelfsprekend bij het complex en de tuin.

 
In museum Singer Laren ontstaat het architectonische effect door continuïteit met de bestaande gebouwen. Resultaat is een museum dat in dienst staat van architectuur en uitnodigt tot introspectie. Foto: Han de Kluijver, 18 maart 2022.

De twee nieuwe zalen sluiten met hun klassieke vorm, bovenlichten en eiken lijstwerk naadloos aan op de bestaande tentoonstellingsruimten.

Renovatie en uitbreiding
Musea worden steeds vaker geacht een bijdrage te leveren aan 'city branding', stadsmarketing en het werven van toeristen. Maar het zijn in de eerste plaats complexe organisaties die ten dienste van de kunst staan en de veranderende opvattingen daarover. Het museum Singer Laren is in de loop der jaren meerdere malen uitgebreid en vernieuwd. De oorspronkelijke villa dateert uit 1911, sinds 1956 fungeerde deze als museum met zes zalen. In 1993 vond een grote verbouwing plaats, op basis van een ontwerp van Hubert-Jan Henket. De meest recente ingreep betreft het nieuwe theater, naar een ontwerp van krft uit Amsterdam. Het versnipperd geraakte interieur was voor Bedaux de Brouwer Architecten aanleiding om gelijktijdig met de uitbreiding, een renovatie van het bestaande complex voor te stellen.

De uitbreiding is ontworpen voor de door Els Blokker geschonken collectie Nardinc (vernoemd naar het voormalige landhuis van het echtpaar Blokker). Zowel in het interieur als het exterieur is aansluiting gezocht bij de architectuur van het oorspronkelijke museum. De gevels zijn van rode baksteen met stalen puien. Het dak van de nieuwe galerij en de tuinkamer sluit in helling, goothoogte en nokhoogte precies aan bij het oorspronkelijke museumgebouw uit 1956. Het is uitgevoerd met rode leipannen en zinken goten en dakranden.

Ontwerpstrategie voor interieur
De architect hanteerde een samenhangende ontwerpstrategie voor het interieur van de nieuwe en bestaande zalen. De zalen zijn klassiek van opzet en met eikenhouten betimmering, parketvloeren en stucwerkwanden afgewerkt, zodat de aandacht van bezoekers niet van de kunst wordt afgeleid door de architectuur. De eikenhouten betimmering fungeert in de villa als borstwering (het gedeelte tussen vloer en onderkant kozijn), keert in de zalen terug in de vorm van kaders rond de doorgangen en dient in de tuinkamer als bekleding van het interieur.
Na een bouwproces van ruim een jaar werd Museum De Fundatie op 31 mei 2013 heropend, met een futuristische uitbreiding op het dak. Foto: de Fundatie, Zwolle.

Een andere belangrijke ingreep is de verlenging en spiegeling van de Van den Brink Galerij in de Nardinc galerij, langs de door Piet Oudolf ontworpen tuin. Zelfs de karakteristieke knik met tuinraam keert terug. Beide galerijen vormen daarmee een secondaire route door het complex, die eindigt in de tuinkamer. De tuinkamer heeft een glazen pui waardoor de bezoeker kan terugkijken op de villa, de tuin en het theater.
Het door het dak binnenvallende daglicht was ook in dit museum een probleem, er was te veel licht. Om dit op te lossen zijn de daglichten afgesloten en geïsoleerd. Het licht in de zalen wordt nu gestuurd met behulp van led-verlichting, terwijl op het dak zonnepanelen zijn neergelegd. Verder is de opengewerkte pui voor de oranjerie vervangen door een gesloten gevel, die is geleed met zes smalle verticale ramen.

Materiaal en detail
De architectuur van de nieuwe uitbouw kenmerkt zich door de aandacht voor materiaal en detail. Het eikenhout in het interieur, het ambachtelijke metselwerk en de rode leipannen aan de zijde van de villa keren terug bij het nieuwe museumgedeelte, dat daardoor een villakarakter heeft. Om de historie van de villa voelbaar te maken en door te zetten in de zalen waar die afwezig was, is een architraaf (sierlijke houten lijst rondom een kozijn), plint en parketvloer als ontwerpstrategie ingezet. De eikenhouten architraaf benadrukt ook de coulissewerking van de opeenvolgende doorgangen en creëert op een aantal plekken een extra 'lijst' voor de kunst.

In de tuinkamer is de plint als het ware opgetrokken over de hele hoogte van de ruimte, maar de detaillering is strakker dan die van de klassiekere lambrisering van de villa. Beide galerijen zijn voorzien van een natuurstenen vloer en plinten. Het dak loopt richting de tuinkamer overigens vlakker af om goed aan te sluiten op de tuin en de beleving daarvan; de tuin voelt daardoor omsloten maar niet benauwd. Een opvallende schoorsteen in de uiterst sobere vleugel markeert de tuinkamer en verwijst eveneens terug naar de villa; in het interieur blijkt het element echter een lichthapper met een venster op de boomtoppen.

 
De Nardincgalerij is ook een inversie van de bestaande galerij. Hier ziet u de gang met schilderijen van Paul de Lussanet. Foto: Han de Kluijver, 18 maart 2022.

Zo is een vanzelfsprekende routing gecreëerd vanuit de villa via de museumzalen naar de tuinkamer, die tegelijkertijd als rust- en omkeerpunt fungeert. Ook is het gebouw sterk verduurzaamd, waarbij klimaattechniek zo veel mogelijk uit het zicht is gehouden. Er zijn nu elf museumzalen, twee galerijen, een filmkamer en een tuinkamer. Het resultaat is een museum waarin oud en nieuw in alle opzichten zijn versmolten tot een tijdloos geheel en dat uitnodigt tot introspectie.

De collectie Nardinc
De collectie Nardinc is een verzameling Nederlandse kunst die Jaap Blokker (1942-2011), topman van de Blokker Holding, en Els Blokker-Verwer (1947) hebben aangelegd. De collectie is vernoemd naar het landgoed Nardinc in het Gooi, waar het echtpaar Blokker jarenlang woonde. Zij omvat werken van onder anderen Leo Gestel, Carel Willink, Kees Maks en Jan Sluijters. In 2017 schonk mevrouw Blokker-Verwer 117 werken uit de collectie aan Museum Singer Laren.

Ook droeg zij een substantieel bedrag bij aan de bouw van de nieuwe vleugel van het museum, die eveneens naar Nardinc is vernoemd. Het hele vernieuwde museum heeft nu 1.667 m2 expositieruimte en is daarmee klaar voor de toekomst.

Foto links: Het ontwerp van de uitbreiding kenmerkt zich door ingetogenheid en een welhaast dienende opstelling, overigens zonder zichzelf te ontkennen. De architectuur is zelfverzekerd in zijn bescheidenheid. Foto: Han de Kluijver, 18 maart 2022.

 

Museum Singer Laren, Oude Drift 1, Laren. Website: www.singerlaren.nl.

Han de Kluijver is architect bna bni bnsp.

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

Sottobosco Tuin, Elspeth Diederix: Magisch en mysterieus

De 'Sottobosco Tuin' is tot stand gekomen binnen het kader van het programma 'Het Groene Lab' van het Rijksmuseum Twenthe. Hierin reflecteren kunstenaars op de relatie tussen de mens en zijn natuurlijke omgeving.

Door Joke M. Nieuwenhuis Schrama

Voor de Sottobosco Tuin liet beeldend kunstenaar en fotografe Elspeth Diederix (1971) zich inspireren door de donkere bosgrondstillevens uit de collectie van het Rijksmuseum Twenthe, met name door het werk van Otto Marseus van Schrieck (ca. 1620-1678). Sottobosco is als het ware een door Van Schrieck geïntroduceerd genre. Vertaald uit het Italiaans betekent het: kreupelhout. Van Schrieck vestigde zijn aandacht op de bosgrond, met de flora en fauna die er leeft; iets wat mogelijk in die tijd nog niet eerder door een kunstenaar was bedacht. Volgens de leer van Aristoteles waren insecten, padden, hagedissen en slangen nutteloze schepselen, die met verderf en vergankelijkheid werden geassocieerd. Ze hoorden onderaan in de ladder van de natuur (scala naturae). Van Schrieck maakte er evenwel 'eyecatchers' van en gaf ze een hoofdrol in zijn creaties, wat uiteindelijk mooie bostaferelen heeft opgeleverd.

The Miracle garden en Het Groene Lab
Diederix – zij studeerde aan de Rietveld Academie en de Rijksacademie in Amsterdam – werkte al eerder met een tuin. Zij plaatst in haar fotocomposities geen reptielen, amfibieën of andersoortige koudbloedigen, maar focust op bloemen en planten in The Miracle Garden, een stuk tuin binnen het Erasmuspark in Amsterdam. In dagblad Het Parool wordt wekelijks een foto van haar hand (of liever door haar ogen) gepubliceerd, die is gemaakt in The Miracle Garden.

Elspeth Diederix, 'Heavenly Blue', 2022. Foto: Rijksmuseum Twenthe, aangekocht met steun van Mondriaan Fonds.

Ieder seizoen is er wel wat te zien in de tuin, die zij samen met vrijwilligers bewerkt. Diederix heeft intussen veel kennis opgedaan in dit métier, stages afgerond bij een kweker en haar hoveniersdiploma behaald.

Achtertuin
Op grond van Diederix' weten, kunst en kunde, plus haar inmiddels behoorlijke 'staat van dienst', vroeg de directie van het Rijksmuseum Twenthe haar om als derde kunstenaar op rij een tuin te ontwerpen. Claudy Jongstra en Christiaan Zwanikken gingen haar voor, in de binnentuin van het museum. De in onbruik geraakte achtertuin van het museum, gelegen bij een oude Twentse boerderij, was het volgende project in het kader van Het Groene Lab. Die oude Twentse boerderij is eigenlijk geen 'vastgoed' te noemen, zoals de gevelsteen vermeldt, in het Twents: "In 1936/37 is dit losse hoes Groot Boavel oet De Lutte duur jonge werkeloozen oet Ensched oawer erbrach noar disse stee". Een museaal object van het Rijksmuseum Twenthe, intussen tevens te gebruiken voor atelier en workshops, afijn dit ter zijde.

Magisch en mysterieus
Na enige aarzeling heeft Diederix toegestemd en zag dat de tuin door de beschutte ligging met eikenbomen, voor een deel als schaduwtuin kon worden aangelegd. In het kader hiervan bezocht zij bosgebieden in Colombia, het land waar Diederix als kind een aantal jaren heeft doorgebracht. De wouden daar hebben voor haar een magische herinnering. In de tentoonstelling is een tweetal vitrines opgesteld met de ontwerpen van de kunstenaar voor de Sottobosco Tuin, grote plattegronden met een overzicht van de beoogde beplanting. De blauwe winde is een blikvanger in een van deze ontwerpen; de opname van deze bloem door Diederix is ook gebruikt als campagnebeeld. Ook Van Schrieck gebruikte deze slingerplant in zijn werken, ofschoon deze niet op donkere bosgronden groeit. Deze oplichtende bloem (heavenly blue …) heeft in dat werk dan ook iets mysterieus.

Surreëel
Dat oplichtende heeft Diederix zeker aangesproken. In haar fotografie heeft zij dat al eerder toegepast. Zij voegt iets toe aan de werkelijkheid op een (esthetisch) geoorloofde wijze. Noem het beslist geen fotoshoppen, Diederix knutselt ook graag en maakt gebruik van bijvoorbeeld papiercollages en stoffen. Het maakt de toeschouwer ook oplettender. Dit is geen gewone observatie van een bepaalde bloem of bloeiende plant door de lens van de kunstenaar.
Juist door de artistieke bewerking rijst de vraag: "Is het nu echt of niet?"
Sottobosco Tuin, mei 2022. Foto: Lotte Stekelenburg.

Het werken met een digitale camera, heeft het de kunstenaar zeker makkelijker gemaakt om tot deze creaties te komen (en ook haar telefoon is altijd bij de hand). De tentoonstelling omvat de inmiddels aangelegde Sottobosco Tuin en de over enkele zalen verdeelde ontwerpen en eerdere fotowerken van Diederix.

Sottobosco, Tuin en Tentoonstelling, Elspeth Diederix, t/m 11 september 2022, Rijksmuseum Twenthe, Lasondersingel 129 - 131, Enschede. Website: www.rijksmuseumtwenthe.nl | www.elspethdiederix.com.

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

Twee haiku's van Ria Giskes. Verder op deze pagina vindt u er nog twee.

 

in een vergeeld boek
kom ik mezelf weer tegen -
eerste liefde

het boek is uit
er is iets veranderd
in mijn uitzicht

 

Haiku: Ria Giskes-Pieters; foto: ©John Giskes.
Meer haiku's van Ria Giskes vindt u hier: http://tjilp.blogspot.com.

Terug naar boven

 

Alphonse Mucha: Art Nouveau in Parijs

Alphonse Mucha (1860-1939) was geen oppervlakkig mens, hoewel je die indruk zou kunnen krijgen als je door de zalen van Kunstmuseum Den Haag loopt, vol Art Nouveau affiches. Een tentoonstelling met voortdurende variaties op dezelfde voorstelling slaat zichzelf dood, hoe verfijnd van lijn en kleur de affiches ook zijn.

Door Peter van Dijk

Zoals zijn beroemde poster 'Gismonda', getekend voor een toneelvoorstelling van de Franse theaterdiva Sarah Bernhardt. Bernardt lanceerde met deze opdracht in 1894 het fenomeen Mucha, die toen al 34 jaar was. Gedurende de volgende tien jaar vierde Mucha, als de grootmeester van Art Nouveau, triomfen in Europa en Amerika. Hij ontwierp van alles, bankbiljetten, postzegels, sieraden, politieuniformen, emblemen, meubels. Na de eeuwwisseling zakte de belangstelling voor Art Nouveau in en kon Mucha zich wijden aan zijn diepste belangstelling, de Slavische ziel. De Slavische ziel was hem zeer vertrouwd. Mucha werd in 1860 geboren in het dorp Ivancice in een uithoek van Moravië, deel van het Habsburgse keizerrijk, tegenwoordig Tsjechië. Het gezin Mucha was arm en zijn moeder een katholieke kwezel, die haar zoontje van zeven meenam op pelgrimage. Op zijn elfde ging hij zingen in het plaatselijke jongenskoor van de kerk.

Moravische volkssprookjes, het geloof, hutjes versierd met bloem- en bladmotieven, honger en lijden bepaalden zijn dagelijkse leven. Ook bleek hij mooi te kunnen tekenen. Mucha vertrok dankzij een plaatselijke weldoener, graaf Eduard Belasi, op zijn vijfentwintigste naar Wenen, maar werd niet toegelaten tot de Academie van Schone Kunsten. Hij vond in Wenen een baan in het ontwerpen en bouwen van theaterdecors. De wereld van het theater paste hem. Hij zag voor zichzelf een hoofdrol in de kunst en in de morele verheffing van de mensen. Dankzij dezelfde Belasi kon hij in 1887 naar Parijs verhuizen om teken- en schilderlessen te volgen. Parijs beleefde een economische opleving door aan te haken bij een explosie van nieuwe technologieën, zoals het elektrisch licht, verbrandingsmotoren, fietsen, treinen en vliegtuigen, metaallegeringen, enz. De Eiffeltoren van 1889 was het trotse monument van de Franse vooruitgang.

Het irrationele
Als reactie op die nieuwlichterij zag Parijs ook het symbolisme opkomen, een stroming die het verleden verheerlijkte naast het irrationele, de droom en de melancholie, in de slipstream van de 'nieuwe' psychologie en het onderbewuste. Art Nouveau was door haar beoefenaren zeker niet bedoeld als een decoratieve, dus oppervlakkige kunstuiting, maar als de synthese van harmonie, intensiteit en subtiliteit.

 
Alphonse Mucha, 'Gismonda', 1894, kleurenlithografie. Copyright © 2021 Mucha Trust.

Of wel, de hoogst bereikbare menselijke waarden. Meerdere Art Nouveaukunstenaars namen de afslag naar de wereld van de occulte verschijnselen. In het Parijs van het eind van de 19de eeuw lag die weg wijd open, de stad was een broeinest van spiritistische seances, hypnose, hasjsessies, waarzeggerij, occulte bijeenkomsten. Mucha was er dol op en werd lid van de Vrijmetselaars.

Zijn spirituele ervaringen overheersen zijn schilderijen. Bijvoorbeeld: 'Vrouw in de Wildernis' (1925) is een aangrijpend portret van een wanhopige vrouw tijdens de communistische revolutie in Rusland, geschilderd in schakeringen bruin, grijs en donkerblauw. Helaas wordt de intensiteit van de wanhoop, wat mij betreft, te niet gedaan door de grote vage zeepbel, die boven haar hoofd hangt, met een sterk lichtend centrum en de drie wolven die achter een heuvel in de duisternis opduiken. Een ander voorbeeld. 'Noodlot' (1920) toont een jong Slavisch meisje in doeken en sjaals gehuld, met een starende blik en een soort van glimlach. Een Maria in de dop. In haar linkerhand heeft ze een glazen pauw met rode bloemen en een twinkeling van licht. Echt vasthouden doet ze het glas niet, de pauw kan blijkbaar zweven tussen al haar doeken. Haar rechterarm houdt ze haaks omhoog, hand open, als een gebaar van zegening à la Boeddha. Vermoedelijk verbeeldt ze een gids op het moeilijke levenspad.

De spirituele ervaringen mengden zich met Mucha's religieuze aanleg, zijn herinneringen aan het Tsjechische patriotisme en de volkse tradities uit zijn jeugd. Mucha zag als zijn roeping de mens, voorop de Tsjechische mens, hoge idealen voor te houden, integriteit, moed, idealisme en geloof.

Het Slavische Epos
Tijdens zijn verblijf in het materialistische Amerika in 1904 besloot hij te breken met het commerciële bestaan en zich te wijden aan de morele boodschap voor zijn land en bewoners, die hij al een kwart eeuw miste. Gelukkig vond hij in Amerika een mecenas, Charles Crane, die hem wilde sponsoren, want Mucha zelf kon niet met geld omgaan. Hij bewaarde zijn geld in een bureaulade en zijn vrienden haalden het eruit. Vervolgens vulde hij de la weer.

Mucha's spirituele kunstproject voor Tsjechië was 'Het Slavische Epos', twintig kolossale muurschilderingen met stichtelijke hoogtepunten uit de Slavische geschiedenis. Thema's en titels als 'Slaven in hun oorspronkelijke thuisland', 'De kroning van de Servische tsaar Stepan Dusan', 'Jan Hus preekt in de Bethlehem-kapel', 'De Hussitische koning Jiri z Podebrad', 'Afschaffing van de slavernij in Rusland'. Afmetingen rond 6 x 8 meter, meestal geschilderd in een soort tegenlicht, alsof de heilige geest al neergedaald was over Slavenland. Veel zwevende heiligen, stemmige kleuren als in Hollandse ijspretschilderijen. Lijdende en vergaderende mensen, heel weinig vrolijkheid en gezelligheid. Om ze te bekijken moet u naar Praag, naar het Veletrzni Palac, onderdeel van de National Gallery.

Deze twintig monumentale werken, die Mucha gedoneerd had aan de stad Praag, werden in 1928, bij de viering van tienjarig bestaan van de Republiek Tsjecho-Slowakije, aan het publiek getoond. Mucha zelf hield een toespraak. "Moge de kracht van de Slavische geest respect afdwingen, want uit respect wordt liefde geboren."
Tot verdriet van Mucha was de ontvangst lauw tot onaangenaam kritisch. Hij werd een outsider genoemd, die ongenood waarden en advies uit het buitenland meebracht. De doeken werden opgeborgen. De Nazi's vonden vervolgens Mucha's werk 'entartet' en de communisten die daarna het land bestuurden eigenlijk ook, maar zij gebruikten liever het woord 'decadent'.

Alphonse Mucha, Affiche voor tentoonstelling van het Slavisch epos, 1928-1930, kleurenlithografie, Mucha Trust.

Eigen museum
Pas na de val van de Muur kreeg Mucha in 1998 zijn eigen museum in Praag. Maar zonder zijn 'Epos'. De familie Mucha heeft een proces tegen de stad Praag gewonnen, waarbij de rechter heeft beslist dat de familie de eigenaar van het 'Epos' is, omdat Praag nooit haar belofte voor een eigen paviljoen is nagekomen. Mucha's meesterschap blijkt nog altijd, zo kun je in Den Haag constateren. Zijn 'Documents Décoratifs' (1902) bevat 72 pagina's met inkt en wit pigment in Art Nouveaustijl getekende voorbeelden voor collega-ontwerpers. Een soort portfolio vol sierlijke voorbeelden van bloemmotieven, boomblaadjes, bloemenwanden, van balkonhekken, hangers, haarspelden, oorhangers, broches, vazen, bestek, meubels, interieurideeën. Een bijbel voor de Art Nouveau ontwerper. Mucha heeft ook schitterende sieraden voor het chique Parijse juweliershuis Fouquet ontworpen. In het kleine is hij inderdaad een grote en verfijnde meester.

Alphonse Mucha, Art nouveau in Parijs, nog t/m 28 augustus 2022, Kunstmuseum Den Haag, Stadhouderslaan 41, Den Haag. Website: www.kunstmuseum.nl.

Peter van Dijk is journalist.

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

Aleksandra Ekster
een grote bijdrage aan de avant-garde

Vanwege het overlijden van Wim Adema hebben we onderstaand artikel nogmaals geplaatst, dat door Wim Adema zelf nog is geselecteerd. Daaronder vindt u een kort In memoriam.

De levensloop van de Aleksandra Aleksandrovna Ekster, geboren in 1882 te Belostok (Rusland), speelde zich af tussen Kiev, St. Petersburg, Moskou, Wenen en Parijs. In de geschiedenis van Russische, maar ook Europese avant-garde neemt zij met haar werk een aparte plaats in. Als beeldend kunstenaar was Ekster zeer veelzijdig en creatief vernieuwend. In onze serie 'Opmerkelijke vrouwen van de avant-garde 1900-1950' is deze keer aandacht voor deze belangrijke Russische kunstenares.

Door Wim Adema

Tijdens de studie aan de Kiev Art School (1906-1908) ontmoette Aleksandra medestudenten zoals Aristarkh Lentulov, Aleksandr Bogomazov en Aleksander Archipenko, waarmee zij zich heel verwant voelde. De groep Russian New Art werd een podium voor haar kritische reacties op de traditionele Russische beeldende kunst. De exposities in 1908 te Kiev en St. Petersburg, 'New currents', waren hiervan een voorbeeld. In 1910 trouwde Aleksandra en vertrok direct hierna naar Parijs. Tijdens een verblijf in de kunstenaarskolonie 'Le Ruche' ontmoette zij ondermeer Marc Chagall. Door haar interesse voor het impressionisme, kubisme en cubofuturisme (1908-1915) kwam Ekster in contact met Picasso, Braque en later in Rome met de Italiaanse futurist Marinetti. Ook het supramatisme van Malevitsj was in 1915/16 belangrijk. Gedurende deze boeiende jaren verbleef Aleksandra Ekster afwisselend in Rusland en Frankrijk.

Nonobjective art
Na een intensieve studie van nieuwe schilderstijlen ontstond in het werk van Ekster de vormgeving van 'cityscapes' met abstrahering van geometrische vormen en stillevens. De composities 'Vase and Assortment of Fruit' (1914) en de complexe cityscapes 'Venice' en 'City at night' (allebei uit 1915) zijn hiervan een voorbeeld. Deze werken zijn heel dynamisch van beeld. Er is niet sprake van vormbeweging in de ruimte, maar van een ritmische en wederzijdse beïnvloeding van kleureigenschappen. Deze 'nonobjective art' ontstond in 1916 en kenmerkte zich door dieptewerking, beweging, kleur en licht. De beeldtaal van de nonobjective art was vernieuwend. De meest productieve periode van Aleksandra Ekster lag waarschijnlijk ook in deze tijd, namelijk tussen 1910 en 1920.

Saillant detail
In de kostuumontwerpen van 1916 ervaart men een zelfde aanleg voor beweging, menselijke expressie en kleur. De designs uit 1935 voor het stuk over Herodus en Salomé, in een produktie van het Kamerny Theatr te Moskou, behoren tot haar bekendste ontwerpen. Gemaakt met gouacheverf tonen deze designs een klassieke maar ook eigentijdse stijl, waarin de invloed van het kubisme merkbaar is. Saillant detail is dat in de kunstmarkt vermoedelijk twee vervalsingen van deze designs in omloop zijn. Zij werden met olieverf gekopieërd, terwijl de originelen op gouache gemaakt waren. Mogelijk is er sprake van nog meer vervalsingen.

Toneel- en filmdecors
Ekster had ook veel succes met het vormgeven van toneeldecors. Zij werkte onder meer samen met de Russische toneelregisseur Aleksandr Tairov. Voor de toneeltragedie Famira-Kifared, geregisseerd door Innokenty Annensky, realiseerde zij avant-gardistische decors. Ondanks haar terugkeer naar Parijs in 1924, werden de banden met Rusland niet verbroken. Met de filmmaker Yakov Protazanov volgde een intensieve samenwerking voor de eerste science-fictionfilm uit Rusland: Aelita. Aleksandra Ekster werkte ook mee aan de opbouw van het Russische paviljoen voor de wereldtentoonstelling in Parijs. Talrijke exposities, theaterwerk en boekillustraties voor de Parijse uitgeverij Flammerion gaven haar artistieke en veelzijdige leven mede inhoud.

Grote veelzijdigheid
De vele nieuwe kunstontwikkelingen in de eerste helft van de vorige eeuw zijn in haar werk duidelijk afleesbaar, maar de nonobjective art vormt een geheel eigen stijl en beeldtaal. Ekster voelde zich thuis in allerlei disciplines, zoals boekillustraties, het marionettenspel, designs voor toneelkostuums en decorontwerpen voor theater en film, maar zocht in haar vormgeving altijd een geheel eigen stijl. In 1937 volgde een groot succes door een deelname aan de tentoonstelling 'Kubisme in abstracte kunst' in New-York. In de jaren tachtig nam de waardering voor het beeldende werk van Aleksandra sterk toe en steeg ook de verkoop hiervan. Bij Sotheby bijvoorbeeld werd de compositie 'Genua' voor een zeer hoge prijs verkocht. De expositie 'Russische avant-garde' in 1992 te Frankfurt versterkte haar internationale reputatie en succes bij het publiek.

Op 17 maart 1949 stierf Aleksandra Ekster in haar woonplaats Fontenay-aux-Roses (bij Parijs). Haar reis als kunstenares was op een eindpunt gekomen. Men herkent veel sporen van een Russische en Europese kunsttraditie. Binnen een door mannen gedomineerd kunstcircuit kreeg zij evenwel veel waardering en respect. Het is belangrijk om haar persoon en werk in herinnering te houden.

Print dit artikel!

 

 

In memoriam: Wim Adema
Het overlijden van Wim Adema (1939-2022) is een groot verlies. Wim was mijn medeoprichter van het digitale kunstmagazine Het Beeldende Kunstjournaal. Ik herinner me nog goed dat we de opzet en de lay-out van het BKJ samen in zijn mooie tuin in Kropswolde, waar hij toen met zijn vrouw Petra woonde, hebben zitten uitdenken in september van het jaar 2006. Sindsdien heeft hij onvermoeibaar en zeer gedreven met een lange reeks aan uiteenlopende artikelen aan het BKJ bijgedragen. Zonder zijn inzet hadden we nooit 17 jaargangen van het BKJ kunnen maken.

Kenmerkend voor Wim was zijn zeer aanstekelijke en onbaatzuchtige enthousiasme voor de beeldende kunst. Dat proefde je in zijn artikelen, in contacten met hem en in de exposities die hij organiseerde. Wim vertelde mij voor zijn overlijden dat hij het fijn vond dat wij met Het Beeldende Kunstjournaal zouden doorgaan. Dat gaan we doen, geheel in de geest van Wim Adema's ontbaatzuchtige enthousiasme voor de kunsten!

Wij wensen zijn vrouw Petra en de familie van Wim heel veel sterkte met het verwerken van dit verlies.

Rob den Boer
Eindredacteur
Het Beeldende Kunstjournaal

Terug naar boven

 

Gewoon Ongewoon
Museum De Reede, Antwerpen

Sinds juni 2017 is Museum De Reede -MDR- in Antwerpen gevestigd. Het museum herbergt een bijzondere collectie van oude en nieuwe grafische kunst. Het museumgebouw zelf is in het 19e eeuwse Redershuis gevestigd, tegenover Het Steen in het oude centrum van Antwerpen.

Door Joke M. Nieuwenhuis Schrama

De basis voor dit museum is de collectie grafiek van Harry Rutten, die hij via een stichting aan het museum heeft geschonken. Rutten is tevens initiator van het MDR. De kern van de collectie bestaat uit werken van Félicien Rops, Edvard Munch en Francisco de Goya. Voor ieder van deze grootheden is een zaal ingericht. Alleen al van Munch is de collectie grafiek de grootste buiten Oslo en van Goya zijn er meer aquatints dan in het Prado Madrid.

Zes eeuwen grafische kunst
Momenteel heeft het museum ruim driehonderd werken, waarmee de collectie zes eeuwen grafiek omspant. En die groeit intussen gestaag. Het oudste werk werd recentelijk verworven en stamt uit 1498, een houtdruk van Albrecht Dürer, getiteld 'Die Apokalyptische Frau'.

Er is werk te vinden van Käthe Kollwitz, Max Beckmann, Kees van Dongen en Paula Rego. Verder van Belgische kunstenaars van kaliber, uit heden en verleden, zoals Rik Wouters, James Ensor, Léon Spilliaert, Eugeen van Mieghem, Henri Evenepoel, Gustave van de Woestyne en Hugo Claus. Maar er is ook werk van (hedendaagse) kunstenaars: Luc Tuymans, Fred Bervoets, Tom Liekens en Jan Decleir. Het gebouw heeft drie niveaus. Alle werken komen er goed tot hun recht, naar alle (technische) eisen van deze tijd. Dit jaar in juni viert het MDR alweer het eerste lustrum.

 
Edvard Munch, 'Madonna', 1896-1902. © Museum De Reede.

Tijdelijke exposities
Ondanks alle tegenslagen als gevolg van de coronapandemie, werd in april 2021 de nieuwe vleugel geopend voor tijdelijke tentoonstellingen. Tweehonderd vierkante meter aan museumruimte werd aan de bestaande zalen toegevoegd. Op het moment dat ik het museum bezocht, was daar de tentoonstelling van Léon Spilliaert gaande, getiteld 'De oorsprong van het beeld'. Buiten België is Spilliaert een minder bekende kunstenaar, maar voor onze zuiderburen is hij bijna een icoon, met name in Oostende. De indeling van zalen en kabinetten lijkt aanvankelijk verwarrend en schemerig, maar is niet onaangenaam. Immers, (oude) werken op papier zijn nu eenmaal kwetsbaar en lichtgevoelig.

Kunst en kunde
De Stad Antwerpen is al eeuwenlang bekend om de druk- en graveerkunst. Christoffel Plantin en Jan Moretus waren al beroemde drukkers in de 16e eeuw. Toch lijkt de grafische kunst een ondergeschoven kind te zijn. De Cinderella onder de kunstvormen als het ware. Niet zozeer door de ambachtelijke aspecten die nu eenmaal aan deze discipline vastzitten, want schilderen, tekenen en beeldhouwen vereisen ook ambachtelijke kennis, dan wel een trefzekere hand. Het feit dat er meerdere afdrukken zijn van één creatie, maakt ze minder waardevol. Zelfs op toonaangevende internationale kunstbeurzen is er nog regelmatig grafiek te vinden van oude meesters zoals Rembrandt en Dürer. Dat zijn weliswaar geen koopjes, maar een doek of paneel van deze meesters is toch een ander verhaal.

Spiegelbeeld
Een bekend etser heeft mij een keer toevertrouwd dat hij zijn door hemzelf goedgekeurde (genummerde) drukken die van zijn etspers afkomen, stuk voor stuk originelen vindt. En eigenlijk vind ik dat hij gelijk heeft. Het procedé is tijdrovend en het vereist precisie, geduld en onberispelijk (schoon) werken, met name bij kleuretsen. Zelf ben ik in de grafische kunsten niet veel verder gekomen dan etsen. Het vele poetsen en het werken met salpeterzuur begon me tegen te staan, maar het gaf mij tenminste enig inzicht in deze kunstvorm. Als ik bezig ben met een willekeurige tekening, dan hou ik die soms voor de spiegel of omgekeerd tegen het licht om te zien hoe de vorm, verhoudingen of perspectieven zich hebben ontwikkeld. Die lichte sensatie is er altijd bij grafische kunst, hoe komt zij tevoorschijn in spiegelbeeld?

Speciale liefde

Kunstenaars uit vroegere eeuwen die de graveertechnieken beheersten, konden hun brood verdienen met de verkoop van hun prenten en daarmee hun kunst en bekendheid ook verder verspreiden. Zo waren zij in staat autonoom te werken, hun eigen creaties te maken zonder afhankelijk te zijn van heersende en invloedrijke opdrachtgevers, zoals de Kerk. De voortgaande ontwikkeling van de fotografie heeft een grote omslag teweeg gebracht in de kunsten, die vooral jonge kunstacademiestudenten aantrekt. Of daarmee de eeuwenoude etstechniek uit de gratie zal raken bij jonge kunstenaars, is maar de vraag. Vermoedelijk zal die speciale liefde voor de grafiek, misschien een minder verheven maar zeker ambachtelijke kunst, wel blijven bestaan, bij zowel kunstenaars, kunstliefhebbers als kunst verzame-laars.
Fred Bervoets, 'Zelfportret', 2001. © Museum De Reede.

Fred Bervoets
Vanaf 27 mei 2022 is een expositie te bekijken van Fred Bervoets, een in België eveneens zeer bekende kunstenaar. Aangezien ik deze expositie niet zelf heb bekeken, laat ik het woord aan Ernest van Buynder, erevoorzitter van het M HKA - Museum van Hedendaagse Kunst Antwerpen –:
"(…) Fred Bervoets (1942) werkt al meer dan een halve eeuw samen met galerie De Zwarte Panter. In zijn carrière heeft hij in een constante lijn van hoge intensiteit en grote kwaliteit, talrijke periodes gekend en verschillende reeksen gerealiseerd. Ik vermeld onder meer de Wortels, Cobra's, Spaghetti's, Totems en Kasten, de periode van de Grijzen, Hommage aan een vriend, Wounded Knee ( …) Bervoets manifesteert zich vooral sedert de jaren tachtig van vorige eeuw meer en meer als een peintre-graveur. Hij gebruikt de etstechniek niet als reproductiemethode, maar als zuiver expressiemiddel (…)
Het is dan ook verheugend dat het dynamische MDR op de tachtigste verjaardag van de kunstenaar en na een schitterende expositie van Leon Spilliaert een retrospectieve brengt van het grafisch oeuvre van Bervoets (…) "

Voor wie graag door de Scheldestad wandelt, vanaf Antwerpen Centraal Station is het krap twee kilometer lopen naar het MDR.

Fred Bervoets, Gewoon Ongewoon, nog t/m 5 september 2022, Museum De Reede, Ernest Van Dijckkaai 7, Antwerpen, België. Website: https://museum-dereede.com

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

Twee haiku's van Ria Giskes.

 

keukenraam
het gedicht
van een spin

verhalen van ver
door de bamboe bladert
de wind

 

Haiku: Ria Giskes-Pieters; foto: ©John Giskes.
Meer haiku's van Ria Giskes vindt u hier: http://tjilp.blogspot.com.

Terug naar boven

 

Vladimir Kopecký: Vlakglas als inspiratiebron

Vaak hebben we het over de schoonheid van glas, maar sommigen streven hier bewust niet naar. Zo werkt de Praagse kunstenaar Vladimir Kopecký al sinds eind jaren zestig aan zijn zogeheten 'ugly glass'-schilderingen en objecten. Hij plakt behangpapier tegen vensterglas, bedekt het met verf of vermengt glasplaten met restmaterialen. Daarmee spreekt hij een jongere generatie glaskunstenaars aan, die graag vrijer met glas wil werken.

Door Han de Kluijver

Vladimír Kopecký (1931) laat zich al meer dan zestig jaar in Tsjechië en in andere landen gelden als een bijzonder glaskunstenaar en schilder. Hij maakte indruk met zware geometrische elementen in zijn schilderijen op linoleum. Maar hij staat vooral bekend om zijn onconventionele benadering van glas. Al decennialang beschouwt Kopecky glas als een materiaal dat van haar decoratieve functie los moet komen. Hij vindt dat glas niet per se om de schoonheid van het materiaal zou moeten worden gewaardeerd. De materiaalkeuze voor een kunstobject hoeft van hem ook geen relatie te hebben met het kunstobject zelf. De ruimte tussen de lagen van glas boeit hem oneindig veel meer dan eigenschappen als transparantie en lichtbreking.

 
Vladimír Kopecký, een abstracte schilder in het medium glas. Foto: Jana Hunterova, 4 juni 2022.

Zijn werk is doordrenkt van symboliek, maar dan wel op Kopecký's manier. 'Don't use symbols where you want them to be', heeft hij eens gezegd. In veel van zijn objecten neemt hij nadrukkelijk afstand van het traditionele Boheemse sierglas. Zijn passie ligt in het experimenteren met nieuwe mogelijkheden van glas, met name vlakglas (vensterglas). Kunst en traditie hebben voor Kopecký geen bestaansgrond alleen maar vanwege zichzelf.

Kopecký, geboren in Svojanov, Tsjechië in 1931, bezocht de glasscholen in Kamenický Senov en Nový Bor, voordat hij overstapte naar de Academie voor Toegepaste Kunsten in Praag. Daar studeerde hij van 1949 tot 1956 bij Josef Kaplický en droeg bij aan het grote succes van het Tsjechoslowaakse paviljoen op EXPO 58 in Brussel. Vervolgens was hij leerling van Stanislav Libensky. In 1961 vestigde hij zich als onafhankelijk kunstenaar. Na de 'Fluwelen Revolutie' in 1989 werd hij hoofd van de glasfaculteit van de Academie voor Toegepaste Kunsten in Praag. Kort na Kopecký 's aanstelling aan de Praagse academie prees Libensky hem als een schilder van de Tsjechische avant-garde, die ook goed weet om te gaan met sculpturale elementen als glas, hout, staal en andere materialen. Hij ziet Kopecký's objecten als 'uitdrukkingen van de tegenspoed en neergang van Tsjechië'. Baksteen, glas, metaal en autolak vloeien over naar 'menselijke hoop met kritische gedachten'.

Kopecký's werk is vaak lastig te doorgronden. De betekenis moet vooral binnen in het glas worden gezocht, tussen de transparante ruimte en de massieve massa's verf. Soms tonen zijn 'glassculpturen' duidelijk landschappelijk-architectonisch elementen. Zijn beste werken zijn zonder meer die waar de lelijkheid het uitgangspunt lijkt te zijn geweest.

De tweedimensionale glasschilderingen van Kopecký missen, door het niveau van detaillering en het conceptuele denken, echter de nodige verbeeldingskracht.

In 2009 ontving Kopecký de Tsjechische 'Ministerie van Cultuurprijs'. Zijn werk is uitgebreid tentoongesteld in de Tsjechische Republiek en in heel Europa en Azië. Het is daarnaast opgenomen in de openbare collecties van het Corning Museum of Glass in Corning, New York; Kunstsammlungen der Veste Coburg in Coburg, Duitsland; mudac, Musée des Arts Décoratifs, Lausanne, Zwitserland; National Gallery in Praag, Tsjechië en het Nationaal Museum voor Moderne Kunst in Kyoto, Japan.

Vladimír Kopecký na zijn performance in Kunst Hala bij opening van zijn laatste expositie Calm Storm in Liberec op 4 juni 2022. Foto: Jana Hunterova.

Onbeperkte mogelijkheden
Met zijn antihouding zette Kopecký een zoektocht in gang naar het onbelemmerde gebruik van glas als artistiek middel. In zijn werk speelt hij ook met de effecten van licht en schaduw en onderzoekt hij het onderscheid tussen reële en illusionaire ruimte. Als schilder en beeldhouwer besteedt hij bijzonder veel aandacht aan kleur en ruimtelijkheid. Zo rangschikt hij in sommige installaties meerdere opvallende, geschilderde bladen vlakglas achter elkaar, zodat ze lijken om te vallen of op te gaan in hun omgeving.

Het zijn werken met duidelijk afgebakende geometrische vormen, die opvallen door een ongeremde toepassing van verf. Kopecký maakt echter ook sculpturen en assemblages waarin hij stukken glas combineert met metaal, ruw hout, plastic platen en andere gevonden materialen. Hierdoor lijken deze installaties op toevallige groeperingen, allemaal besprenkeld met acrylverf in bonte kleuren. Ook wordt geen enkele moeite gedaan om de lijm, die glas en metaal met elkaar verbindt, te verbergen. Het glas mist hierdoor ineens de 'lelijkheid' en laat de puurheid van de vorm en de optische brekingen van het licht in de vergezichten opvallen.

Kopecký heeft eens gezegd dat glas niet het onderwerp is van zijn expressie. Het lijkt daarom misschien ironisch dat hij een grondige technische en artistieke opleiding in dit medium heeft gevolgd. Maar Kopecký's werk omvat een verscheidenheid aan benaderingen, zo is hij ook een van de meest onderscheidende Tsjechische coloristen. Hij brengt enorme kleurlagen aan op het glas, alsof het een schilderdoek is. Door de transparantie van glas versmelt de ene tint met de andere.

Gedurende zijn hele artistieke loopbaan heeft Kopecký geschommeld tussen het gebruik van een zeer expressieve, kleurrijke vorm en een strenge, bijna monochrome vorm. Hij moet evenzeer als schilder en als glaskunstenaar worden beschouwd.

Het werk van Kopecký is geen echte anti-kunst in de zin van Dada en Fluxus. Het is voornamelijk een reactie op de val van de Muur in 1989, toen de vrijheid in Tsjechië terug kwam om experimentele kunst te maken. Er zit ook duidelijk een gedachte achter, de ruimtes tussen lagen van glas verkennen en nieuwe combinaties van materialen onderzoeken. Het werk is daardoor meer verwant met 'Cobra'. Maar voor veel glaskunstenaars is hij wel een inspiratiebron om vrijer met glas te werken.

Vladimír Kopecký combineert glas maken en schilderen, Commemoration ceremony, Porheim, 22 september 2018. Foto: Han de Kluijver.

Vladimír Kopecký is een van de levende legendes van de glaswereld. Ook al heeft hij zijn 90ste verjaardag gevierd, hij is nog steeds actief, zoals op 4 juni 2022 te zien was bij de opening van zijn laatste expositie 'Calm Storm' in Liberec (Tsjechië).

Han de Kluijver is architect bna bni bnsp.

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

Glasobjecten van Roni Horn: vast of vloeibaar?

Bij zien van het werk van Vladimir Kopecky, dat elders in dit nummer wordt besproken, moest ik denken aan de indrukwekkende objecten van de Amerikaanse kunstenares Roni Horn (1955).

Door Han de Kluijver

Haar objecten van massief glas geven een geweldig effect. Door de combinatie van transparantie en zachte kleuren, balanceren de beelden perfect op de grens van vloeibaarheid en stolling. Op het eerste gezicht zijn ze vrij simpel: cilindervormige objecten van massief glas, mat aan de randen, spiegelend als water aan de bovenkant. De kleur van de objecten verloopt alsof ze van onder af worden aangelicht. Als je er bovenop kijkt, lijkt het oppervlak zo perfect op water, dat je je niet voor kunt stellen dat het niet vloeibaar is.

Sinds het midden van de jaren negentig maakt Horn sculpturen van gegoten glas.

 
Roni Horn, de matte buitenkant van de vijf ronde sculpturen en het doorzichtige spiegelende oppervlak zijn ieder 138 centimeter in hoogte en 128 centimeter in doorsnede. Voorlinden. Foto: Han de Kluijver, 22 november 2016.

Ze zijn technisch perfect, maar daar gaat een heel proces aan vooraf. Glas van deze grootte moet maandenlang onder gecontroleerde omstandigheden afkoelen, om breuken te voorkomen. De objecten wegen gemiddeld 5000 kilo en worden gemaakt door het Duitse glasbedrijf Schott. Het immense gewicht van het glas verwart de zintuigen, omdat de objecten er bijna immaterieel uitzien.

Het object is onafgewerkt, zodat de afdruk van de mal waarin het werd gegoten, zichtbaar blijft. Alleen aan de bovenkant zijn de licht gebogen ronde vormen zo glad gepolijst, dat het lijkt alsof je in een bak met stilstaand water kijkt. Door de reflecties van licht en schaduw lijken de werken soms zelfs zachtjes te gloeien en tot leven te komen. De eindeloze subtiele verschuivingen van de reflecties, plaatsen het object in een eeuwige staat van veranderlijkheid. Het weigert als het ware een vaste visuele identiteit.

Verschijnen als een vloeistof, maar bestaan als een vaste stof. Als Roni Horn hiermee de aard van haar androgynie (je niet mannelijk of vrouwelijk voelen) probeert bloot te leggen, is glas het perfecte middel. Hoewel Horn gebruik maakt van minimalistische geometrische vormen, speelt zij hier met de dubbelzinnige eigenschappen van glas. Het is vloeibaar gemaakt en weer gestold tot een schijnbaar vaste staat, maar het blijft in essentie een vloeistof. Met deze objecten zoekt zij, naast haar andere werk, naar het overgangsmoment tussen stilstand en verandering. Horn gebruikt de fundamentele eigenschappen van glas om objecten te maken die visueel en technisch prachtig zijn.

De objecten van Vladimir Kopecky en Roni Horn zijn geheel verschillend, maar beide gebruiken glas als aanleiding om een verhaal te vertellen over de sociale, culturele en overdrachtelijke betekenis ervan. Zo proberen de kunstenaars ons opnieuw te laten kijken naar een materiaal dat alomtegenwoordig is, maar toch zo ongrijpbaar. Is het een vaste stof of toch een vloeibare? De filosoof Walter Benjamin noemde glas in zijn essay 'Ervaring en armoede' (1933) vaak de vijand van het mysterie, waarmee hij wees op de dubbelzinnige doorzichtigheid van glas, waarachter je je moeilijk kan verbergen.

Han de Kluijver is architect bna bni bnsp.

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

Kunstflitsen

Een rubriek met tips over mooie tentoonstellingen en evenementen die een bezoek waard zijn, of mooie boeken.

De tentoonstelling 'Some of It Falls from the Belt and Lands on the Walkway Beside the Conveyor' in de Vleeshal in Middelburg, gaat over het belang om buiten de gebaande paden te treden. Of om dichterbij de titel te blijven; het gaat over de kracht van datgene dat van de lopende band afvalt. De titel illustreert een aantal ideeën achter deze groepstentoonstelling: hoe een context bepaalt hoe dingen zich voortbewegen (een geolied systeem waarbinnen alles volgens vooraf ingestelde parameters circuleert); hoe ophoping, afval en morsen binnen een systeem de circulatie niet helemaal tot stilstand brengen, maar een beetje ontregelen. De tentoonstelling laat zien dat het mogelijk is je aan de gangbare stroom te onttrekken en een ruimte ernaast in te nemen. Deelnemende kunstenaars: Christopher Aque, Aria Dean, Rindon Johnson, Claudia Pagès. Curator van de tentoonstelling is Yaby, een curatoriaal platform dat in 2017 is opgericht door Beatriz Ortega Botas en Alberto Vallejo. Nog te zien t/m 11 september 2022. Vleeshal, Markt 1, Middelburg (oude stadhuis). Website: www.vleeshal.nl.

In het Kröller-Müller Museum is de tentoonstelling Ask the Sky van Esther Tielemans te zien. Dit is de vijfde tentoonstelling in de serie Vestibulum, in: de voormalige entree van het museum in het door architect Henry van de Velde ontworpen en in 1938 geopende gebouw. De ruimtelijke schilderijen van Esther Tielemans (Helmond, 1976) balanceren tussen een schilderij aan de wand en een object in de ruimte. Met de beleving van het landschap als vertrekpunt onderzoekt ze in hoeverre abstracte begrippen als vorm, kleur en verhouding de ervaring van ruimte bepalen en beïnvloeden. In Ask the Sky zoekt Tielemans naar manieren om het landschap dat het museum omringt, de ruimte en het licht naar binnen te begeleiden. Centraal in de tentoonstelling staat een schilderij in de vorm van een kamerscherm: The Past Inside the Present. In The Scene before the Scene, twee series van elk twaalf schilderijen, is de maat van de panelen gebaseerd op de afmetingen van de ramen in de huidige pui. Diezelfde raammaat bepaalt ook de grootte van de middendelen in de serie Ask the Sky, acht paneelschilderijen aan de wand die elk uit twee delen bestaan. Nog te zien t/m 20 november 2022, Kröller-Müller Museum, Houtkampweg 6, Otterlo. Website: https://krollermuller.nl.

Op zaterdag 24 en zondag 25 september 2022 vindt het Ambacht in Beeld Festival plaats in de NDSM Loods in Amsterdam-Noord. Van pottenbakken tot duurzaam modeontwerpen en van Japans lakwerk tot Turkse ebru: in de grote loods delen ambachtslieden hun kennis en vaardigheden met het publiek tijdens workshops, masterclasses en demonstraties. Bezoekers van alle leeftijden ervaren op het festival hoe het voelt om iets met je handen te maken. Zo wil het festival op een interactieve manier werken aan de waardering en erkenning van ambachten en vakmeesterschap onder een breed publiek. Tijdens deze achtste editie van het Ambacht in Beeld Festival is er naast (her)waardering van uitstervende ambachten, specifiek aandacht voor drie sociaalmaatschappelijke thema’s: urgente beroepen (zoals pianostemmers en orthopedische schoenmakers), diversiteit en duurzaamheid. Dit jaar wordt één van de thema’s diversiteit benadrukt door ambachten uit verschillende culturen, zoals hennakunst, Arabische kalligrafie en het maken van traditionele Oekraïense poppetjes. Het festival stimuleert een duurzame werkwijze door middel van spaarzaamheid met materialen, onderhoud, reparatie, recycling van materialen en het maken van bewuste keuzes in de consumptie. Meer informatie en programma: https://ambachtinbeeldfestival.nl.

 

National Gallery Kvadrat 500, Sofia. Foto: Han de Kluijver, 5 oktober 2021

In september, oktober 2023 wordt voor de vierde maal de The International Biennale of Glass (IBG) gehouden. Het evenement vindt plaats in National Gallery Kvadrat 500 in Sofia, Bulgarije en is uitsluitend aan glaskunst gewijd. Geïnteresseerden kunnen hun aanvraag indienen tot 15 november 2022. De toelating wordt beoordeeld door een internationale jury bestaande uit: Charles Parriott, Dainis Gudovskis, Han de Kluijver, Iara Boubnova, Jan Bondy, Jirí Trtík, Konstantin Valchev, Lucio Bubacco, Milan Krajícek, Monika Naydenova en Tai Xiao. De geselecteerden krijgen voor 15 januari 2023 bericht over hun toelating. Voor verdere informatie zie: http://glassbiennale.nbu.bg/submit_an_application

De Unseen Photo Fair, de internationale kunstbeurs die is gewijd aan de avant garde van de hedendaagse fotografie, beleeft dit jaar zijn tiende editie. Aan de jubileumeditie van Unseen nemen 70 galeries van over de hele wereld deel. Onder de deelnemers bevinden zich Nederlandse oudgedienden zoals Galerie Ron Mandos met onder andere het werk van Erwin Olaf en de legendarische choreograaf Hans van Manen, en Galerie Flatland met onder meer het werk van internationale grootheid Valerie Belin. Galerie tegenboschvanvreden brengt een bijzondere presentatie van Paul Kooiker, met een overzicht van diens beste modefotografie van de afgelopen decennia. Ook uit het buitenland verwelkomt de beurs weer veel oudgedienden zoals de Berlijnse Robert Morat Galerie die werk toont van fotografenduo Lena Amuat & Zoë Meyer. Nature Morte, de eerste Indiaase galerie die deelnam aan prestigieuze hedendaagse kunstbeurzen als Art Basel. Frieze en FIAC, keert eveneens terug naar Unseen met een solopresentatie. Onder de nieuwelingen verwelkomt Unseen de in digitale kunst en nieuwe media gespecialiseerde Bitforms Gallery, met vestigingen in New York en San Francisco, Loft Gallery uit Casablanca met een solo presentatie van Mous Lamrabat en Galerie Barbara Seiler uit Zürich, met een solopresentatie van fotografisch werk van Marcel van Eeden. Te bezoeken op 16, 17 en 18 september 2022, Westergas, Klönneplein, Amsterdam. Website: https://unseenamsterdam.com.

De 16de editie van de Affordable Art Fair Amsterdam vindt plaats van woensdag 26 tot en met zondag 30 oktober 2022. Locatie is de industriële evenementen hotspot aan het IJ in Amsterdam Noord: de Kromhouthal. Met een aanbod van ongeveer 70 Nederlandse en internationale galeries en jaarlijks ongeveer 12.000 bezoekers vormt deze beurs een belangrijk evenement op de culturele en sociale kalender. Alle tentoongestelde werken zijn van levende, opkomende en gevestigde kunstenaars. Onder het motto 'ontdek het plezier van het verzamelen van kunst' presenteert de Affordable Art Fair een inspirerende selectie kunstvoorwerpen: schilderijen, prints, foto's, sculpturen en installaties. De beurs hanteert eenvoudige principes. Eerste vereiste is kwaliteit. De deelnemende galeries dienen te voldoen aan strikte criteria van een deskundige selectiecommissie. Voor het werk van deelnemende kunstenaars gelden maatstaven als originaliteit, artistieke identiteit en intentie, technische kwaliteit en onderliggende betekenis. Het aanbod van de Affordable Art Fair bestaat uit enkele duizenden kunstwerken en de prijzen zijn betaalbaar. Vermelding van prijzen is verplicht en aankopen kunnen direct worden meegenomen. Te bezoeken van 26 - 30 oktober 2022, De Kromhouthal, Gedempt Hamerkanaal 231, Amsterdam. Website: https://affordableartfair.com.

Onlangs werd in het rijksmonumentale Krophollercomplex op het Raadhuisplein in Waalwijk het nieuwe Schoenenkwartier geopend. Het Schoenenkwartier mikt op 35.000 bezoekers per jaar en berust op drie pijlers: Museum, Maaklabs en Kenniscentrum. Het Museum presenteert, naast een vaste collectie, ook twee keer per jaar een wisselende tentoonstelling. De driedelige openingstentoonstelling 'Put On Your Red Shoes. IdolIcon-Influencer' (t/m 5 februari 2023) gaat over de relatie tussen schoenen en muziek. Blikvangers zijn onder meer de rode sandalen van David Bowie aka Ziggy Stardust, de Chopines van Jan Taminiau voor Beyonce, en de witte laarzen van zowel Agnetha en Björn van ABBA. De komende jaren volgen er nog exposities over leather jackets, René van den Berg, de 'maanschoen' en innovatieve materialen, de toekomst van de sneaker, en nog veel meer. In de Maaklabs op de begane grond houden ontwerpers, schoenmakers, leerbewerkers, kunstenaars en vakstudenten zich bezig met ontwerp en experiment. In deze openbaar toegankelijke ruimte, waarin ook het café en de museumwinkel zich bevinden, kun je als bezoeker gewoon meekijken en zelf in diverse workshops aan de slag. Het Kenniscentrum op de eerste etage heeft een bibliotheek, educatieve ruimte, archief, een auditorium en een materialenkast waar je verschillende leersoorten en leeralternatieven kunt voelen, ruiken en onderzoeken. Schoenenkwartier, Gemeente Waalwijk, Raadhuisplein 1, Waalwijk. Website: www.schoenenkwartier.nl.

 

In memoriam

V.l.n.r. Werner Schaub, Klaus Staeck, Rob den Boer en Hans-Joachim Schröter in de kunstwinkel van Klaus Staeck. Bezoek aan BBK Heidelberg, 2011. Foto: Hans-Joachim Schröter.

In memoriam: Hans-Joachim Schröter
Onlangs overleed Hans-Joachim Schröter (1938-2022), fotograaf, grafisch vormgever en cineast. Hans-Joachim vervulde ook diverse bestuursfuncties in de wereld van de kunsten en verzorgde jarenlang de eindredactie van de BBK-krant, een uitgave van de Beroepsvereniging van Beeldende Kunstenaars (BBK) in Amsterdam. Hans-Joachim had geheel eigen ideeën over hoe een krant gemaakt moest worden en daar heb ik in mijn tijd als lid van de BBK en betrokken bij de BBK-krant, enorm veel aan gehad. Deze ervaring heb ik goed kunnen gebruiken bij de opzet van Het Beeldende Kunstjournaal, het digitale kunstmagazine dat u nu leest. In de ruim tien jaar dat we met elkaar opgetrokken hebben, was de samenwerking altijd constructief en vruchtbaar. Hans-Joachim stond pal voor de leden van de BBK, voor de rechten van kunstenaars en voor vrijheid, zoals de vrijheid van drukpers. Je moest Hans niet proberen te verbieden ergens een foto te maken met zijn camera, die hij onafscheidelijk om zijn nek had! Verder was hij een aimabel mens, met wie je mooie gesprekken kon voeren over allerlei onderwerpen, zoals zijn geliefde geboortestad Leipzig, die hij in de DDR-tijd verliet om zich uiteindelijk in Nederland te vestigen. Wij wensen de vrouw en zoon en andere nabestaanden van Hans-Joachim veel sterkte met dit verlies.

U kunt meer lezen over Hans-Joachim Schröter op zijn wikipedia-pagina.

Rob den Boer
Eindredacteur
Het Beeldende Kunstjournaal

Terug naar boven

Inhoud